Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 330
Dossier 2C
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel rapport / ambtsbericht.

25 mei 1939.

Origineel

Officieel rapport / ambtsbericht. 25 mei 1939. Nº 2/3/84/1 M. 1939 26/5

R A P P O R T .

B.J.Trésoor,oud 22 jaar,wonende Adm.de Ruyterweg 185 huis verzoekt erkenning als kleinhandelaar met groenten en fruit.Hy exploiteert vanaf 1933 een winkel,waarin hoofdzakelyk koek,chocolade en aanverwante artikelen worden verkocht,terwyl als byartikel fruit te koop is.Op 31 December 1937 is hem door de politie vergunning verstrekt(No 22265 S.)om zyn winkel 's Zondags 6 uren open te hebben voor den verkoop van xxxxxx verschillende artikelen,w.o.fruit.Hieruit blykt dus officieel dat hy vanaf dien datum fruit verkoopt.De Heer Beugel,die hem regelmatig fruit levert,kon verder nog verklaren dat hy ook voor 31 December 1937 reeds geruimen tyd aan Trésoor, die toen gevestigd was Adm.de Ruyterweg No 187,fruit heeft geleverd.Beugel verklaarde dat de levering in ieder geval de laatste 2 jaren geschiedt.De Centrale Markt werd door Trésoor nimmer als kooper bezocht,daar hy zyn fruit steeds kreeg bezorgd.

Den Heer Bedryfschef
v/h Marktwezen.

[Handtekening: v. Velzen]

Amsterdam, 25 Mei 1939
[Handtekening: L. Bijlsma (?)]
Marktopzichter.

[Handgeschreven in rood potlood:] 2.2/3/84 /2
[Paraaf] Dit rapport dient als bewijsvoering voor een administratieve beslissing over de status van de onderneming van B.J. Trésoor. De kernvraag is of hij officieel aangemerkt kan worden als kleinhandelaar in groenten en fruit.

De opsteller van het rapport voert drie bewijslasten aan:
1. Historische exploitatie: Trésoor voert aan al sinds 1933 fruit te verkopen als 'bijartikel' naast zijn hoofdnering (zoetwaren).
2. Officiële documentatie: Een politievergunning uit 1937 voor zondagsopenstelling noemt expliciet de verkoop van fruit, wat als formeel bewijs dient voor de handel op die datum.
3. Getuigenverklaring: De heer Beugel, een leverancier, bevestigt de structurele levering van fruit aan Trésoor over een periode van minstens twee jaar, ook op een vorig adres.

Een interessant detail is de opmerking dat Trésoor de Centrale Markt nooit bezocht. In die tijd was het gebruikelijk dat handelaren hun waar zelf inkochten op de markt; het feit dat hij liet bezorgen verklaart waarom hij daar niet bekend was bij de marktmeesters. Dit document stamt uit mei 1939, een periode waarin de detailhandel in Nederland steeds strenger gereguleerd werd, onder andere door de Vestigingswet Kleinbedrijf (1937). Om een bedrijf te mogen voeren in een bepaalde branche, moest men aan specifieke eisen voldoen en officieel erkend zijn.

De vermelding van de Centrale Markt verwijst naar de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 geopend was als het centrale punt voor de groothandel in levensmiddelen.

De zondagsvergunning herinnert aan de strikte Winkelsluitingswet van die tijd. Verkoop op zondag was slechts zeer beperkt en voor specifieke artikelen toegestaan. Het verkrijgen van erkenning als fruithandelaar was voor de ondernemer waarschijnlijk van groot belang voor zijn bestaansrecht en legale status tegenover de controlerende instanties (zoals de marktpolitie of de crisis-controle-dienst).

Samenvatting

Dit rapport dient als bewijsvoering voor een administratieve beslissing over de status van de onderneming van B.J. Trésoor. De kernvraag is of hij officieel aangemerkt kan worden als kleinhandelaar in groenten en fruit.

De opsteller van het rapport voert drie bewijslasten aan:
1. Historische exploitatie: Trésoor voert aan al sinds 1933 fruit te verkopen als 'bijartikel' naast zijn hoofdnering (zoetwaren).
2. Officiële documentatie: Een politievergunning uit 1937 voor zondagsopenstelling noemt expliciet de verkoop van fruit, wat als formeel bewijs dient voor de handel op die datum.
3. Getuigenverklaring: De heer Beugel, een leverancier, bevestigt de structurele levering van fruit aan Trésoor over een periode van minstens twee jaar, ook op een vorig adres.

Een interessant detail is de opmerking dat Trésoor de Centrale Markt nooit bezocht. In die tijd was het gebruikelijk dat handelaren hun waar zelf inkochten op de markt; het feit dat hij liet bezorgen verklaart waarom hij daar niet bekend was bij de marktmeesters.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1939, een periode waarin de detailhandel in Nederland steeds strenger gereguleerd werd, onder andere door de Vestigingswet Kleinbedrijf (1937). Om een bedrijf te mogen voeren in een bepaalde branche, moest men aan specifieke eisen voldoen en officieel erkend zijn.

De vermelding van de Centrale Markt verwijst naar de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 geopend was als het centrale punt voor de groothandel in levensmiddelen.

De zondagsvergunning herinnert aan de strikte Winkelsluitingswet van die tijd. Verkoop op zondag was slechts zeer beperkt en voor specifieke artikelen toegestaan. Het verkrijgen van erkenning als fruithandelaar was voor de ondernemer waarschijnlijk van groot belang voor zijn bestaansrecht en legale status tegenover de controlerende instanties (zoals de marktpolitie of de crisis-controle-dienst).

Locaties

Amsterdam.