Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 351
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

13 juni 1939. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage. Aan: Aan den Heer Spruyt Jr., Romb. Hogerbeetsstraat 116, Amsterdam.

Origineel

13 juni 1939. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage. Aan den Heer Spruyt Jr., Romb. Hogerbeetsstraat 116, Amsterdam. NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE

BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314

Afdeeling: ERKENNINGEN.
Dict. vW.- Typ. de P.M.
No. 803 MW.-

Aan den Heer Spruyt Jr.
Romb. Hogerbeetsstraat 116 3.
AMSTERDAM.

's-GRAVENHAGE, 13 Juni 1939

L.S.,

Wij kwamen in het bezit van Uw aanvraag om erkenning als
aangeslotene E bij onze Centrale (voor het verhandelen van
groenten en/of fruit en/of vroege aardappelen).

Wij maken U er evenwel op attent, dat wij U alleen dan
voor een dergelijke erkenning bij het Dagelijksch Bestuur onzer
Centrale kunnen voordragen, wanneer aan onderstaande voorwaar-
den kan worden voldaan.

  1. U moet den leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of,
    jonger zijnde, aannemelijk kunnen maken, dat U kost-
    winner bent of dit binnen zeer korten tijd zult zijn.
  2. U moet aantoonen, dat U voldoende opleiding hebt gehad;
    onder voldoende opleiding wordt verstaan, dat U gedu-
    rende twee jaren, onmiddellijk aan de aanvrage voor-
    afgaande, in den betrokken handel, die rechtmatig werd
    uitgeoefend, bent werkzaam geweest.
  3. U moet financiëel in staat zijn, om den betrokken handel
    naar behooren te kunnen drijven.

Indien U dus aan het bovenstaande niet kunt voldoen, is het
vrijwel uitgesloten, dat U in aanmerking kunt komen voor de door
U aangevraagde erkenning.

Voor het geval U echter toch Uw aanvraag officieel wenscht
in te dienen, doen wij U bijgaand aanvraagformulier met begelei-
dend schrijven toekomen.

Uit dit laatste kunt U zien op welke wijze U Uw aanvraag
moet behandelen.

Hoogachtend,
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE,
[handtekening] Vanderstolk [onleesbaar paraaf]

bijlagen.
218 V
636 V.

Overdracht van de door onze Centrale uitgereikte
handelserkenningen vindt niet plaats.

17101 - '39 De brief is een formele reactie op een verzoek tot vestiging of uitbreiding in de groente- en fruithandel. De toon is zakelijk en strikt bureaucratisch. De kern van de brief is het opsommen van drie harde eisen: meerderjarigheid (of kostwinnerschap), aantoonbare relevante werkervaring van minimaal twee jaar, en financiële gegoedheid.

Opvallend is de ontmoedigende toon ("vrijwel uitgesloten"), wat wijst op een streng gereguleerde markt waarin niet iedereen zomaar kon toetreden. De brief bevat specifieke administratieve codes (bijv. "Dict. vW.- Typ. de P.M.") die duiden op een gestroomlijnd kantoorproces bij de Centrale. De voetnoot onderaan benadrukt dat handelserkenningen persoonsgebonden zijn en niet overdraagbaar, wat speculatie of informele handel in vergunningen moest voorkomen. Dit document stamt uit juni 1939, de late vooroorlogse periode in Nederland. In de jaren '30 had de Nederlandse overheid, als reactie op de economische crisis, de "Landbouwcrisiswet" en diverse ordeningsbesluiten ingevoerd. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een dergelijk overkoepelend orgaan dat de markt moest reguleren en overproductie of ongebreidelde concurrentie moest tegengaan.

De eisen die in de brief worden gesteld, maken deel uit van de zogeheten "Vestigingswetgeving". Door strenge eisen te stellen aan vakbekwaamheid en kapitaal, probeerde men de kwaliteit van de handel te waarborgen en de sector te beschermen tegen instabiliteit. Minder dan een jaar na deze brief zou de Duitse bezetting leiden tot een nog veel striktere distributie- en ordeningspolitiek. De geadresseerde woonde in de Rombout Hogerbeetsstraat in Amsterdam, een buurt (de Frederik Hendrikbuurt) die destijds veel kleine ondernemers en handwerkslieden huisvestte.

Samenvatting

De brief is een formele reactie op een verzoek tot vestiging of uitbreiding in de groente- en fruithandel. De toon is zakelijk en strikt bureaucratisch. De kern van de brief is het opsommen van drie harde eisen: meerderjarigheid (of kostwinnerschap), aantoonbare relevante werkervaring van minimaal twee jaar, en financiële gegoedheid.

Opvallend is de ontmoedigende toon ("vrijwel uitgesloten"), wat wijst op een streng gereguleerde markt waarin niet iedereen zomaar kon toetreden. De brief bevat specifieke administratieve codes (bijv. "Dict. vW.- Typ. de P.M.") die duiden op een gestroomlijnd kantoorproces bij de Centrale. De voetnoot onderaan benadrukt dat handelserkenningen persoonsgebonden zijn en niet overdraagbaar, wat speculatie of informele handel in vergunningen moest voorkomen.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1939, de late vooroorlogse periode in Nederland. In de jaren '30 had de Nederlandse overheid, als reactie op de economische crisis, de "Landbouwcrisiswet" en diverse ordeningsbesluiten ingevoerd. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een dergelijk overkoepelend orgaan dat de markt moest reguleren en overproductie of ongebreidelde concurrentie moest tegengaan.

De eisen die in de brief worden gesteld, maken deel uit van de zogeheten "Vestigingswetgeving". Door strenge eisen te stellen aan vakbekwaamheid en kapitaal, probeerde men de kwaliteit van de handel te waarborgen en de sector te beschermen tegen instabiliteit. Minder dan een jaar na deze brief zou de Duitse bezetting leiden tot een nog veel striktere distributie- en ordeningspolitiek. De geadresseerde woonde in de Rombout Hogerbeetsstraat in Amsterdam, een buurt (de Frederik Hendrikbuurt) die destijds veel kleine ondernemers en handwerkslieden huisvestte.