Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 22 augustus 1940. Nº 25/170/1 M. 1940 22/1 - 8 - 40
nr mmp.
Mijnheer
Ik hoop met deze brief dat ik u
niet te lastig valt en dat u mijn
dit niet kwalijk neemt
Ik heb namelijk een voorkeurs-
kaart gehad op den Albertcuijp-
markt nu ben ik in het voorjaar
niet veel geweest aangaande het
slechte weer en die oorlog en mijn
handel daar ik in ’t voorjaar in
tuingelplantsen zit en dit zoo
zwaar is en ik kan niet zoo uit
den voeten als een ander en een
knecht kan er niet op af die mij
dan waar toe brengt dit begrijpt
u wel nu is mijn voorkeurskaart
ingetrokken omdat ik een tijd
lang niet ben geweest ik zeg u
nog maals het ligt veel aan het
weer en den toestand
Nu wou ik u vriendelijk vragen of u mijn
voorkeurskaart weer terug wil geven
daar ik op oogenblik ook elken week
komt en in ’t voorjaar neem ik anderen * Toon en Stijl: De brief is geschreven in een nederige, verontschuldigende toon ("dat ik u niet te lastig valt", "vriendelijk vragen"). De zinsbouw is informeel en bevat grammaticale fouten (bijv. "ik ... valt", "elken week komt"), wat wijst op een schrijver uit de arbeidsklasse of een kleine zelfstandige.
* Kernprobleem: De schrijver is zijn "voorkeurskaart" (een vergunning voor een vaste staanplaats) voor de Albert Cuypmarkt kwijtgeraakt omdat hij een tijd afwezig is geweest.
* Aangevoerde redenen voor afwezigheid:
1. Slecht weer: In het voorjaar van 1940.
2. De oorlog: De inval van nazi-Duitsland vond plaats in mei 1940, precies in het voorjaar waar de schrijver naar verwijst.
3. Fysieke beperking: De schrijver geeft aan slecht ter been te zijn ("niet zoo uit den voeten als een ander").
4. Aard van de handel: Hij verkocht tuinplanten ("tuingelplantsen"), wat zwaar sjouwwerk is.
5. Financiële beperking: Hij kon geen knecht betalen om hem te helpen.
* Belofte: De schrijver belooft beterschap door te vermelden dat hij nu wel elke week aanwezig is en in het volgende voorjaar andere (waarschijnlijk lichtere) handel zal voeren. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven van een Amsterdamse marktkoopman aan het begin van de Duitse bezetting. De Albert Cuypmarkt was (en is) een centrale plek voor de Amsterdamse handel.
De verwijzing naar "die oorlog" en "den toestand" is historisch relevant; het geeft aan hoe de ontwrichting door de meidagen van 1940 direct invloed had op de broodwinning van kleine ondernemers. Een voorkeurskaart was essentieel voor een stabiel inkomen op de markt; zonder deze kaart was men afhankelijk van de dagelijkse loting voor overgebleven plekken, wat veel onzekerheid met zich meebracht. Het document illustreert de strikte handhaving van marktreglementen door de gemeente, zelfs in tijden van nationale crisis en persoonlijke fysieke malheur.