Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 376
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief

9 januari 1940 Van: J. Renz (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder) Aan: Den Heer Inspecteur

Origineel

Handgeschreven brief 9 januari 1940 J. Renz (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder) Den Heer Inspecteur Dapperstraat
9 Jan: 1940

Den Heer
Inspecteur

Hierbij zou ik U in overweging willen geven
het verzoek van Dhr: J. Blitz pl: n: 27, om
tijdens de wintermaanden uitstel plaats
bezetten, niet toe te staan, daar er anders zeer
veel kooplieden met hetzelfde verzoek
komen, en dat nadeelig voor de markt is.

J. Renz De brief is een formeel ambtelijk schrijven met betrekking tot de regelgeving op de Amsterdamse Dappermarkt. De schrijver, J. Renz, adviseert de Inspecteur negatief over een verzoek van een specifieke koopman, de heer J. Blitz (standplaats nummer 27).

De heer Blitz heeft blijkbaar verzocht om zijn kraam tijdens de koude wintermaanden niet te hoeven bezetten, zonder daarbij zijn rechten op de standplaats te verliezen. Renz voert een pragmatisch argument aan tegen het inwilligen van dit verzoek: het zou een precedent scheppen. Als één koopman toestemming krijgt om weg te blijven, zullen velen volgen, wat zou leiden tot een "lege" markt, wat schadelijk is voor de levendigheid en het economisch functioneren van de markt als geheel. Dit document stamt uit januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Dappermarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten van de stad. In deze periode was de markt streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam.

De naam "Blitz" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds een grote Joodse populatie kende. Veel Joodse Amsterdammers vonden hun broodwinning in de ambulante handel op markten zoals de Dapperstraat en het Waterlooplein. Dit detail geeft het document, in het licht van de daaropvolgende oorlogsjaren en de vervolging van Joodse marktkooplieden, een extra historische lading. Het laat zien hoe de dagelijkse bureaucratie rondom de markt doorging vlak voordat de wereld van deze mensen ingrijpend zou veranderen.

Samenvatting

De brief is een formeel ambtelijk schrijven met betrekking tot de regelgeving op de Amsterdamse Dappermarkt. De schrijver, J. Renz, adviseert de Inspecteur negatief over een verzoek van een specifieke koopman, de heer J. Blitz (standplaats nummer 27).

De heer Blitz heeft blijkbaar verzocht om zijn kraam tijdens de koude wintermaanden niet te hoeven bezetten, zonder daarbij zijn rechten op de standplaats te verliezen. Renz voert een pragmatisch argument aan tegen het inwilligen van dit verzoek: het zou een precedent scheppen. Als één koopman toestemming krijgt om weg te blijven, zullen velen volgen, wat zou leiden tot een "lege" markt, wat schadelijk is voor de levendigheid en het economisch functioneren van de markt als geheel.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Dappermarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten van de stad. In deze periode was de markt streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam.

De naam "Blitz" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds een grote Joodse populatie kende. Veel Joodse Amsterdammers vonden hun broodwinning in de ambulante handel op markten zoals de Dapperstraat en het Waterlooplein. Dit detail geeft het document, in het licht van de daaropvolgende oorlogsjaren en de vervolging van Joodse marktkooplieden, een extra historische lading. Het laat zien hoe de dagelijkse bureaucratie rondom de markt doorging vlak voordat de wereld van deze mensen ingrijpend zou veranderen.

Locaties

Dapperstraat Amsterdam