Uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Stempel linksboven:] № 554 L.M. 1939
[Stempel linksboven:] № 26/31/8 M. 1939 [handgeschreven:] 22/7
[Handschrift rechtsboven:] 3/8/39 AG [onleesbaar: Marthin?] [onleesbaar: zoen? / Toafm?]
[Handschrift rechtsmidden:] n.i. d.t.v. app / Imp 29-7-39
No. 554 L.M. 1939. Straf bezoeker der markten.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Vrijdag, 7 Juli 1939.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch-
en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende be-
sluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het
Marktwezen dd. 1 Juli 1939, No. 26/31/3 M;
Gelet op art. 39, lid 3 van het Reglement op de Markten;
B e s l u i t e n :
te bepalen, dat A. Hebig, Blasiusstraat 96 II, met ingang van 15
Juli 1939 voor den tijd van één jaar zal worden gestraft met ont-
neming van het recht om een plaats op de markten hier ter stede
te bezetten, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk
een gedeelte, n.l. 6 maanden, dus tot 15 Januari 1940, ten uit-
voer zal worden gebracht, terwijl het overige gedeelte van die
straf in werking zal treden, indien Hebig voornoemd binnen den
tijd van 3 jaren wederom een strafbaar feit op de markten zal
plegen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdee-
ling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrich-
tingen (3 stuks).
Al.
[Paraph]
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
[Handtekening: Van Rijn]
[Rechtsonder handgeschreven paginanummer:] 26 Dit document betreft een officiële disciplinaire maatregel van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders tegen een individuele burger, de heer A. Hebig, woonachtig aan de Blasiusstraat.
Op basis van een rapport van de Dienst van het Marktwezen is Hebig schuldig bevonden aan een niet nader gespecificeerde overtreding van het 'Reglement op de Markten' (artikel 39, lid 3). De opgelegde straf is aanzienlijk: een verbod van één jaar om een marktplaats te bezetten in Amsterdam.
Interessant is de juridische vormgeving van de straf:
1. Directe ingang: 6 maanden onvoorwaardelijk (tot 15 januari 1940).
2. Voorwaardelijk deel: 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Het besluit is ondertekend door de gemeentesecretaris (waarschijnlijk Van Rijn) namens het college. De ambtelijke afkorting 'L.M.' in de nummering staat voor 'LevensMiddelen', de afdeling die verantwoordelijk was voor het markttoezicht. Het document dateert van juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de controle op de Amsterdamse markten zeer streng. Markten waren essentieel voor de voedselvoorziening van de stad en het handhaven van orde, hygiëne en eerlijke handel werd als een kerntaak van de overheid gezien.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (destijds de SDAP-er Florentinus Marinus Wibaut of zijn opvolger) beheerde een brede portefeuille die direct raakte aan het dagelijks leven en de volksgezondheid van de Amsterdammer.
De Blasiusstraat, waar de gestrafte woonde, lag in de Oosterparkbuurt, een typische vooroorlogse volkswijk waar veel marktkooplieden gevestigd waren. Een marktverbod betekende in die tijd vaak een direct verlies van inkomen voor een gezin, wat de ernst van de maatregel onderstreept. De administratieve precisie (de verschillende stempels en verwijzingen naar rapportnummers) getuigt van het ver doorgevoerde bureaucratische apparaat van de gemeente Amsterdam in het interbellum.