Handgeschreven brief (slotfragment).
Origineel
Handgeschreven brief (slotfragment). 13 augustus 1940. Hopende dat u daarin mij
tegemoet wilt komen en mij
de gelegenheid wilt laten zelf
mijn boterham voor mijn gezin te
verdienen zoo spoedig ik weer
handel heb, dank ik u bij
voorbaat
Hoogachtend
M. Speijer
1^e Jan Steenstr 103 ^II
13 Augustus 1940
Amsterdam De tekst vormt de afsluiting van een brief of rekest waarin de schrijver, M. Speijer, een dringend verzoek doet aan een onbekende instantie of persoon. De kern van het verzoek is de wens om weer in staat gesteld te worden zelfstandig een inkomen ("mijn boterham") te verdienen voor zijn gezin door middel van "handel".
De schrijfstijl is formeel en beleefd, wat blijkt uit de gehanteerde slotformule en de nederige toon ("tegemoet wilt komen"). Het handschrift is duidelijk en verzorgd, wat wijst op een geletterde afzender. De brief is geschreven op 13 augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de 1e Jan Steenstraat in de Amsterdamse Pijp, bevond zich in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie; de achternaam Speijer is eveneens veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam uit die tijd.
Hoewel de specifieke aanleiding niet in dit fragment staat, suggereert de nadruk op het zelf willen verdienen van een inkomen zodra er weer "handel" is, dat de afzender mogelijk getroffen was door de economische ontwrichting na de inval of door vroege beperkende maatregelen. Het document illustreert de persoonlijke strijd voor economische zelfstandigheid en zorg voor het gezin in de onzekere eerste maanden van de bezetting. M. Speijer