Brief/Adviesnota
Origineel
Brief/Adviesnota 7 september 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam vP/HG.
1 ex. Fa. de Graer
extra
27/40/3 M.
n 3 7 September 1939.
Verzoek van Fa.Gebr.Soest
om geen marktplaatsen voor den Heer Wethouder
garage-ingang Ten Katestraat voor de Levensmiddelen,
uit te geven. A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 25 April en 1 Mei jl. om advies ontvangen stukken no.353 L.M.1939, waarvan de beantwoording door omstandigheden is vertraagd, heb ik de eer U het navolgende te berichten. Bij een onderzoek, dat naar de onderhavige klacht is ingesteld, is gebleken, dat het niet zoo zeer de bedoeling van adressante was, om den uitgang van haar garage aan de Ten Katestraat vrij te houden van marktkramen, als wel om vergunning te krijgen, om in de Bellamystraat een of twee auto's te mogen parkeeren. Bij een dezerzijds met de Politie gehouden bespreking is gebleken, dat een dergelijke vergunning, in verband met de consequenties, niet kan worden verleend, doch dat der adressante zonder bezwaar oogluikend kan worden toegestaan om, voor zoover dit noodig is, een of twee auto's in de Bellamystraat te plaatsen. De adressante is hiermede volkomen bevredigd; zij zal zorg dragen, dat alleen bij uiterste noodzaak van de bedoelde toestemming gebruik wordt gemaakt. Zij deelde voorts mede, dat zij het in den aanhef bedoelde stukken vervatte verzoek thans intrekt, zoodat het niet noodig is ten deze op de markt Ten Katestraat bijzondere maatregelen te nemen.
Ik geef U beleefd in overweging de onderhavige aangelegenheid als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, Deze brief betreft de afhandeling van een klacht van de firma Gebroeders Soest. De kern van de zaak is een pragmatische oplossing voor een parkeerprobleem in een drukke marktwijk in Amsterdam.
- De klacht: Aanvankelijk verzocht de firma om de ruimte voor hun garage-ingang aan de Ten Katestraat (waar de dagmarkt plaatsvindt) vrij te houden van marktkramen.
- De werkelijke behoefte: Uit onderzoek bleek dat het de firma eigenlijk te doen was om parkeergelegenheid voor één of twee auto's in de nabijgelegen Bellamystraat.
- De oplossing: Een officiële vergunning voor parkeren in de Bellamystraat werd geweigerd (waarschijnlijk om geen precedent te scheppen), maar er werd een informele afspraak gemaakt: de politie zou het parkeren "oogluikend" toestaan bij uiterste noodzaak.
- Resultaat: De firma trok haar oorspronkelijke verzoek over de marktplaatsen in, waardoor de indeling van de Ten Katemarkt ongewijzigd kon blijven. De datum van de brief, 7 september 1939, is historisch zeer significant. Dit is slechts zes dagen na de Duitse inval in Polen en vier dagen nadat Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog aan Duitsland verklaarden. Terwijl Europa in een grootschalig conflict stortte en Nederland mobiliseerde, hield het Amsterdams lokaal bestuur zich nog bezig met zeer specifieke, alledaagse zaken zoals de indeling van de marktkramen in de Ten Katestraat en informeel parkeerbeleid.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode verantwoordelijk voor de markten, die cruciaal waren voor de voedselvoorziening van de stad. De genoemde locaties (Ten Katestraat en Bellamystraat) liggen in de Kinkerbuurt (Oud-West), een wijk die destijds zeer dichtbevolkt was en waar de ruimte tussen marktkooplieden en lokale ondernemers constant schaars was. De term "oogluikend toestaan" illustreert de typische Nederlandse bestuurscultuur van die tijd (en later), waarbij strikte regels werden omzeild met informele afspraken om de goede vrede te bewaren.