Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 156
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).

11 augustus 1939. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam), namens deze de Secretaris. Referentie: VP/HG. 26/34/2 M. Aan: Den Heer H. Lap, Lepelstraat 71 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 10).

Origineel

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 11 augustus 1939. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam), namens deze de Secretaris. Referentie: VP/HG. 26/34/2 M. Den Heer H. Lap, Lepelstraat 71 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 10). [Handgeschreven: extra]

VP/HG.

26/34/2 M.

11 Augustus 1939.

den Heer H. Lap,
Lepelstraat 71 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 Juli jl. verleen
ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich des Zater-
dags op Uw plaats op de markt Dapperstraat te laten bijstaan -
niet vervangen - door Uw dochter Rika. Uw zoon Salomon mag op
de bedoelde marktplaats niet behulpzaam zijn, omdat hij den
veertienjarigen leeftijd nog niet heeft bereikt en bovendien
omdat geen tweede assistent op een marktplaats wordt toege-
staan. U dient hiervan goede nota te nemen.

De Directeur,
b.a. De Secretaris, Deze brief is een formeel besluit van een Amsterdamse gemeentelijke instantie (vermoedelijk het Marktwezen) naar aanleiding van een verzoek van de heer H. Lap. Het document illustreert de strikte regulering van de markthandel in de jaren dertig.

De kern van het besluit is dat de heer Lap op zaterdagen op de Dappermarkt mag worden geholpen door zijn dochter Rika. Hierbij wordt expliciet benadrukt dat het gaat om 'bijstaan' en niet om 'vervangen'; de vergunninghouder moet dus zelf aanwezig blijven. Het verzoek om ook zijn zoon Salomon te laten helpen wordt afgewezen op basis van twee gronden:
1. Leeftijd: Salomon is jonger dan 14 jaar, wat destijds de minimumleeftijd was voor dergelijke werkzaamheden op de markt.
2. Kwantiteit: De marktverordening stond slechts één assistent per standplaats toe.

De toon van de brief is dwingend en ambtelijk ("U dient hiervan goede nota te nemen"). De brief dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger, de heer H. Lap, woonde in de Lepelstraat, die destijds deel uitmaakte van de Joodse buurt in Amsterdam-Centrum. Veel bewoners uit deze buurt waren als koopman actief op de nabijgelegen markten, zoals de Dappermarkt.

Genealogisch onderzoek wijst uit dat het hier waarschijnlijk gaat om Hartog Lap (geboren 1891), die inderdaad op dit adres woonde. Zijn kinderen Rika en Salomon worden in de brief bij naam genoemd. Dit soort documenten is van grote waarde voor historisch onderzoek naar het dagelijks leven en de sociaaleconomische positie van (Joodse) marktkooplieden in Amsterdam voor de deportaties. Het toont aan hoe zelfs de kleinste details van hun broodwinning — wie er op welke dag mocht helpen bij een marktkraam — onderworpen waren aan bureaucratische controle.

Samenvatting

Deze brief is een formeel besluit van een Amsterdamse gemeentelijke instantie (vermoedelijk het Marktwezen) naar aanleiding van een verzoek van de heer H. Lap. Het document illustreert de strikte regulering van de markthandel in de jaren dertig.

De kern van het besluit is dat de heer Lap op zaterdagen op de Dappermarkt mag worden geholpen door zijn dochter Rika. Hierbij wordt expliciet benadrukt dat het gaat om 'bijstaan' en niet om 'vervangen'; de vergunninghouder moet dus zelf aanwezig blijven. Het verzoek om ook zijn zoon Salomon te laten helpen wordt afgewezen op basis van twee gronden:
1. Leeftijd: Salomon is jonger dan 14 jaar, wat destijds de minimumleeftijd was voor dergelijke werkzaamheden op de markt.
2. Kwantiteit: De marktverordening stond slechts één assistent per standplaats toe.

De toon van de brief is dwingend en ambtelijk ("U dient hiervan goede nota te nemen").

Historische Context

De brief dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger, de heer H. Lap, woonde in de Lepelstraat, die destijds deel uitmaakte van de Joodse buurt in Amsterdam-Centrum. Veel bewoners uit deze buurt waren als koopman actief op de nabijgelegen markten, zoals de Dappermarkt.

Genealogisch onderzoek wijst uit dat het hier waarschijnlijk gaat om Hartog Lap (geboren 1891), die inderdaad op dit adres woonde. Zijn kinderen Rika en Salomon worden in de brief bij naam genoemd. Dit soort documenten is van grote waarde voor historisch onderzoek naar het dagelijks leven en de sociaaleconomische positie van (Joodse) marktkooplieden in Amsterdam voor de deportaties. Het toont aan hoe zelfs de kleinste details van hun broodwinning — wie er op welke dag mocht helpen bij een marktkraam — onderworpen waren aan bureaucratische controle.