Ambtelijk rapport/notitie betreffende een marktincident.
Origineel
Ambtelijk rapport/notitie betreffende een marktincident. 27 november 1939. moesten op een morgen staven ijzer op een auto geladen
worden, welke voor perceel AC. 194 stond.
Op provoceerende wijze werd de kar van Mw. Mille-
man door de Fa. J. Wapper verplaatst, hetgeen op deze
gevoelige markt op het kantje af aanleiding gaf
tot een incident.
De houding van den schrijver is als regel anti-
Joodsch, hetgeen uit handelingen en uitdruk-
kingen herhaaldelijk blijkt.
Waar is, dat herhaaldelijk fietsen geplaatst worden
voor diens deur, doch dit geschiedt op vele punten
tegen de gevels, hoofdzakelijk door marktpubliek.
Verplaatsing van Bulleman lijkt eenvoudiger
dan zij is, omreden elk belangetje afgewogen
wordt. Bovendien geeft zulks niet de juiste oplos-
sing, omdat dan toch weer een andere koopman voor zijn
deur wordt geplaatst.
Als de Fa. Wapper zich houdt aan den raad, dien
ik haar gaf om telkens wanneer partijen ijzer
moeten worden opgeslagen of afgeleverd, zich
daags te voren te wenden tot den marktambte-
naar, dan kan, evenals zulks voor andere zaken-
menschen geschiedt, voldoende los of laadruimte
worden vrijgemaakt boven de 3 ½ strekkende meters
ruimte, welke altijd schuinrechts voor haar zaak vrij is.
Amst. 27 Nov. 39.
[Handtekening] Dit rapport, opgesteld door een Amsterdamse marktambtenaar, doet verslag van een burenruzie tussen marktkooplieden. Het incident draaide om het verplaatsen van een handkar door de Firma J. Wapper om ruimte te maken voor het laden van ijzerwaren voor perceel AC. 194. De ambtenaar spreekt van een "gevoelige markt", wat duidt op de gespannen sfeer tussen verschillende groepen kooplieden.
Historisch zeer relevant is de expliciete vaststelling door de ambtenaar dat de persoon die de klacht indiende ("den schrijver") structureel "anti-Joodsch" is in zowel gedrag als taalgebruik. Dit werpt een belangrijk licht op de vooringenomenheid van de klachten tegen de Fa. Wapper (vermoedelijk een Joodse onderneming).
De ambtenaar kiest voor een pragmatische en bemiddelende houding: hij relativeert de klachten over geparkeerde fietsen (een algemeen probleem veroorzaakt door het publiek) en wijst een structurele verplaatsing van marktkramen af. In plaats daarvan adviseert hij de Fa. Wapper om voortaan tijdig laadruimte aan te vragen bij het marktwezen, zoals dat voor alle ondernemers geldt. Het document dateert van 27 november 1939, minder dan een half jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode nam de maatschappelijke spanning en de openlijke uiting van antisemitisme in Amsterdam toe, zeker op de markten in en rond de Jodenbuurt (zoals het Waterlooplein). Dit stuk vormt een micro-historisch bewijs van hoe antisemitische sentimenten destijds doordrongen in alledaagse handelsconflicten en hoe de lokale bureaucratie hiermee omging vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De code "AC. 194" is een specifieke administratieve aanduiding voor een standplaats of perceel op de markt.