Ambtelijk advies/rapportage.
Origineel
Ambtelijk advies/rapportage. 7 september 1928. Advies op No 25/170/1 Mfs.
Den Heer Inspecteur
i/h Marktwezen
Alhier
In verband met bijgaand verzoek van J. v.d. Staal,
pl. 63 AC. betreffende vrijstelling van plaatsbezetting,
bericht ik U het volgende:
v.d. Staal is sedert Nov. ’26 vaste plaatshouder op de AC.
markten tot voor korten tijd een geregelde bezoeker
der markt geweest.
Sinds 3 Aug. ll. is door hem, noch door diens vrouw,
een plaats ingenomen.
Bij geruchte heb ik vernomen, dat hij op „Schiphol”
werkzaam is.
Alhoewel het hem volkomen vrij staat tot een
ander beroep over te gaan, is het uit een markt-
technisch oogpunt ongewenscht hier vrijstelling van
plaatsbezetting voor te verleenen.
Gezien echter het feit, dat de Staal al een betrekke-
lijk oud koopman van de AC-markt is, bovendien
bijzonder buitengewone omstandigheden hem noopten
op andere wijze in het gezinsonderhoud te gaan voorzien,
komt het mij gewenscht voor hem voor een omlijnde
periode (2 maanden hoogstens b.v.) vrijstelling van plaats-
bezetting te verleenen onder voorwaarde, dat het verschul-
digde marktgeld geregeld wordt betaald.
Amst. 7 Sept. ’28
[Onleesbare handtekening] Het document is een ambtelijke correspondentie waarin een marktmeester of controleur adviseert over een verzoek van een marktkoopman (J. v.d. Staal). De kern van de zaak is de spanning tussen de marktregels en de persoonlijke economische omstandigheden van de koopman.
De schrijver hanteert een zakelijke doch enigszins empathische toon. Enerzijds benadrukt hij het "markt-technisch" belang: een lege plek op de markt is ongewenst omdat dit de dynamiek en het aanzien van de markt schaadt. Anderzijds erkent hij de "buitengewone omstandigheden" (waarschijnlijk bittere noodzaak) die de koopman dwingen om elders werk te zoeken — in dit geval op de toen groeiende luchthaven Schiphol.
Het advies is een compromis: de koopman mag zijn felbegeerde vaste plek behouden zonder er fysiek te staan, mits hij blijft betalen en de periode beperkt blijft tot maximaal twee maanden. Dit toont aan dat er binnen de bureaucratie van het Amsterdamse marktwezen ruimte was voor individueel maatwerk. Dit schrijven uit 1928 valt in de late jaren twintig, een periode waarin de economie weliswaar groeide, maar de armoede onder kleine zelfstandigen zoals marktkooplieden hardnekkig bleef. De vermelding van "Schiphol" als alternatieve werkplek is historisch interessant; de luchthaven was in die tijd volop in ontwikkeling (na de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam) en bood werkgelegenheid voor ongeschoolde of omgeschoolde arbeiders.
De afkorting "AC" verwijst zeer waarschijnlijk naar de Albert Cuypmarkt, die in die periode reeds de belangrijkste markt van Amsterdam was. De strikte regels omtrent "plaatsbezetting" waren bedoeld om speculatie met marktplaatsen te voorkomen en te garanderen dat de markt elke dag vol en vitaal bleef. Wie niet verscheen, liep normaal gesproken het risico zijn vergunning kwijt te raken, wat de ernst van de situatie voor de heer Van der Staal onderstreept.