Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 18 december 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst belast met marktwezen of voedselvoorziening). Den Heer waarnemend Politie-president, Marnixstraat 260-264, Amsterdam-Centrum. 46b/290/2 M.
Verzonden 18/12 [onleesbaar, mogelijk 'mp'] / [grote letter N]
SV
18 December 1943.
Aan den Heer waarnemend
Politie-president,
Marnixstraat 260-264,
Amsterdam-Centrum.
Krachtens een door den Burgemeester en het Bedrijfsschap voor Visscherijproducten getroffen regeling wordt te dezer stede op de Vischmarkt aan de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren visch toegewezen, die deze aan de bevolking moeten verkoopen. Iedere kleinhandelaar moet zooveel mogelijk zelf aanwezig zijn. Sedert eenige tijd ontbreekt de kleinhandelaar J. Hendriks, wonende Lijnbaansgracht 41 II, alhier.
Volgens mijn informatie zou Hendriks zijn ingesloten. Ingevolge opdracht van het Gemeente-bestuur verzoek ik U beleefd mij te doen weten, voor welk feit Hendriks is ingesloten en of reeds veroordeeling heeft plaats gehad.
Van den aard van Uw mededeeling ter zake zal het Gemeente-bestuur het laten afhangen of Hendriks al dan niet in de verdeeling blijft opgenomen.
De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (den, visscherij, verkoopen, zooveel). De toon is zakelijk en beleefd ("verzoek ik U beleefd").
* Onderwerp: De brief betreft een onderzoek naar de verblijfplaats en de reden van detentie van een visboer, J. Hendriks. Omdat hij zijn functie op de vismarkt niet meer uitoefent, moet de gemeente beslissen of zijn vergunning/toewijzing wordt ingetrokken.
* Bureaucratie in oorlogstijd: De brief illustreert hoe nauwgezet de distributie van schaarse goederen (zoals vis) werd gecontroleerd door zowel de gemeente als het 'Bedrijfsschap voor Visscherijproducten'. De afwezigheid van een handelaar werd direct opgemerkt en gerapporteerd.
* Sleutelterm: De term "ingesloten" is cruciaal. In december 1943 kon dit duiden op een arrestatie voor de zwarte handel, politieke redenen, of andere overtredingen van de verordeningen van de bezetter. Deze brief stamt uit het hart van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was de voedselvoorziening onderworpen aan strikte regulering en distributieplannen. Het 'Bedrijfsschap voor Visscherijproducten' was een van de vele schappen die door de bezetter en de collaborerende overheid werden gebruikt om economische sectoren te beheersen.
De "waarnemend Politie-president" waaraan de brief is gericht, bevond zich in het hoofdbureau aan de Marnixstraat. De Amsterdamse politie stond in deze fase van de oorlog onder direct toezicht van de Duitse autoriteiten. Het feit dat de gemeente informeert naar de "aard" van de misdaad en of er een "veroordeeling" is, suggereert dat de aard van het vergrijp bepaalde of iemand zijn economische rechten (zoals een standplaats op de vismarkt) mocht behouden. De vismarkt in Amsterdam was in die tijd een essentieel onderdeel van de dagelijkse overleving voor de stadsbevolking. Hendriks woonde op de Lijnbaansgracht 41 II, in de Jordaan, wat een typische buurt was voor kleine zelfstandige handelaren.