Officiële brief/kennisgeving van strafoplegging.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van strafoplegging. 10 augustus 1939. De Directeur (namens de Secretaris), vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst. Den Heer W. Vischjager, Ruyschstraat 131 I, Amsterdam-Oost (Wijk 11). [Rechtsboven, handgeschreven in blauwe inkt:]
Zoen. M. de Boer
10/8/39 H8
[Links:]
HG.
27/83/6 M.
[Rechts:]
10 Augustus 1939.
den Heer W.Vischjager,
Ruyschstraat 131 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
[Hoofdtekst:]
Mij is gerapporteerd, dat U op 4 Augustus jl.
Uw plaats op de markt Ten Katestraat opnieuw in verontreinig-
den toestand heeft achtergelaten. U heeft daarmede de voor-
waarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk
opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 23 December
1938 (No.27/118/2 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde
straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier
ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag,
wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond
van de overtreding van 4 Augustus jl. met ontneming van het
recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen,
eveneens voor den tijd van een dag; beide straffen worden ten
uitvoer gelegd op Maandag 14 en Dinsdag 15 Augustus a.s.
[Rechtsonder:]
De Directeur,
b.a. De Secretaris, Dit document is een administratieve sanctie opgelegd aan een marktkraamhouder in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
* Recidive: De heer Vischjager had al eerder een waarschuwing of voorwaardelijke straf gekregen op 23 december 1938 voor een vergelijkbaar vergrijp.
* Overtreding: Het onhygiënisch ("verontreinigden toestand") achterlaten van de standplaats op de Ten Katemarkt op 4 augustus 1939.
* Sanctie: De voorwaardelijke straf (1 dag ontzegging) wordt geactiveerd, en er wordt een nieuwe straf van 1 dag opgelegd voor de recente overtreding.
* Uitvoering: De straf wordt direct geëffectueerd op de eerstvolgende maandag en dinsdag (14 en 15 augustus 1939), wat betekent dat de man twee dagen niet mag handelen. Het document biedt een inkijkje in de strikte handhaving van marktreglementen in Amsterdam aan het eind van de jaren '30. De Ten Katemarkt, gelegen in de Kinkerbuurt (Oud-West), was en is een van de drukkere markten van de stad. Voor een marktkoopman betekende een uitsluiting van twee dagen een direct en aanzienlijk verlies van inkomsten.
De datum van de brief, 10 augustus 1939, is historisch wrang. Terwijl de gemeentelijke bureaucratie zich bezighield met de netheid van de marktplaatsen, stond Europa aan de vooravond van de Duitse inval in Polen (1 september 1939). De ontvanger, W. Vischjager, draagt een typisch Joodse achternaam. Gezien de locatie en periode is het waarschijnlijk dat deze man en zijn gezin niet lang na deze brief te maken kregen met de veel draconischer beperkingen en vervolgingen van de nazi-bezetter. Dit alledaagse document van een kleine overtreding staat daarmee in schril contrast met de catastrofale gebeurtenissen die kort daarna zouden volgen.