Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 13 april 1939. T. Wittkampf. Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, alhier (Amsterdam). Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen. alhier.
In antwoord op brief 31/21/1 M ยท 39, kan
ik u mededeelen dat R. Brander een
plaats is aangewezen op Uilenburg ingaande
16 April 1939, plaats No. 357.
Brander heeft hiervoor reeds een bericht van het
Marktwezen ontvangen en bij mij op 9/4 - 39
zijn foto ingeleverd.
Amsterdam 13 April 1939
T. Wittkampf Dit document is een formele administratieve mededeling betreffende de toewijzing van marktplaatsen in Amsterdam kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
De kern van de brief is de bevestiging dat ene R. Brander een specifieke staanplaats (nummer 357) heeft gekregen op de markt in de buurt Uilenburg, ingaande op 16 april 1939. Uit de tekst blijkt een gestroomlijnd proces: er wordt gerefereerd aan eerdere correspondentie, de betrokkene (Brander) is reeds op de hoogte gesteld door de centrale dienst van het Marktwezen, en hij heeft op 9 april al voldaan aan de administratieve plicht om een pasfoto in te leveren voor zijn vergunning of marktpas.
De schrijfstijl is zakelijk en maakt gebruik van de destijds gangbare spelling (zoals "mededeelen"). De afzender, T. Wittkampf, fungeert hier waarschijnlijk als een tussenpersoon of lokale marktmeester die de voltooiing van de procedure aan de Inspecteur rapporteert. De datum, 13 april 1939, plaatst dit document in een historisch gevoelige periode. Amsterdam bereidde zich op dat moment, ondanks de dreiging van oorlog, nog steeds voor op het normale dagelijkse leven en de economische gang van zaken.
De locatie, Uilenburg, is hierbij van groot belang. Uilenburg was van oudsher een van de dichtstbevolkte en armste buurten in de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt op Uilenburg was een vitaal onderdeel van het sociale en economische leven in dit stadsdeel. Gezien de locatie is de kans zeer groot dat de genoemde R. Brander een Joodse marktkoopman was.
Documenten als deze geven een inkijkje in de bureaucratische realiteit van het Amsterdamse marktwezen vlak voordat de Duitse bezetting (mei 1940) deze structuren ingrijpend zou veranderen en de Joodse bevolking stelselmatig uit het economische leven zou verdrijven. De vermelding van het inleveren van een foto onderstreept de toenemende mate van registratie van marktkooplieden in die tijd.