Archiefdocument
Origineel
2 September 1916 De Oplossing.
Het is gekomen zooals door ons is voorspeld. Er is een zeer bevredigende oplossing gevonden. Op gevaar af dat men ons weder verwijt door Engeland omgekocht te zijn, moet ons toch een protest van het hart. Gegeven de omstandigheden gedraagt Engeland zich hoogst nobel. Engeland neemt een hoogstaand standpunt in. Geeft niet alleen toe, maar betaalt nog 18 shilling bij per ton.
Waar blijft de hulde die Engeland ten dezen opzichte verdient? Waarom geen woord van lof in de Nederlandsche pers? Waarom nu geen motie aan het eind der vergaderingen? Waar blijven nu de bezoldigde bestuurderen?
Alle belanghebbenden-betrokkenen zijn volkomen tevreden, waarom hoort zulks de groote wereld niet?
Wij weten namens velen te spreken wanneer wij een woord van dank en hulde brengen aan de commissie, welke tot tweemaal toe naar Engeland reisde en gildaar spannende dagen beleefde.
Nu wij niets naders nog hoorden van een ander bewijs, zij langs dezen weg en de IJmuider en de haringreeders-commissie de groote dank gebracht van alle die scherij-belanghebbenden voor de moeite en opoffering, het beleid en de bekwaamheid door hen betoond.
Hoe met België??
Valt België onder de 20 % van de vrije markt of onder de 80 % van de neutrale? Eerlijk gezegd, onder de 20 % der vrije markt. Dat is te begrijpen, immers Duitschland heeft het in de macht wat België inkomt, voor zich te nemen.
Toch moet hier wat op gevonden worden. België is van ouds een zeer belangrijke afnemer van Nederlandsche visscherijen, het is onze beteekenendste markt mede. En dan, België heeft onze visch noodig. Zeer, zeer noodig. Visch is in België een zeer geliefd voedsel en ander vleesch is daar bijna niet te bekomen. De Belgen (en bezet Noord-Frankrijk) zullen vragen of zij in den moeilijksten tijd geheel door hun vrienden in den steek worden gelaten.
Daarom wij mochten van Duitschland eischen — laat den invoer in België vrij, en anderzijds moeten wij onderhandelen om van de 60 % (eventueel zonder toeslag) naar België te mogen leveren onder toezicht van het Amerikaansche Relief Comité.
Dan is België geholpen, dan houden wij een groot afzetgebied, bedienen wij oude klanten, dan kunnen Engelands bezwaren ondervangen worden.
Wij zijn overtuigd, deze zaak is te regelen.
Binnenland.
De Koopers voor de Engelsche Regeering.
Naar we vernemen is de onlangs opgerichte Centrale Vischverkoopvereeniging belast met het koopen der versche visch voor de Engelsche regeering.
Vischvoorziening te Amsterdam.
Wij lezen in de Amsterdamsche Gemeentebegrooting het volgende over de vischverkoop te Amsterdam:
De abnormale omstandigheden, waarin de vischhandel verkeert, maken het uiterst moeilijk thans reeds een behoorlijke begrooting voor 1917 op te maken. Terwijl de begrooting voor 1916 was gebaseerd op een gemiddelden verkoopprijs der goedgekeurde visch van 16 ct. per K.G. en der daardoor van 30 ct., zijn de prijzen thans gemiddeld resp. 26 ct. en 60 ct. Als gevolg hiervan is ook minder verkocht dan waarop was gerekend. Er zijn thans geopend 11 winkels, terwijl nog enkele kraampjes geplaatst zijn. Het is de bedoeling het aantal kraampjes naast de winkels tot 12 uit te breiden en deze dan tot wegbereiders van nieuwe winkels te maken. Rekent men, dat de inkoopprijzen der visch in 1917 niet lager zullen worden, dan mag op grond der ervaring, verkregen in het eerste exploitatiehalfjaar (15 November 1915 tot 15 Mei 1916), bij het genoemde aantal winkels en kraampjes, op geen grooteren verkoop worden gerekend dan 550.000 K.G. goedkoope en 100.000 K.G. duurdere Noordzeevisch benevens op een opbrengst van ongeveer ƒ 8000 aan Zuiderzeevisch. Om de kosten te dekken zal de goedkoopere visch voor gemiddeld 30 ct. per K.G., de duurdere voor 45 ct. per K.G. moeten worden verkocht. Indien de omstandigheden niet veranderen en de tegenwoordige prijzen der goedkoope visch gehandhaafd worden, moet op een nadeelig saldo van ongeveer ƒ 25.000 worden gerekend.
Tot dusverre is aan verkoop van gebakken visch geen behoefte gebleken; daarom wordt slechts een memoria-post opgenomen.
In strijd met het aanvankelijke voornemen, is besloten niet aan huis te bestellen wegens den omslag en de kosten, daaraan verbonden.
Zeevaartonderwijs.
De „Vereeniging ter Bevordering van het Zeevaartonderwijs” hield Zaterdag 26 Aug. haar jaarlijksche algemeene vergadering te ’s-Gravenhage onder presidium van den heer L. R. v. d. Vreede.
[...] De vergadering, hare levendige instemming betuigende met de grieven van den heer Van Mierlo, vereenigde zich met de volgende motie van het bestuur:
„De jaarlijksche Algemeene Vergadering [...] spreekt er hare afkeuring over uit, dat het bestuur der Vereeniging ter bevordering van het Zeevaartonderwijs niet is gehoord vóór het aanbrengen der wijzigingen in bedoeld Koninklijk Besluit [van 14 Juli 1916] vervat...”
Stoomkorders voor onze Marine.
De in IJmuiden thuisbehoorende stoomkorder „Azalea” van de Maatschappij tot Beheer van Stoomtrawlers en andere Visschersvaartuigen, is door de Nederlandsche regeering aangekocht, ten einde voor marine-doeleinden te worden gebruikt. [...]
De toestand.
De regeling van de visscherij-quaestie.
Zaterdag is een regeling getroffen tusschen gedelegeerden van de Nederlandsche visscherijvereeniging en de Britsche regeering aangaande den toekomstigen verkoop van de Nederlandsche haringvangsten. De Nederlandsche booten, die in Schotland worden vastgehouden, zullen worden losgelaten op voorwaarde, dat Duitschland slechts 20 % ontvangst van de geheele seizoenvangst: Nederland behoudt 20 % en de overige 60 % gaat naar neutrale landen.
De Britsche regeering zal voor elke ton van de 60 % der Hollandsche haringen, die naar neutrale landen zullen verkocht worden, aan de Nederlandsche eigenaars een toeslag van 20 shilling betalen. [...]
Met 1 September treedt het contract in werking, dat duurt tot het einde van den oorlog met Duitschland of tot de opzegging van de zijde der Britsche regeering.
Cachou en reifen.
De Reedersvereeniging voor de Ned. Haringvisscherij heeft met de Engelsche regeering een overeenkomst gesloten voor de levering van cachou en reifen aan de reederijen [...]
De verhouding.
Door het bestuur der Zeevischvereeniging is aan den Minister van Landbouw, Handel en Nijverheid het volgende ter kennis gebracht: [...] (w. g.) A. S. GROEN, voorz. MAARTEN DE VRIES, secr. Zeevischvereeniging. IJmuiden, 23 Aug. ’16.
Eene nadere toelichting.
Dinsdagavond zijn de heeren Delprat, Doijer, resp. voorzitter en secretaris van de Nijverheidscommissie, en IJssel de Schepper [...] uit Londen hier te lande teruggekeerd. [...] Het is hoofdzakelijk te danken aan het tactvol en bekwaam optreden van den heer Delprat [...] dat de voor onzen haringhandel zoo bevredigende oplossing verkregen is. [...] Volgens de gegevens [...] is er ongeveer 20 % van de totale vangst voor de Nederlandsche consumptie benoodigd. [...] 20 % naar Duitschland mag worden geëxporteerd. De overblijvende 60 % mag worden uitgevoerd naar alle landen, welke niet aan Engeland vijandig zijn.
Stemmen uit Engelsche vakkringen.
De „Daily Mail” meldt, dat de overeenkomst tusschen de Britsche regeering en de Nederlandsche haringvisschers aanleiding heeft gegeven tot ernstige critiek onder de kooplieden van Lowestoft [...]
Overeenkomst met IJmuiden.
[...] Engeland de visch op de markt te IJmuiden tegen marktprijzen zal koopen, doch dat zij voor verschillende soorten maximum-prijzen heeft bepaald [...]
De mannen van de Geertruida.
De reeder W. den Dulk [...] heeft [...] telegrafisch bericht, dat zij waarschijnlijk over eenige dagen zouden worden vrijgelaten.
Verkoop van visch en zout uit de opgebrachte schepen.
Te Peterhead en Montrose, in Schotland, is voortgegaan met den verkoop [...] van de haringladingen der Nederlandsche visschersvaartuigen „Heilke” IJM 223, „Dina Cornelia” SCH 148, „Abbastanz” VL 21, „Prins Hendrik” SCH 4, „Cornelis” SCH 423, „Jonge Neeltje” SCH 20, „Wilhelmina” SCH 12, „Catharina” KW 154, „Willem Cornelis” KW 16, „Johan de Witt” SCH 17, „Johannes” SCH 139, „Burgemeester Vening Meinesz” IJM 57, „Jan Hendrik” VL 177, „Flora” SCH 214, „Maastricht” SCH 222, „Onder Ons” VL 107, „Onder den Oefening” SCH 397, „Jupiter” VL 306 en „Borneo” VL 18.
Naar aanleiding van de propaganda der bezoldigde bestuurders.
[...] Zoo zijn daar b.v. contracten, volgens welke de matrozen ƒ 7 per week ontvangen en een percentage van de besomming, enz. [...] Dit nummer van De Vischscherij focust bijna volledig op de economische en diplomatieke gevolgen van de Eerste Wereldoorlog voor de Nederlandse vissersvloot. De belangrijkste punten zijn:
- De "Haring-overeenkomst": Een cruciaal akkoord met de Britse regering. Om te voorkomen dat de vloot wordt opgelegd (geblokkeerd), is afgesproken dat de vangst wordt verdeeld: 20% voor Nederland, 20% voor Duitsland en 60% voor neutrale landen. De Britten subsidiëren de export naar neutrale landen met 20 shilling per ton om de lagere marktprijs daar te compenseren.
- Binnenlandse Voedselvoorziening: In Amsterdam stijgen de visprijzen fors (van 16 naar 26 cent inkoop per kg). De gemeente kampt met tekorten op de exploitatie van viswinkels.
- Internationale Spanningen: Er is aandacht voor de export naar het bezette België en de kritiek vanuit Engelse vissersplaatsen zoals Lowestoft, die de deal met Nederland als oneerlijke concurrentie zien.
- Oorlogsincidenten: Een lijst van Nederlandse schepen die door de Britse marine zijn opgebracht en waarvan de lading in Schotland publiekelijk is verkocht. Ook wordt melding gemaakt van de aanstaande vrijlating van de bemanning van de Geertruida.
- Arbeidsvoorwaarden: Er is een lopende discussie over de vergoedingen en "handgeld" voor matrozen in vissersplaatsen als Scheveningen en Vlaardingen. Dit document stamt uit september 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, werd de visserij zwaar getroffen door de Britse blokkade van de Noordzee en de Duitse duikbotenoorlog. Groot-Brittannië probeerde te voorkomen dat Nederlands voedsel (vis) naar de vijand (Duitsland) ging. De hier beschreven overeenkomst was een diplomatieke evenwichtsoefening om de Nederlandse economie draaiende te houden zonder de Britten of Duitsers te veel voor het hoofd te stoten. De "bezoldigde bestuurders" waar in de koppen naar wordt verwezen, duidt op een intern conflict tussen de redactie van het blad en vakbonds- of belangenbehartigers binnen de sector. J. Gelder R. v. d. Vreede W. den Dulk