Vervolgvel (No. 1) van een ambtelijke brief.
Origineel
Vervolgvel (No. 1) van een ambtelijke brief. 5 maart 1940. DIRECTIE MARKTWEZEN
AMSTERDAM
Vervolg No. 1 van brief dd. 5 Maart 1940
No. 2A/1/9 M. aan den Heer Wethouder voor
te Amsterdam. de Levensmiddelen.
Commissarissen voor de voedselvoorziening van Noord-Holland en Zeeland, maatregelen zijn genomen, om zoo noodig Zeeuwsche aardappelen per zeeschip naar Amsterdam te brengen; dit zelfde kan eventueel ook met Friesche aardappelen, via Harlingen geschieden.
Bovendien is van de zijde van Defensie toegezegd, dat, in geval van oorlog, de binnenscheepvaart zooveel mogelijk in stand zal worden gehouden en dus slechts weinig waterwegen voor de scheepvaart zullen worden verboden. De heer Pool meende, dat, in het ergste geval, altijd nog wel 70 à 80 % van den normalen aardappel-aanvoer naar Amsterdam mogelijk zou zijn. In dit verband merkte hij voorts op, dat de grossiers altijd ^wel^ over eenige voorraden, die voor ongeveer een week voldoende zijn, beschikken; ~~dit geldt ook indien zij geen voorraden willen vormen, omdat zij ongerust zijn door het feit, dat de Regeering groote hoeveelheden aardappelen, leverbaar na 1 April a.s., opkocht.~~
Het risico, waarom mijnerzijds, overeenkomstig Uw wensch, op handhaving der voorraadsvorming ^van Regeeringswege^ werd aangedrongen is volgens Mr. Pool, uitsluitend een vervoers-risico, nl. het gevaar, dat in eventueele eerste oorlogsdagen het vervoer naar Amsterdam en daardoor de aardappel-aanvoer ontwricht zullen zijn. Dit geldt dan in minstens dezelfde mate voor het tarwe- en meelvervoer (noodig voor de broodfabricatie) en voor vele andere producten. In verband met hetgeen hierboven werd meegedeeld, acht de heer Pool het bedoelde risico nochtans zeer gering; te gering dan dat hij, op grond daarvan, de Regeering kan adviseeren den opslag van aardappelen voort te zetten, hetgeen groote financieele offers van de Regeering zou vergen (door bederf, prijsverlies, opslagkosten, enz.).
Met de toezegging, dat de Centrale, onder alle omstandigheden en wat er ook gebeurt, haar best zal doen om de aardappelvoorziening van Amsterdam in stand te houden, werd het onderhoud beëindigd.
De mededeelingen van den heer Pool komen mij voldoende geruststellend voor, weshalve ik U beleefd in over-
Onderaan de pagina: Model A.Z. 15-2000-3-'38-1403 Dit document is een ambtelijk verslag over de logistieke planning van de voedselvoorziening in Amsterdam. De kern van het schrijven is de geruststelling dat, zelfs bij het uitbreken van een oorlog, de aanvoer van aardappelen grotendeels gewaarborgd blijft.
Belangrijke punten in de tekst:
* Alternatieve transportroutes: Er zijn plannen om aardappelen per zeeschip vanuit Zeeland en Friesland (via Harlingen) aan te voeren als de normale wegen gestremd zijn.
* Rol van Defensie: Er is een toezegging dat de binnenscheepvaart prioriteit krijgt en waterwegen zoveel mogelijk open blijven.
* Risicoanalyse: Mr. Pool (waarschijnlijk een functionaris van de Rijksdienst of een marktmeester) schat in dat 70-80% van de normale aanvoer haalbaar blijft.
* Voorraadbeleid: Er wordt gediscussieerd over "voorraadsvorming van Regeeringswege". De conclusie is dat dit te duur is (vanwege bederf en kosten) en dat het transportrisico klein genoeg is om dit niet op grote schaal te doen.
* Doorhaling: De doorgehaalde passage suggereert dat grossiers ongerust waren over overheidsingrijpen in de markt (opkoop van aardappelen per 1 april), maar men heeft besloten dit punt uit de definitieve tekst te laten. De datum van de brief, 5 maart 1940, is cruciaal. Nederland bevindt zich op dat moment in de periode van de Mobilisatie, slechts twee maanden voordat de Duitse inval op 10 mei 1940 een feit zou zijn. De Nederlandse overheid en het Amsterdamse gemeentebestuur waren koortsachtig bezig met de voorbereiding op een mogelijke blokkade of oorlogssituatie.
Aardappelen vormden (samen met brood) het basisvoedsel voor de bevolking. De angst voor honger, zoals die in de Eerste Wereldoorlog was gevoeld (denk aan het aardappeloproer van 1917), zat diep geworteld in het collectieve geheugen van de Amsterdamse politiek. De toon van de brief is typisch voor die periode: een combinatie van nuchtere logistieke planning en een enigszins optimistische inschatting van de beheersbaarheid van een crisissituatie. De praktijk na mei 1940 zou echter snel uitwijzen dat de distributie en aanvoer onder bezetting vele malen complexer en beperkter zouden worden dan hier voorzien.