Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 15 juni 1939 (gebaseerd op het stempel "15/6" en het jaar "1939"). A. Harmsman, N. Prinsengr[acht] 56, Amsterdam (centrum). De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel/Aantekening linksboven:] ni [onleesbaar]
[Stempel paars:] № 26/30 / / M. 1939 [met pen:] 15/6
Aan De Directeur
Marktwesen
Mijnheer
Naar aanleiding mijn schrijven doe
ik een beroep op U, of ik mijn plaats
in de Dapperstr einde September
mag in nemen aangezien ik in de
Zomerdagen niet met Oliebollen
kan gaan staan Tevens wil ik
het marktgeld betalen.
Hopende dat ik van U een
gunstig antwoord moogt ontvangen
Hoogachtend
A Harmsman
N. Prinsengr 56
centrum
Hier * Taal en handschrift: Het document is geschreven in een duidelijk, verzorgd cursief handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw. De spelling "Marktwesen" (met een 's') en de zinsconstructie "moogt ontvangen" zijn licht verouderd maar correct voor die tijd.
* Kern van het verzoek: De afzender, waarschijnlijk een oliebollenbakker, heeft een toegewezen plek op de Dappermarkt (een bekende markt in Amsterdam-Oost). Omdat oliebollen een seizoensproduct zijn dat in de zomer niet wordt verkocht, verzoekt de afzender om pas eind september de plek in te nemen.
* Financiële toezegging: Om de claim op de felbegeerde marktplaats te behouden, benadrukt de schrijver bereid te zijn het verschuldigde marktgeld te betalen, ook voor de periode dat de plek niet fysiek bezet wordt. Dit duidt op een schaarste aan vaste plekken op de markt.
* Locatie: De afzender woont aan de Nieuwe Prinsengracht 56 in het centrum van Amsterdam ("Hier" duidt op dezelfde stad als de ontvanger). * Historisch kader: De brief dateert van juni 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het document weerspiegelt de normale administratieve gang van zaken bij de gemeente Amsterdam in de vooravond van de oorlog.
* Sociaal-economisch: De Dappermarkt is van oudsher een belangrijke volksmarkt. Het verkopen van oliebollen was (en is deels nog steeds) een strikt seizoensgebonden ambacht. De regelgeving van het Marktwezen was streng; wie zijn plek niet bezette, liep het risico deze kwijt te raken aan een andere gegadigde. Door te betalen voor een onbezette plek ("staangeld"), probeerde de ondernemer zijn broodwinning voor het komende winterseizoen veilig te stellen.
* Administratieve verwerking: De paarse stempel en het handgeschreven nummer bovenin wijzen op een formele registratie in het archief van de Dienst van het Marktwezen, waarbij de brief waarschijnlijk is gekoppeld aan een eerder dossier of schrijven ("Naar aanleiding mijn schrijven").