Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 252
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een vergadering (pagina 3).

Origineel

Getypte notulen/verslag van een vergadering (pagina 3). 3

schen 5 en 7 uur een hiaat in het marktleven ontstaan, om- dat er dan geen publiek is. Ook de Reiniging zal dan later moeten komen om de markt te reinigen. Bovendien moeten de groentenwinkels, volgens het voorschrift der wet, te 6 uur sluiten.
Hiertegen wordt aangevoerd, dat van enkele soorten ar- tikelen, bijv. bloemen, wel aftrek is tusschen 7 en 8 uur misschien niet voor manufacturen.
De Directeur gelooftniet, gehoord de besprekingen, dat hier groote belangen in het spel zijn.
Wel is destijds aan enkelen op de Dapperstraat toege- staan na sluiting der markt tot het uur der winkelsluiting te mogen blijven staan, als speciale standplaatshouder, waar- voor dan ook wordt betaald, maar hierop is het uitstervings- systeem toegepast, zoodat ook aan dit voorrecht t.z.t. een einde komt. In een volgende vergadering kan hierop wellicht nog worden teruggekomen.

Uitbreiding der markten.

     Aan het einde der discussies in de vorige vergadering heeft de Heer Seegers de wenschelijkheid naar voren gebracht de open plaatsen op de markten bezet te krijgen, alvorens tot uitbreiding der markten over te gaan.
     Hieraan wenscht de Directeur te herinneren, om wanneer dit onverhoopt mocht mislukken, eventueel uitbreiding te kun- nen bekijken.

Hr. Neeter herinnert aan de in de vorige vergadering geopper- de bezwaren tegen uitbreiding der markten. De markten zijn over hare verkoopscapaciteit heen. Alleen des Zaterdags is dat voor de Albert Cuypstraat en Dapperstraat anders. Het 2e plein op het Waterlooplein is slecht bezet, ook door het bijvoegen van den Zwanenburgwal.
De venter is geen marktkoopman, hij laat zich niet dwingen, Amsterdam is een stad met het grootst aantal mark- ten in Nederland, waarom nu nog meer? Mercurius is tegen nieuwe markten en tegen uitbreiding van bestaande markten.
Hr. Neeter geeft Directeur in overweging tijd en moei- te te sparen, omdat niemand om uitbreiding heeft gevraagd.
Hr. v. Beemdelust neemt een standpunt in dat lijnrecht staat tegenover dat van den vorigen spreker. Hij is wel voor uit- breiding, waarbij men rekening ermede moet houden, dat inge- schrevenen moeten voorgaan.
Kleine productieve markten acht hij gewenscht, omdat van grooten afstand toch geen koopers op de bestaande mark- ten komen. Op de Elandsgracht zou wellicht nog een markt zijn te stichten. Ten slotte dient bekeken te worden in overleg met P.W. het ruimte laten in nieuwe wijken voor markten ook uit een aestetisch oogpunt.
Hr. Presser wenscht te bezien hoe een einde te maken aan den strijd tusschen marktkooplieden en venters. Als men meer markten maakt, dan wordt de bestaansmogelijkheid voor ven- ters in die buurten nog kleiner. Ook kan men de venters niet dwingen naar de markten, als zij daar niet genoeg verdienen. Zij moeten de stad doortrekken om publiek op te zoeken om te verkoopen. Zij blijven niet op de markten staan, het gaat om een aantal van 10 a 12 duizend venters, deze zijn dus niet te helpen met een paar markten meer. Hij is tegen uit- breiding der dagmarkten, omdat de venters daar geen brood kunnen verdienen. Er is wel behoefte aan Zaterdagmarkten, omdat dan tot 11 uur kan worden verkocht. In de Javastraat staan menschen, die de geheele week venten en Zaterdags daar... Dit document vormt een verslag van een ambtelijke of bestuurlijke discussie over de ruimtelijke ordening en economische regulering van markten in Amsterdam (vermoedelijk jaren '30 gezien de spelling en de context van de Winkelsluitingswet).

De kernpunten zijn:
1. Regulering van tijden: Er is een conflict tussen de gewenste markttijden, de winkelsluitingstijden (6 uur) en de noodzakelijke schoonmaak door de Reinigingsdienst.
2. Saturatie: Er wordt betoogd dat de Amsterdamse markten hun maximale capaciteit hebben bereikt. Men hanteert op sommige plekken een "uitstervings-systeem" voor bepaalde privileges.
3. Conflict tussen kooplieden en venters: Een cruciaal sociaal-economisch aspect is de spanning tussen de vaste marktkooplieden en de circa 10.000 tot 12.000 "venters" (ambulante handelaren). De venters verkiezen mobiliteit boven een vaste standplaats omdat zij de klant moeten opzoeken om rendabel te zijn.
4. Stadsontwikkeling: Er is aandacht voor de esthetische kant van markten in nieuwe wijken, in samenwerking met Publieke Werken (P.W.). In de eerste helft van de 20e eeuw was de markt een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening in Amsterdam. Met de opkomst van de Winkelsluitingswet en strengere hygiënische voorschriften moesten de tot dan toe vaak chaotische markten strakker gereguleerd worden. De genoemde straten (Albert Cuyp, Dapperstraat) groeiden in deze periode uit tot de iconische markten die we vandaag nog kennen. Het document toont de worsteling van het stadsbestuur om een balans te vinden tussen de belangen van winkeliers, marktkooplieden en de grote groep arme venters die buiten de officiële markten om hun brood probeerden te verdienen.

Samenvatting

Dit document vormt een verslag van een ambtelijke of bestuurlijke discussie over de ruimtelijke ordening en economische regulering van markten in Amsterdam (vermoedelijk jaren '30 gezien de spelling en de context van de Winkelsluitingswet).

De kernpunten zijn:
1. Regulering van tijden: Er is een conflict tussen de gewenste markttijden, de winkelsluitingstijden (6 uur) en de noodzakelijke schoonmaak door de Reinigingsdienst.
2. Saturatie: Er wordt betoogd dat de Amsterdamse markten hun maximale capaciteit hebben bereikt. Men hanteert op sommige plekken een "uitstervings-systeem" voor bepaalde privileges.
3. Conflict tussen kooplieden en venters: Een cruciaal sociaal-economisch aspect is de spanning tussen de vaste marktkooplieden en de circa 10.000 tot 12.000 "venters" (ambulante handelaren). De venters verkiezen mobiliteit boven een vaste standplaats omdat zij de klant moeten opzoeken om rendabel te zijn.
4. Stadsontwikkeling: Er is aandacht voor de esthetische kant van markten in nieuwe wijken, in samenwerking met Publieke Werken (P.W.).

Historische Context

In de eerste helft van de 20e eeuw was de markt een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening in Amsterdam. Met de opkomst van de Winkelsluitingswet en strengere hygiënische voorschriften moesten de tot dan toe vaak chaotische markten strakker gereguleerd worden. De genoemde straten (Albert Cuyp, Dapperstraat) groeiden in deze periode uit tot de iconische markten die we vandaag nog kennen. Het document toont de worsteling van het stadsbestuur om een balans te vinden tussen de belangen van winkeliers, marktkooplieden en de grote groep arme venters die buiten de officiële markten om hun brood probeerden te verdienen.

Gerelateerde Documenten 2