Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 215
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk advies of verslag van een sub-commissie betreffende wetgeving.

Origineel

Ambtelijk advies of verslag van een sub-commissie betreffende wetgeving. -2-

voorbereiden van een Wetsontwerp ten deze, het belang erkent, dat
pluimvee-slachteryen onder het onderhavige voorschrift vallen, lykt
het wel verantwoord om reeds thans te dien aanzien een plaatselyke
verordening te ontwerpen. De kans, dat de Kroon een dergelyke ver-
ordening krachtens artikel 185 der Gemeentewet zal vernietigen,
wordt op grond van het bovenstaande gering geacht. Uiteraard blyft
de mogelykheid bestaan, dat de Rechter, de verordening toetsende,
haar niet verbindend zou verklaren. Wenscht men dit gevaar te ont-
gaan, dan zou kunnen worden overwogen, om de verordening tot cen-
tralisatie der slachtingen te baseeren op artikel 168 der Gemeente-
wet. (Openbare orde). Deze weg is ook gekozen voor niet-bedryfs-
slachtingen van vee. Zooals uit het bovenstaande blykt, is uitge-
gaan van de gedachte, dat het slachten van pluimvee e.d. centraal
zou moeten geschieden; een maatregel, die in de eerste plaats noo-
dig is, om den ten deze bestaanden hinder doeltreffend te bestryden.
Aan centralisatie der slachting is bovendien het voordeel
verbonden, dat de eventueel in te voeren verplichte keuring van
pluimvee en konynen erdoor wordt vergemakkelykt.

    **Ad II.** Deze verplichte keuring zou moeten voorafgaan aan

het in den handel brengen van de waar. Krachtens de Verordening ex
artikel 6 der Warenwet zyn geslacht pluimvee en geslachte konynen,
evenals andere waren, aan keuring onderworpen; het is, om hygiëni-
sche redenen, gewenscht, om ten deze verdere eischen te stellen.
Hiertoe opent artikel 15 lid 3 der Warenwet de mogelykheid, door de
Kroon de bevoegdheid te verleenen, om aan gemeenteraden toe te
staan, eischen te stellen, waaraan een bepaalde waar moet voldoen.
Een eisch, die in het onderhavige geval dient te worden gesteld is,
dat de waar voorzien moet zyn van een merk, waaruit kan blyken, dat
zy gekeurd is. Naar het oordeel van de meerderheid der sub-commissie
omvat deze eisch voldoende, om een nadere regeling als in artikel
15 lid 3 der Warenwet bedoeld, te rechtvaardigen. Uiteraard zal
het noodig zyn, wanneer de Gemeente zich tot de Kroon wendt met een
verzoek om toestemming zooals in laatstgenoemd artikel voorgeschreven Dit document betreft een juridisch en beleidsmatig advies over de centralisatie van pluimveeslachtingen op lokaal (gemeentelijk) niveau. De kern van het betoog is tweeledig:

  1. Juridische Grondslag: Er wordt gedebatteerd over welke artikelen van de Gemeentewet het meest stabiel zijn voor een dergelijke verordening. Artikel 185 wordt genoemd, maar artikel 168 (openbare orde) wordt gesuggereerd als een veiliger alternatief om juridische nietigverklaring te voorkomen. Het argument voor centralisatie is de bestrijding van overlast ("hinder").
  2. Volksgezondheid en Controle: Centralisatie wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde om een efficiënte keuring van pluimvee en konijnen mogelijk te maken. Er wordt geadviseerd om gebruik te maken van de Warenwet om strengere eisen te stellen, specifiek het verplichten van een keurmerk op het product voordat het verhandeld mag worden.

De tekst getuigt van een verschuiving naar meer centrale controle op voedselveiligheid en hygiëne, waarbij de rol van de lokale overheid in overleg met de centrale overheid ("de Kroon") wordt vastgelegd. Hoewel een exacte datum ontbreekt, wijst de spelling (zoals "slachteryen", "lykt", "mogelykheid") op de eerste helft van de 20e eeuw, waarschijnlijk de jaren '30 of vroege jaren '40. In deze periode was er een toenemende aandacht voor de professionalisering van de vleeskeuring en de aanpak van kleinschalige, ongecontroleerde slachtingen in stedelijke gebieden ter bevordering van de algemene hygiëne. De vermelding van een "sub-commissie" suggereert dat dit onderdeel is van een breder wetgevingsproces of een ambtelijke voorbereiding op een raadsbesluit.

Samenvatting

Dit document betreft een juridisch en beleidsmatig advies over de centralisatie van pluimveeslachtingen op lokaal (gemeentelijk) niveau. De kern van het betoog is tweeledig:

  1. Juridische Grondslag: Er wordt gedebatteerd over welke artikelen van de Gemeentewet het meest stabiel zijn voor een dergelijke verordening. Artikel 185 wordt genoemd, maar artikel 168 (openbare orde) wordt gesuggereerd als een veiliger alternatief om juridische nietigverklaring te voorkomen. Het argument voor centralisatie is de bestrijding van overlast ("hinder").
  2. Volksgezondheid en Controle: Centralisatie wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde om een efficiënte keuring van pluimvee en konijnen mogelijk te maken. Er wordt geadviseerd om gebruik te maken van de Warenwet om strengere eisen te stellen, specifiek het verplichten van een keurmerk op het product voordat het verhandeld mag worden.

De tekst getuigt van een verschuiving naar meer centrale controle op voedselveiligheid en hygiëne, waarbij de rol van de lokale overheid in overleg met de centrale overheid ("de Kroon") wordt vastgelegd.

Historische Context

Hoewel een exacte datum ontbreekt, wijst de spelling (zoals "slachteryen", "lykt", "mogelykheid") op de eerste helft van de 20e eeuw, waarschijnlijk de jaren '30 of vroege jaren '40. In deze periode was er een toenemende aandacht voor de professionalisering van de vleeskeuring en de aanpak van kleinschalige, ongecontroleerde slachtingen in stedelijke gebieden ter bevordering van de algemene hygiëne. De vermelding van een "sub-commissie" suggereert dat dit onderdeel is van een breder wetgevingsproces of een ambtelijke voorbereiding op een raadsbesluit.