Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 11 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven: Extra] [Rechtsboven: HG.]
den Heer L. van Molm,
Iepelstraat 85 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
25/252/2 M. 11 December 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Donderdag 5 December jl. de markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderdede straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, Dit document is een officiële berisping en voorwaardelijke strafoplegging aan een marktkoopman genaamd L. van Molm. De overtreding betreft het niet tijdig verlaten van de Albert Cuypmarkt op 5 december 1940.
De directeur van de markten verwijst naar artikel 39, lid 1 van het Marktreglement. De straf is een ontzegging van de toegang tot de Amsterdamse markten voor de duur van één dag, maar deze straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De toon is formeel en juridisch-administratief van aard. Opvallend is de typefout in de laatste zin: "onverminderdede straf" (waarschijnlijk bedoeld als "onverminderd de straf"). De datum van de brief, december 1940, plaatst het document in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve sanctie lijkt voor het overtreden van de markttijden, moet men rekening houden met de context van die tijd.
Vanaf het najaar van 1940 werden de maatregelen tegen Joodse burgers in Nederland steeds strenger. De Iepelstraat, waar de geadresseerde woonde, lag in een buurt waar veel Joodse Amsterdammers woonden. Marktmeesters en ambtenaren controleerden in deze periode extra streng op de naleving van reglementen. Niet lang na deze brief, in 1941, zouden Joodse marktkooplieden volledig worden verbannen van de reguliere Amsterdamse markten en werden zij gedwongen hun nering te drijven op speciaal aangewezen "Joodsche markten". L. van Molm