Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 214
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt concept-rapport / ambtelijk advies.

Na 25 november 1936 (verwijst naar een vergadering op die datum).

Origineel

Getypt concept-rapport / ambtelijk advies. Na 25 november 1936 (verwijst naar een vergadering op die datum). CONCEPT.
Aan de Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachteryen.

De ter vergadering van 25 November 1936 ingestelde sub-commissie, aan wier werkzaamheden is deelgenomen door den secretaris van het Marktwezen Mr.A.van Praag, heeft zich beraden, welke regeling voor het slachten en keuren van en den handel in wild en gevogelte hier ter stede, bij den huidigen stand der Wetgeving, kan worden ontworpen.

Naar het oordeel van de sub-commissie is het gewenscht om de voorgestelde bepalingen te beperken tot pluimvee en konynen. Het wild-verbruik hier ter stede heeft niet zoodanigen omvang, dat bijzondere maatregelen daarvoor worden vereischt; ook het slachten pleegt niet den hinder te veroorzaken, die van pluimvee-slachteryen wordt ondervonden. De wenschelykheid om wèl konynen bij de regeling te betrekken berust vooral op het grootere verbruik, dat een intensievere keuring wettigt.

Voor de onderhavige regeling komen drie wetten als uitgangspunt in aanmerking:
I) art.4 sub 3e der Hinderwet;
II) art.15 lid 3 der Warenwet 1919 (S.581);
III) art.168 der Gemeentewet.

Ad I. Krachtens artikel 4 sub 3e der Hinderwet kan de Gemeenteraad bij plaatselyke verordening verbieden o.a. om een slachtery op te richten, te hebben of te gebruiken indien in de gemeente een inrichting aanwezig is, waarin belanghebbenden onder bij verordening vast te stellen voorwaarden het bedryf kunnen uitoefenen.

De eenige vraag, die hier ryst is, of een pluimveeslachtery een slachtery is in den zin van deze wetsbepaling. Gezien het feit, dat een Wetsontwerp aanhangig is, waarby de pluimvee-slachteryen uitdrukkelyk onder dit voorschrift worden gebracht, moet deze vraag waarschynlijk voor de wet in haar huidigen vorm ontkennend worden beantwoord. Aangezien de Regeering evenwel, blykens het * Doel van het document: Het document dient als juridische verkenning om te zien hoe de gemeente de overlast van pluimveeslachterijen kan inperken en de keuring van het vlees kan verbeteren.
* Juridische kernvraag: De sub-commissie worstelt met de definitie van een "slachterij" in de toenmalige Hinderwet. Valt een kleinschalige pluimveeslachterij onder dezelfde strenge regels als een abattoir voor vee? De commissie concludeert dat dit juridisch (nog) niet het geval is, maar dat er landelijke wetgeving in de maak is om dit te herstellen.
* Beleidskeuze: Er wordt expliciet geadviseerd om "wild" (zoals herten of zwijnen) buiten de regeling te laten wegens de geringe omvang, maar "konynen" (konijnen) juist wel op te nemen vanwege het hoge consumptieniveau en de noodzaak tot keuring.
* Stijlkenmerken: Gebruik van de letter 'y' in plaats van 'ij' (slachteryen, konynen, waarschynlyk), wat kenmerkend is voor bepaalde ambtelijke spellingen of schrijfmachine-gewoonten uit die periode. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de roep om hygiëne en centrale controle op voedselproductie in de Nederlandse steden toenam. De genoemde Mr. A. van Praag (Arnold van Praag) was een invloedrijke ambtenaar in Amsterdam, directeur van het Marktwezen. De term "hier ter stede" in combinatie met zijn naam duidt er vrijwel zeker op dat dit een Amsterdams dossier betreft.

De discussie over de Hinderwet is historisch interessant omdat het de overgang markeert van kleinschalige, ongecontroleerde stadsslachterijen naar gecentraliseerde, hygiënische vleesverwerking. De sub-commissie probeert hier de mazen in de wet te dichten nog voordat de nieuwe landelijke wetgeving van kracht is.

Samenvatting

  • Doel van het document: Het document dient als juridische verkenning om te zien hoe de gemeente de overlast van pluimveeslachterijen kan inperken en de keuring van het vlees kan verbeteren.
  • Juridische kernvraag: De sub-commissie worstelt met de definitie van een "slachterij" in de toenmalige Hinderwet. Valt een kleinschalige pluimveeslachterij onder dezelfde strenge regels als een abattoir voor vee? De commissie concludeert dat dit juridisch (nog) niet het geval is, maar dat er landelijke wetgeving in de maak is om dit te herstellen.
  • Beleidskeuze: Er wordt expliciet geadviseerd om "wild" (zoals herten of zwijnen) buiten de regeling te laten wegens de geringe omvang, maar "konynen" (konijnen) juist wel op te nemen vanwege het hoge consumptieniveau en de noodzaak tot keuring.
  • Stijlkenmerken: Gebruik van de letter 'y' in plaats van 'ij' (slachteryen, konynen, waarschynlyk), wat kenmerkend is voor bepaalde ambtelijke spellingen of schrijfmachine-gewoonten uit die periode.

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de roep om hygiëne en centrale controle op voedselproductie in de Nederlandse steden toenam. De genoemde Mr. A. van Praag (Arnold van Praag) was een invloedrijke ambtenaar in Amsterdam, directeur van het Marktwezen. De term "hier ter stede" in combinatie met zijn naam duidt er vrijwel zeker op dat dit een Amsterdams dossier betreft.

De discussie over de Hinderwet is historisch interessant omdat het de overgang markeert van kleinschalige, ongecontroleerde stadsslachterijen naar gecentraliseerde, hygiënische vleesverwerking. De sub-commissie probeert hier de mazen in de wet te dichten nog voordat de nieuwe landelijke wetgeving van kracht is.