Handgeschreven registerblad of administratieve notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven registerblad of administratieve notitie op gelinieerd papier. Hegthart. geb. 7.2.'83 te A'dam. Papierophaler bij vaste
Daniël. klanten. Adres Westerstraat 216^II Levert het papier
aan verschillende handelaren.
van Tunen. geb. 13-3-'05 te A'dam. Papierophaler bij fabrieken
Dirk. en bedrijven. Adres Westerstraat 218. Levert het papier
aan fa. Th. Eloff & Zn. Oude Zijdsachterburgwal 45.
Heeft vroeger een ventvergunning maar sedert 1937 niet
meer omdat voor papierophaler geen vergunning nodig is.
Oostenbrugge. geb. 20-1-05 te A'dam. Papierophaler bij particulieren
Hendrik. en bedrijven. Adres Nieuwmarkt 3^II. Levert het papier
aan fa. Rubens. Het document is een administratief overzicht van drie individuen die werkzaam waren als papierophaler in Amsterdam. Per persoon zijn de volgende gegevens genoteerd:
* Naam en personalia: Achternaam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats.
* Beroepsuitoefening: De aard van hun klantenkring (vaste klanten, fabrieken/bedrijven of particulieren).
* Adres: De woon- of werklocatie van de betrokkene.
* Bedrijfsvoering: Aan welke firma's of handelaren zij hun opgehaalde papier leverden (bijv. fa. Th. Eloff & Zn).
Een opvallend detail is de opmerking bij Dirk van Tunen over de vergunningsplicht. Het document vermeldt expliciet dat vanaf 1937 voor het ophalen van papier geen ventvergunning meer vereist was, wat duidt op een wijziging in de lokale regelgeving (APV). Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit een politiedossier of een gemeentelijk archief dat toezicht hield op de straathandel en afvalverwerking in Amsterdam. In de eerste helft van de 20e eeuw was de informele sector van 'voddenmannen' en papierophalers essentieel voor de stedelijke economie en recycling.
De genoemde locaties (Westerstraat in de Jordaan en de Nieuwmarkt) waren destijds levendige wijken met veel kleinschalige bedrijvigheid. De registratie diende waarschijnlijk om inzicht te krijgen in wie er op straat actief was en om eventuele misstanden of illegale handel te controleren. De precieze datering en context suggereren een periode waarin de overheid probeerde meer grip te krijgen op deze beroepsgroep, die vaak op de grens van de formele en informele economie opereerde.