Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 155
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief (aanmaning).

3 februari 1939.

Origineel

Officiële brief (aanmaning). 3 februari 1939. (In de linkerbovenhoek het wapen van Amsterdam met kroon en leeuwen)
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 31/7/3 M.
BIJLAGE ____________________
ONDERWERP: ____________________

AMSTERDAM (W.) 3 Februari 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN den Heer J.v.Gelder,
Waterlooplein 68 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

(Bovenaan handgeschreven in potlood: Verzonden 3/2)

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Uilenburg te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór op 5 Februari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 12 Februari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

(Linksonder in kleine letterdruk: A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633.) Deze brief is een formeel juridisch instrument van de Amsterdamse gemeentelijke overheid. De tekst is zakelijk en dreigend van aard ("onherroepelijk wordt ingetrokken"). Het doel is tweeledig: het innen van achterstallig marktgeld en het handhaven van de marktreglementen. De brief specificeert een harde deadline (5 februari voor betaling) en de daaropvolgende consequentie (verlies van de standplaats per 12 februari). Opvallend is de expliciete vermelding van sociale omstandigheden ("steun geniet") als mogelijke verzachtende factor, wat duidt op de economische realiteit van die tijd waarin veel marktkooplieden op of onder de armoedegrens leefden. De brief dateert van februari 1939, slechts anderhalf jaar voor de Duitse inval. De locatie van de markt (Uilenburg) en het adres van de geadresseerde (Waterlooplein) liggen in het hart van de historische Joodse buurt van Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel. In deze periode van economische depressie en toenemend antisemitisme in Europa, hadden veel kleine handelaren het zwaar. De administratieve precisie van de Dienst Marktwezen, zoals blijkt uit dit document, laat zien hoe strak het gemeentelijk apparaat de controle hield op de openbare markten, die de levensader vormden van de wijk Uilenburg.

Samenvatting

Deze brief is een formeel juridisch instrument van de Amsterdamse gemeentelijke overheid. De tekst is zakelijk en dreigend van aard ("onherroepelijk wordt ingetrokken"). Het doel is tweeledig: het innen van achterstallig marktgeld en het handhaven van de marktreglementen. De brief specificeert een harde deadline (5 februari voor betaling) en de daaropvolgende consequentie (verlies van de standplaats per 12 februari). Opvallend is de expliciete vermelding van sociale omstandigheden ("steun geniet") als mogelijke verzachtende factor, wat duidt op de economische realiteit van die tijd waarin veel marktkooplieden op of onder de armoedegrens leefden.

Historische Context

De brief dateert van februari 1939, slechts anderhalf jaar voor de Duitse inval. De locatie van de markt (Uilenburg) en het adres van de geadresseerde (Waterlooplein) liggen in het hart van de historische Joodse buurt van Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel. In deze periode van economische depressie en toenemend antisemitisme in Europa, hadden veel kleine handelaren het zwaar. De administratieve precisie van de Dienst Marktwezen, zoals blijkt uit dit document, laat zien hoe strak het gemeentelijk apparaat de controle hield op de openbare markten, die de levensader vormden van de wijk Uilenburg.