A. Estije
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Ambtsbericht / Intern rapport van de Directie Marktwezen.
* **Kern van de zaak:** De marktkoopman A.J. Meeuwissen wordt gerapporteerd omdat hij met te veel mensen (vier personen) achter zijn marktkraam aan het werk was. Ondanks een eerdere waarschuwing die middag, negeerde hij de aanwijzing van de toezichthouder. * **Handhaving en ‘Opvoeding’:** Het document is illustratief voor het ambtelijke taalgebruik van die tijd. De term "op te voeden" geeft aan dat de marktmeesters een disciplinerende rol hadden ten opzichte van de kooplieden. Er is sprake van een verzachtende omstandigheid: de man was niet "onbeschoft", wat waarschijnlijk een zwaardere (onvoorwaardelijke) straf heeft voorkomen. * **Procedure:** Het rapport toont de hiërarchische afhandeling. De inspecteur rapporteert op 7 juni, een functionaris genaamd De Boer accordeert het strafvoorstel op 10 juni, waarna de administratieve verwerking volgt op 13 en 16 juni.
Brief / Verzoekschrift
* **Inhoud:** De brief is een verzoek van J. de Leeuwis jr. aan een instantie (mogelijk de marktmeester of een distributie-orgaan) voor de toewijzing van een "vissenstal" (viskraam of vaste plek) bij de visafslag in Amsterdam. * **Argumentatie:** De afzender voert aan dat hij er recht op heeft, ook al kocht hij voorheen niet zelf in bij de afslag. Hij verklaart dit door een gebrek aan kennis van het veilsysteem, waardoor hij anderen (zoals de genoemde Gebroeders Jansen, Woudenberg, Estijé en Meconi) inschakelde om voor hem in te kopen. * **Persoonlijke noot:** In het postscriptum voegt de schrijver een emotioneel/economisch argument toe: hij staat op het punt te gaan trouwen, wat de noodzaak voor een vast inkomen uit de vissenstal vergroot. * **Resultaat:** Het document is door de behandelende instantie gemarkeerd als "afwijzen". De aantekening onderaan suggereert dat de zaak "reeds meermalen gehandeld" (vaker behandeld) is, wat wijst op een herhaald verzoek dat telkens is afgewezen.
Brief (handgeschreven)
* **Toon:** De brief is geschreven in een formele, enigszins nederige maar besliste toon ("beleefd doch dringend"). De schrijver hanteert de etiquette van die tijd om een zakelijk geschil aan te kaarten. * **Inhoud:** De heer Estije, een visboer uit de Kinkerstraat in Amsterdam, beklaagt zich over het feit dat hij geen toewijzing heeft gekregen voor gerookte aal, terwijl hij meent daar wel recht op te hebben. Hij voert aan dat hij een "bonafide" handelaar is, wat in de oorlogsjaren een belangrijke kwalificatie was om aan te tonen dat men niet op de zwarte markt handelde. * **Correcties:** Er is een kleine doorhaling in de tekst waar de schrijver "een portie" lijkt te hebben willen schrijven, maar dit heeft vervangen door de directe term "gerookte aal". * **Administratieve sporen:** De diverse nummers en stempels bovenin duiden erop dat de brief is opgenomen in een officieel administratief proces, waarschijnlijk van een distributiekantoor of een brancheorganisatie voor de vishandel.
Relevante Archieffragmenten
- 3 -
M. de Haan.
**VI.**
Div. bylagen (w.o. teek).
Werkman bij de Commissie