Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 350
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële waarschuwingsbrief.

28 september 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer S. Zoute, Louis Bothastraat 12 II, Amsterdam-Oost.

Origineel

Doorslag van een officiële waarschuwingsbrief. 28 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer S. Zoute, Louis Bothastraat 12 II, Amsterdam-Oost. [In de rechterbovenhoek, handgeschreven:] W. de Veer [?]
[Rechtsboven, getypt:] HG.

[In het midden, diagonaal handgeschreven:] Verzonden 28/9

[Adresseringsblok:]
den Heer S. Zoute,
Louis Bothastraat 12 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

[Referentienummer en datum:]
25/198/4 M. 28 September 1940.

[Inhoud:]
Mij is gerapporteerd, dat U zich op Zaterdag 21
September jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft
laten assisteeren, zonder dat U daartoe dezerzijds toestemming
was verleend.
Ik waarschuw U hierbij ernstig dit voortaan na te
laten.

[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: Een formele berisping aan een marktkoopman wegens het overtreden van de marktvoorschriften.
* De overtreding: De heer S. Zoute heeft op zaterdag 21 september 1940 hulp gehad bij zijn marktkraam ("laten assisteeren") zonder de vereiste officiële toestemming van de marktautoriteiten.
* Toon: De toon is strikt bureaucratisch en dreigend ("Ik waarschuw U hierbij ernstig"). Dit duidt op een streng handhavingsbeleid van de marktverordeningen.
* Administratieve details: Het nummer '25/198/4 M.' verwijst waarschijnlijk naar een specifiek dossier of proces-verbaal. 'Wijk 20' refereert aan de administratieve indeling van de stad of het marktwezen. * Tijdperk: De brief is gedateerd in september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone disciplinaire maatregel lijkt, is de context van belang.
* Locatie en Persoon: De ontvanger, S. Zoute, woonde in de Louis Bothastraat in de Transvaalbuurt. Dit was destijds een wijk met een zeer grote Joodse populatie. Gezien de achternaam en de locatie is het zeer waarschijnlijk dat de heer Zoute een Joodse marktkoopman was.
* Bezetting: In de loop van 1941 zouden Joodse marktkooplieden volledig van de algemene markten zoals de Albert Cuyp worden geweerd en verbannen naar specifieke "Joodse markten". Deze brief uit september 1940 toont aan hoe marktkooplieden in de vroege bezettingstijd al onder een vergrootglas lagen van de gemeentelijke diensten (die toen onder toezicht van de bezetter kwamen te staan), waarbij elke kleine overtreding van de reglementen formeel werd vastgelegd. Dit document maakt waarschijnlijk deel uit van het archief van het Marktwezen in het Stadsarchief Amsterdam.

Samenvatting

  • Onderwerp: Een formele berisping aan een marktkoopman wegens het overtreden van de marktvoorschriften.
  • De overtreding: De heer S. Zoute heeft op zaterdag 21 september 1940 hulp gehad bij zijn marktkraam ("laten assisteeren") zonder de vereiste officiële toestemming van de marktautoriteiten.
  • Toon: De toon is strikt bureaucratisch en dreigend ("Ik waarschuw U hierbij ernstig"). Dit duidt op een streng handhavingsbeleid van de marktverordeningen.
  • Administratieve details: Het nummer '25/198/4 M.' verwijst waarschijnlijk naar een specifiek dossier of proces-verbaal. 'Wijk 20' refereert aan de administratieve indeling van de stad of het marktwezen.

Historische Context

  • Tijdperk: De brief is gedateerd in september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone disciplinaire maatregel lijkt, is de context van belang.
  • Locatie en Persoon: De ontvanger, S. Zoute, woonde in de Louis Bothastraat in de Transvaalbuurt. Dit was destijds een wijk met een zeer grote Joodse populatie. Gezien de achternaam en de locatie is het zeer waarschijnlijk dat de heer Zoute een Joodse marktkoopman was.
  • Bezetting: In de loop van 1941 zouden Joodse marktkooplieden volledig van de algemene markten zoals de Albert Cuyp worden geweerd en verbannen naar specifieke "Joodse markten". Deze brief uit september 1940 toont aan hoe marktkooplieden in de vroege bezettingstijd al onder een vergrootglas lagen van de gemeentelijke diensten (die toen onder toezicht van de bezetter kwamen te staan), waarbij elke kleine overtreding van de reglementen formeel werd vastgelegd. Dit document maakt waarschijnlijk deel uit van het archief van het Marktwezen in het Stadsarchief Amsterdam.