Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 425
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief/oproep van een gemeentelijke instantie.

19 december 1939. Van: De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Officiële brief/oproep van een gemeentelijke instantie. 19 december 1939. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd met wapen van Amsterdam]
MARKTWEZEN AMSTERDAM

[Handgeschreven aantekening:] Verzonden 19/12-’39 HG.

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 25/244/4 M.
BIJLAGE
ONDERWERP:

AMSTERDAM (W.) 19 December 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN Mw.R.Pront-Hagenaar,
Nwe.Uilenburgerstraat 56 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om geregeld van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat gebruik te maken, behoort de inschryving op de sollicitantenlyst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.

Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 20 Dec. a.s.om 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

De Directeur,

[Onderaan de pagina:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-’38-1633. Deze brief is een formeel administratief schrijven van het Amsterdamse Marktwezen. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de zaak is dat Mevrouw Pront-Hagenaar een 'voorkeurskaart' bezat voor de Albert Cuypmarkt, maar deze blijkbaar niet (voldoende) gebruikte. Ondanks een eerdere schriftelijke waarschuwing is haar gedrag niet veranderd.

Volgens artikel 10 van het Reglement op de Markten is dit reden voor schrapping van de sollicitantenlijst (de wachtlijst voor een vaste standplaats). De brief dient als een laatste oproep; ze moet de volgende ochtend om 9:00 uur verschijnen bij de inspecteur aan de Jan van Galenstraat (waar de Centrale Markthallen gevestigd waren) om haar zaak te bepleiten voordat de definitieve beslissing tot schrapping wordt genomen.

Opvallend is de zeer korte termijn: de brief is gedateerd op 19 december en zij wordt de volgende dag, 20 december, al op kantoor verwacht. Het document dateert van december 1939, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard bureaucreatiestuk lijkt, is de context van de geadresseerde van historisch belang.

Mevrouw Pront-Hagenaar woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Pront is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam in Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en op de markten, zoals de nabijgelegen markt op het Waterlooplein of de Albert Cuypmarkt.

In de jaren dertig en tijdens de vroege oorlogsjaren werd de regelgeving voor marktkooplieden steeds strikter gehandhaafd. Voor Joodse handelaren was het behouden van een plek op de sollicitantenlijst of een vaste standplaats essentieel voor hun levensonderhoud, zeker naarmate de economische uitsluiting onder de naderende bezetting zou toenemen. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratische realiteit en de kwetsbaarheid van marktkooplieden aan de vooravond van de oorlog.

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief schrijven van het Amsterdamse Marktwezen. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de zaak is dat Mevrouw Pront-Hagenaar een 'voorkeurskaart' bezat voor de Albert Cuypmarkt, maar deze blijkbaar niet (voldoende) gebruikte. Ondanks een eerdere schriftelijke waarschuwing is haar gedrag niet veranderd.

Volgens artikel 10 van het Reglement op de Markten is dit reden voor schrapping van de sollicitantenlijst (de wachtlijst voor een vaste standplaats). De brief dient als een laatste oproep; ze moet de volgende ochtend om 9:00 uur verschijnen bij de inspecteur aan de Jan van Galenstraat (waar de Centrale Markthallen gevestigd waren) om haar zaak te bepleiten voordat de definitieve beslissing tot schrapping wordt genomen.

Opvallend is de zeer korte termijn: de brief is gedateerd op 19 december en zij wordt de volgende dag, 20 december, al op kantoor verwacht.

Historische Context

Het document dateert van december 1939, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard bureaucreatiestuk lijkt, is de context van de geadresseerde van historisch belang.

Mevrouw Pront-Hagenaar woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Pront is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam in Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en op de markten, zoals de nabijgelegen markt op het Waterlooplein of de Albert Cuypmarkt.

In de jaren dertig en tijdens de vroege oorlogsjaren werd de regelgeving voor marktkooplieden steeds strikter gehandhaafd. Voor Joodse handelaren was het behouden van een plek op de sollicitantenlijst of een vaste standplaats essentieel voor hun levensonderhoud, zeker naarmate de economische uitsluiting onder de naderende bezetting zou toenemen. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratische realiteit en de kwetsbaarheid van marktkooplieden aan de vooravond van de oorlog.

Gerelateerde Documenten 3