Een handgeschreven pagina uit een register of administratief overzicht (mogelijk een personeels- of militieregister).
Origineel
Een handgeschreven pagina uit een register of administratief overzicht (mogelijk een personeels- of militieregister). RESERVE (stempel)
| Naam | Voorn: | Geb: | Woonpl: |
|---|---|---|---|
| Duijts | Johannes | 28 Januari 1907 | G. Haakschk. 65 ^III |
| Dams | Paulus | 18 December 1906 | Laurierstr 77 ^II |
| Forrer, | Jan, Leendert | 8 Februari 1910 | Gentiaanplein 31 ^II |
| Freriks | Frederik, Klaas | 16 Augustus 1905 | Singel 14 ^III |
| Razemaker | Jan | 22 December 1901 | Pr. Hendrkade 112 ^IV |
| Haaser | Arie | 15 October 1893 | Palmstr. 90 ^III |
| Hauser | Pieter Frederik, George | 13 Mei 1886 | Palmgracht 6 ^II |
| Heimsdijk van | Arnoldus Jacobus, Johannes | 27 Maart 1893 | Bl. Distelweg 6 huis |
| Merks | Henderik | 13 Nov: 1886 | 3e Wittenb.dwstr 22 ^II |
| Hornkes | Meintse | 15 October 1890 | L. Houtstr. 44. |
| Verwijk | Johannes Ferdinand | 25-5. 1887 | Lijnbaansgr. 410 [pmu?] (schip jonge pieter) |
| Schepers | Johannes Jacobus. | 7-4. 1889 | Palmstr 84 ^I |
| * Geografie: Alle vermelde adressen wijzen naar Amsterdam. De locaties zijn verspreid over de stad, waaronder de Jordaan (Palmstraat, Palmgracht, Laurierstraat), het Centrum (Singel, Prins Hendrikkade), de Wittenburgerbuurt en Amsterdam-Noord (Gentiaanplein, Blauwe Distelweg). | |||
| * Adressering: De Romeinse cijfers achter de huisnummers (I, II, III, IV) geven de verdieping aan. "Huis" betekent de begane grond. | |||
| * Opmerkelijke inschrijving: Bij J.F. Verwijk staat de toevoeging "schip jonge pieter", wat aangeeft dat deze persoon op dat moment woonachtig was op een schip dat waarschijnlijk aan de Lijnbaansgracht lag afgemeerd. Dit document is hoogstwaarschijnlijk een lijst van reservepersoneel of een oproeplijst voor een specifieke dienst (zoals de brandweer, de schutterij of een bedrijfspool). De stempel "RESERVE" duidt erop dat deze mannen niet in actieve dienst waren, maar stand-by stonden. Gezien de leeftijden van de mannen — zij zijn ten tijde van een vermoedelijke opmaak rond 1930 tussen de 20 en 45 jaar oud — past dit in het beeld van een lijst voor fysiek belastende arbeid of militaire/civiele dienstplicht. De aanwezigheid van iemand die op een schip woont, is kenmerkend voor de sociaaleconomische geschiedenis van de Amsterdamse grachten in die periode. G. Haakschk J.F. Verwijk L. Houtstr |