Ambtelijke correspondentie (doorslag/minuut).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag/minuut). 3 september 1943. Waarschijnlijk het Gemeentebestuur van Amsterdam (gezien de tekstinhoud). [Handgeschreven, blauw potlood:] extra
[Getypt:] - 2 -
[Rechtsboven:] SV
46 b/217/12 M.
3 September 1943.
de Ondervakgroep Detailhandel
in Visch van de Vakgroep Detailhandel
in Visch, Wild en Gevogelte,
te
's-G r a v e n h a g e (ZH)
========================
In antwoord op Uw schrijven d.d. 3 Juli jl. no. I/D/818 heb ik de eer U het volgende mede te deelen.
Voor het overschrijven van de toewijzingen van een vijftal Joodsche vischhandelszaken op den naam van den eigenaar van den vischhandel "Omex" draagt het Gemeentebestuur van Amsterdam geen enkele verantwoordelijkheid. Deze handeling is niet geschied dan na een desbetreffende, instadelijke opdracht van de "Wirtschaftsprufstelle beim Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft". Bij Uw beschouwingen over het overschrijven van toewijzingen van vischhandelaren, wier bedrijf moest worden gesloten, doordat de betrokkenen in krijgsgevangenschap of elders tewerk werden gesteld, kunt U zich hierop niet beroepen.
Wat het overschrijven van toewijzingen betreft, deel ik U mede, dat tot dusverre twee verzoeken het Gemeentebestuur hebben bereikt, te weten van Groen en Schindeler. Het geval Groen betreft een zaak, die 20 jaren door Groen Sr. werd gedreven en onlangs door zijn zoon werd overgenomen. Nu deze zoon in krijgsgevangenschap werd gesteld, bestond er bij het Gemeentebestuur geen enkele aanleiding, er niet in toe te stemmen, dat de toewijzing weder op naam van den vader werd overgeschreven.
In het geval Schindeler werd overwogen, dat Schindeler Sr. reeds een winkel heeft en dat deze nu ook nog de zaak van zijn zoon wenscht aan te houden, aangezien hij de inkomsten van dien zoon niet zou kunnen missen. Dit argument werd vrij twijfelachtig gevonden; bovendien bestaat niet de indruk, dat beide zaken zullen blijven voortbestaan en is er veeleer reden tot de onderstelling, dat het een poging is van Schindeler Sr. om op deze wijze te trachten een grootere toewijzing van visch te krijgen.
Het ligt in het voornemen van den betrokken Wethouder nieuwe aanvragen eveneens afzonderlijk te bezien, Dit document is een ambtelijk antwoord aan een belangenorganisatie (de Vakgroep Detailhandel) over de toewijzing van visquota in bezet Amsterdam.
De kernpunten zijn:
1. Arisering: De gemeente distantieert zich van de overdracht van vijf Joodse viszaken aan de firma "Omex". Zij benadrukken dat dit een directe opdracht was van de Duitse Wirtschaftsprüfstelle. Dit wijst op het proces van 'arisering', waarbij Joodse ondernemingen onder dwang werden onteigend of overgedragen aan pro-Duitse beheerders.
2. Krijgsgevangenschap en Arbeidseinsatz: Er wordt gesproken over de winkels van handelaren die als krijgsgevangenen of via de arbeidsinzet (tewerkstelling) uit hun bedrijf zijn gehaald.
3. Bureaucratische toetsing: De gemeente beoordeelt individuele gevallen (Groen en Schindeler) waarbij familieleden de zaken van afwezige zonen willen overnemen. Bij Groen wordt dit goedgekeurd, maar bij Schindeler is men argwanend over een mogelijke poging om extra visquota te bemachtigen. Het document dateert uit september 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de controle over de Nederlandse economie en voedselvoorziening volledig had verstrakkerd. De visdetailhandel was destijds strikt gereguleerd via een systeem van 'toewijzingen' (distributie).
De vermelding van de Wirtschaftsprüfstelle is cruciaal; dit was het orgaan onder de Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft (Hans Fischböck) dat belast was met het uitschakelen van Joden uit het economisch leven. De brief illustreert de complexe verhouding tussen het lokale Nederlandse bestuur (dat probeert reguliere regels toe te passen) en de dwingende bevelen van de bezettingsmacht die de rassenideologie oplegde. Daarnaast toont het de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens de schaarste in de oorlogsjaren.