Dienstbrief / Administratief memorandum
Origineel
Dienstbrief / Administratief memorandum 16 juni 1939 (met verwijzing naar 12 juni in de kantlijn) Waarnemend Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen) № 29/21/1. № 1939 12/6
Den heer Inspecteur v/h Marktwezen alhier.
In verband met het verzoek van A. Stoppelman Jr.,
houder der plaatsen nº 60 en 61 Nieuwmarkt, om
plaats 59 er bij te mogen hebben, deel ik U mede
dat plaats nº 59 met ingang van heden wordt aan-
geslagen. De heer Stoppelman kan op lijst dienaan-
gaande teekenen, terwijl na eventueel rechthebbend
te zijn geworden, bezien zal moeten worden of
hem in verband met concurrentie de plaats kan
worden toegewezen.
De heer Stoppelman wil op die plaats (59)
zijde uitstallen terwijl zijn plaatsen 60 en 61 voor stoffen
zijn aangewezen. Amsterdam, 16 Juni 1939
waarn. Dir.
[Onleesbare handtekening] Dit document is een ambtelijke correspondentie betreffende de toewijzing van marktplaatsen op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De kern van het document is de aanvraag van een zekere A. Stoppelman Jr. om zijn huidige standplaatsen (60 en 61) uit te breiden met nummer 59.
Enkele administratieve details vallen op:
* Procedure: De plaats wordt eerst "aangeslagen" (officieel als beschikbaar gemeld of aangeplakt). De aanvrager moet een lijst tekenen, waarna een onderzoek volgt naar "concurrentie". Dit suggereert dat het Marktwezen waakte over een gevarieerd aanbod op de markt en wilde voorkomen dat één koopman een monopolie kreeg of dat er te veel van hetzelfde product op een klein gebied werd verkocht.
* Assortiment: Er wordt een specifiek onderscheid gemaakt tussen "stoffen" (op plaatsen 60 en 61) en "zijde" (beoogd voor plaats 59). Dit duidt op een strikte specialisatie per standplaats.
* Datering: De brief is gedateerd op 16 juni 1939, minder dan drie maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Nieuwmarkt was (en is) een centraal marktplein in Amsterdam, gelegen in de voormalige Joodse buurt. De naam Stoppelman komt in die tijd veelvuldig voor onder Joodse markthandelaren in textiel.
Gezien de datum (juni 1939) weerspiegelt dit document de laatste periode van relatieve normaliteit voor de Amsterdamse markthandel voor de Duitse bezetting. Tijdens de bezetting zouden veel van deze handelaren, waaronder waarschijnlijk ook leden van de familie Stoppelman, hun vergunningen verliezen en uiteindelijk het slachtoffer worden van de deportaties. Archiefstukken zoals deze zijn cruciaal voor het reconstrueren van de sociaal-economische geschiedenis van de Joodse ondernemers in Amsterdam vlak voor de Sjoa. De bureaucratische toon van het document staat in schril contrast met de catastrofale gebeurtenissen die kort na deze brief zouden volgen.