Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag). 16 maart (jaartal niet expliciet vermeld, vermoedelijk ca. 1919-1920 gezien de context van de voedselvoorziening na de Eerste Wereldoorlog). De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Dienst der Voedselvoorziening). 1 16 Maart 9
5/8/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
erwten. Haar verzoek om vergrooting van die hoeveelheid werd
door het Dagelyksch Bestuur der Nederlandsche Groenten- en
Fruitcentrale van de hand gewezen, omdat dit ongewenschte
consequenties zou hebben. Wat aan adressante wordt toege-
staan zou aan andere conserven-fabrikanten niet kunnen wor-
den geweigerd. Volgens den Voorzitter van voornoemde Cen-
trale, den heer Driessen, die my omtrent een en ander in-
lichtte, bestaat aan de opgeweekte erwten geen byzondere be-
hoefte. De jonge groente komt reeds ter markt; er zyn nog
millioenen blikken geconserveerde groente voorradig, waar-
van het gewenscht ware, dat ze, vóór de nieuwe oogst komt,
"geruimd" konden worden.
De opmerking van adressante, dat zy in nog ongun-
stiger positie zou geraken by inwilliging van het verzoek
der Gemeente Amsterdam om tydelyke afschaffing der monopo-
lie-heffingen, is op zich zelf juist; doch de heer Driessen
deelde mede, dat het bedoelde verzoek der Gemeente wordt af-
gewezen, omdat daaraan thans geen behoefte meer bestaat nu
de jonge groente reeds aan de markt komt.
Tenslotte deelde de heer Driessen nog mede, dat
adressante van de afwyzende beslissing van het Dagelyksch
Bestuur der voornoemde Centrale, niet in beroep is gekomen
by de daarvoor gestelde Commissie van Beroep (met nog weer
beroep op den Minister). Zy tracht echter blykbaar steun by
het Gemeentebestuur van Amsterdam te vinden, dat ten deze
niet als orgaan is gesteld. Ik heb mitsdien de eer U beleefd
in overweging te geven, der adressante te doen berichten,
dat het niet tot de taak van het Gemeentebestuur behoort,
om verzoeken zooals door haar gedaan te ondersteunen.
De Directeur, * **Kern van de zaak:** Een vrouwelijke ondernemer (de adressante), waarschijnlijk eigenaresse van een conservenfabriek, heeft gevraagd om een grotere hoeveelheid erwten te mogen verwerken. Dit verzoek is door de landelijke toezichthouder (de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale) geweigerd.
- Argumenten voor weigering:
- Precedentwerking: Toewijzing zou leiden tot soortgelijke eisen van andere fabrikanten.
- Marktverzadiging: Er is geen behoefte aan "opgeweekte erwten" (gedroogde erwten die weer zacht zijn gemaakt voor conserven) omdat de verse "jonge groente" alweer beschikbaar is.
- Overcapaciteit: Er liggen nog miljoenen blikken oude voorraad die eerst verkocht ("geruimd") moeten worden voor de nieuwe oogst.
- Juridische/Bestuurlijke context: De adressante heeft nagelaten de officiële weg van beroep (via de Commissie van Beroep of de Minister) te bewandelen. In plaats daarvan probeert zij politieke steun te krijgen bij de gemeente Amsterdam.
- Advies: De Directeur adviseert de Wethouder om zich niet met de zaak te bemoeien, aangezien dit buiten de gemeentelijke bevoegdheid valt. Dit document stamt uit de periode rond het einde van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de blokkades grote schaarste en stond de voedselvoorziening onder streng overheidstoezicht. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een semi-overheidsorgaan dat de distributie en productie reguleerde.
De tekst illustreert de frictie tussen de centrale regeringsmaatregelen (monopolieheffingen en productiequota) en de lokale belangen van ondernemers. Ook toont het de overgangsfase van oorlogsschaarste naar een normale marktsituatie, waarbij enorme overschotten aan geconserveerd voedsel "geruimd" moesten worden om de prijzen voor de nieuwe oogst niet te laten kelderen. De term "opgeweekte erwten" duidt op een inferieur product dat in tijden van nood werd geaccepteerd, maar bij de terugkeer van verse groenten ongewenst was.