Brief (officieel briefpapier)
Origineel
Brief (officieel briefpapier) 30 Mei 1917 Secretariaat van de M.B. Marktbond „Mercurius”, Amsterdam Den Weledele Heer Ketel, Controleur van het Marktwezen, Amsterdam (Alhier) [Briefhoofd]
M. B. MARKTBOND „MERCURIUS”
GOEDGEKEURD BIJ KONINKLIJK BESLUIT.
DOEL DER VEREENIGING
1. De belangen der Marktkramers te behartigen.
2. Uitkeering bij ziekte en versterkende middelen.
3. Uitkeering wegens tijdverzuim bij overlijden.
4. Uitkeering bij overlijden van een lid aan nabestaanden.
5. Verschaft rentelooze voorschotten aan hare leden.
[Handgeschreven tekst]
Zie ook rapport 14 Juli 1917 [in de linkerbovenhoek]
AMSTERDAM, 30 Mei 1917
Secretariaat:
den Weledele Heer Ketel Controleur v/h Marktwezen
Alhier
Hooggeachte Heer.
Het voorstel in zake „vermindering der plaatsen op de Nieuwmarkt met 1 Mtr in de diepte” is in twee vergaderingen dato 26 en 28 Mei j.l. aan een ernstig objectief onderzoek onderworpen. De bezwaren tegen het voorstel waren van die aard, dat ondergeteekenden niet twijfelen of het dient ze gegrond verklaren en tot die maatregel nimmer overgaan.
De bezwaren zijn als volg.
I De beide voorplanken waarop uitgestald wordt zijn breed Mtr 1.50. De overige ruimte wordt ingenomen door
a aan beide uiteinden schuins liggende planken, waarop ook uitgestald wordt
b door Karren, waarin goederen zich bevinden die men in reserve behoudt; om. Deze brief is een formeel bezwaarschrift van de marktbond "Mercurius" gericht aan de marktcontroleur van Amsterdam. De kern van het geschil is een gemeentelijk voorstel om de diepte van de marktkramen op de Nieuwmarkt met één meter te verkleinen.
De bond voert praktische argumenten aan waarom dit onmogelijk is voor de kooplieden:
1. Afmetingen van het materiaal: De standaard uitstalplanken zijn al 1,50 meter breed.
2. Inrichting: De resterende ruimte is essentieel voor de schuine zijplanken en de opslagkarren met voorraad die achter of in de kraam staan.
De toon is formeel doch beslist ("ondergeteekenden [...] dienen ze gegrond verklaren en tot die maatregel nimmer overgaan"). De brief breekt halverwege een zin af aan de onderkant van de pagina, wat suggereert dat er een tweede blad was. De brief dateert uit mei 1917, midden in de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, had de oorlog grote invloed op de economie en de voedselvoorziening, waardoor markten een cruciale rol speelden in het dagelijks leven van de Amsterdammers.
De Marktbond „Mercurius” (genoemd naar de Romeinse god van de handel) was een typische belangenvereniging voor kleine zelfstandigen uit die tijd. Naast belangenbehartiging fungeerde de bond als een onderling verzekeringsfonds (een 'broodfonds' avant la lettre), zoals blijkt uit het briefhoofd waarin uitkeringen bij ziekte en overlijden worden vermeld.
De Nieuwmarkt is van oudsher een van de belangrijkste marktpleinen van Amsterdam. Pogingen van de gemeente om de indeling van de markt te wijzigen of de ruimte voor kramen te beperken (vaak ten behoeve van de doorstroming van het verkeer), leidden regelmatig tot felle weerstand van de marktkooplieden. De handgeschreven kanttekening "Zie ook rapport 14 Juli 1917" duidt erop dat deze correspondentie onderdeel was van een langer lopend dossier bij de gemeentelijke marktcontrole.