Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 202
Dossier 109
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief.

Origineel

Handgeschreven brief. Nº 2b/45/M. 1939 30/3
[Rechtsboven in ander handschrift:] in Art Bienne

Mijnheer.
Met deze wou ik u beleefd
verzoeken of u mij kunt helpe
aan een bewijs voor een erkennings
kaart. Mijnheer ik sta voor een
huishoude met vrouw en kind en
wil toch ook trachte om op een
eerlijke manier mijn eten te verdiene
ik ben al eens naar den haag
geweest maar als ik daar kom moet
ik bewijze hebbe. Nu een vak ken
ik wel want ik ben van af mijn
13 jaar al groente en fruitkoopman
geweest behalve de laatste 2 jaar
heb ik wel eens met gerookte visch
gevend en daarom krijg ik geen erkenning
Ik sta bekend genoeg als groente
en fruitkoopman want van 1931
tot 1936 stond ik altijd op de
Albertcuijpmarkt dat kunt u ook
informere bij mijnheer Jochems en
mijnheer Wolf en Bantebal er is
ook iemand met mij de markt op
geweest naar de grossiers De schrijver van deze brief is een kleine zelfstandige handelaar die in financiële onzekerheid verkeert ("sta voor een huishoude met vrouw en kind"). Hij probeert op legale wijze een 'erkenningskaart' te bemachtigen om zijn beroep als groente- en fruitkoopman te kunnen uitoefenen.

Het struikelblok is een bureaucratische regel: omdat hij de laatste twee jaar met gerookte vis heeft gevent ("gevend") in plaats van groente en fruit, krijgt hij de benodigde papieren niet. Hij probeert zijn vakbekwaamheid aan te tonen door te wijzen op zijn jarenlange ervaring (sinds zijn 13e) en zijn standplaats op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt in de jaren '30. De brief is geschreven in een eenvoudige stijl met diverse spelfouten (zoals het consequent weglaten van de slot-n bij werkwoorden), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse. De brief dateert van maart 1939, een periode van economische spanning en toenemende overheidsregulering vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In de jaren '30 voerde de Nederlandse overheid de Vestigingswet in om de 'ongebreidelde' groei van kleine winkeliers en handelaren in te dammen en een minimumniveau van vakbekwaamheid te eisen.

Voor een marktkoopman was zo'n officiële erkenning essentieel om een standplaatsvergunning te krijgen of te behouden. De brief illustreert hoe strikt deze regels werden toegepast: een tijdelijke overstap naar een ander handelsproduct (vis) kon leiden tot het verlies van de status als erkend groentehandelaar, met alle gevolgen van dien voor het levensonderhoud van een gezin.

Samenvatting

De schrijver van deze brief is een kleine zelfstandige handelaar die in financiële onzekerheid verkeert ("sta voor een huishoude met vrouw en kind"). Hij probeert op legale wijze een 'erkenningskaart' te bemachtigen om zijn beroep als groente- en fruitkoopman te kunnen uitoefenen.

Het struikelblok is een bureaucratische regel: omdat hij de laatste twee jaar met gerookte vis heeft gevent ("gevend") in plaats van groente en fruit, krijgt hij de benodigde papieren niet. Hij probeert zijn vakbekwaamheid aan te tonen door te wijzen op zijn jarenlange ervaring (sinds zijn 13e) en zijn standplaats op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt in de jaren '30. De brief is geschreven in een eenvoudige stijl met diverse spelfouten (zoals het consequent weglaten van de slot-n bij werkwoorden), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse.

Historische Context

De brief dateert van maart 1939, een periode van economische spanning en toenemende overheidsregulering vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In de jaren '30 voerde de Nederlandse overheid de Vestigingswet in om de 'ongebreidelde' groei van kleine winkeliers en handelaren in te dammen en een minimumniveau van vakbekwaamheid te eisen.

Voor een marktkoopman was zo'n officiële erkenning essentieel om een standplaatsvergunning te krijgen of te behouden. De brief illustreert hoe strikt deze regels werden toegepast: een tijdelijke overstap naar een ander handelsproduct (vis) kon leiden tot het verlies van de status als erkend groentehandelaar, met alle gevolgen van dien voor het levensonderhoud van een gezin.