Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 153
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsverslag / Rapportage van een marktbeambte.

9 juli 1940 (stempeldatum 10 juli 1940).

Origineel

Ambtsverslag / Rapportage van een marktbeambte. 9 juli 1940 (stempeldatum 10 juli 1940). Inschrijven
No 28/52/M.1940 10/7 Aan den Inspecteur
v.h. marktwezen
" Lindengracht " alhier.

De vaste plaatshouders 158 J. Busken en 166 J. Albers
moeten steeds gewaarschuwd worden des Zaterdags eerder in te
stallen. Het gebeurd dat genoemde kooplieden, inplaats om op
8.30 uur ingestald te zijn, nog om 9 uur gewoon met de verkoop
doorgaan. Zaterdag avond om ± 8.45 werd er weer volop ver-
kocht, ik heb toen Contr. Ten Veen bij de stal van Albers gezet
om hem het verkoopen te beletten. Zelf ben ik bij de stal
van Buskem gaan staan, en ook hier werd de verkoop belet.
Busken echter was hier niet mee tevreden, en werd
in erge mate onbeschoft. Hij zeide o.a. „zeg je moet je
niet zoo uitsloven wat lijkt het wel, geef jij me soms te
kanen?” Ik gaf hem te kennen dat het nu eenmaal voor-
schrift was, en dat hij beter zijn mond kon houden.
Hij zou wel eens willen weten voor wie hij zijn mond
moest houden, dat deed hij nog niet eens voor de officier
van Justitie laat staan voor mij. Verder zeide Busken,
„och man loop door, laat me met rust, ik zou je wel
meer willen zeggen, maar dan krijg ik een week schorsing,
maar toch heb ik schijt aan je”. Ook Albers had heden
Dinsdag praatjes over Zaterdagavond, hij zou daar wel
eens een einde aan maken aan die onrechtvaardigheid.
Daar deze kooplieden een slecht voorbeeld geven, en
andere kooplieden zeggen waarom moeten wij installen daar
wordt toch ook nog verkocht, zoo zou ik U willen adviseeren
genoemde kooplieden een Zaterdag van de markt uit te
sluiten.
9 Juli 1940 Z.O.Z. [Handtekening] Dit document is een formeel rapport van een Amsterdamse marktbeambte aan zijn inspecteur. Het beschrijft een handhavingskwestie op de Lindengrachtmarkt waarbij twee kooplieden, Busken en Albers, weigerden zich aan de verplichte sluitingstijd (20:30 uur) te houden.

De tekst geeft een levendig beeld van de interactie tussen marktmeesters en kooplieden in de Jordaan. De taal van koopman Busken is opvallend ongezouten en weerspiegelt de typisch Amsterdamse 'grote mond' tegenover autoriteiten. Uitdrukkingen als "geef jij me soms te kanen?" (betekenis: "ben jij degene die voor mijn brood op de plank zorgt / ben jij mijn baas?") en "heb ik schijt aan je" tonen een openlijke minachting voor het marktreglement. De beambte adviseert een schorsing van één marktdag om de orde te handhaven en precedentwerking bij andere kooplieden te voorkomen. Het rapport dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting in dit specifieke document niet expliciet wordt benoemd, bevond het Amsterdamse marktleven zich in een overgangsfase waarin regels omtrent openingstijden en distributie steeds strikter werden gecontroleerd door zowel de gemeente als de bezetter.

De Lindengrachtmarkt was een van de belangrijkste buurtmarkten in de Jordaan, een wijk die destijds bekendstond om zijn armoede, maar ook om zijn weerbaarheid en eigenzinnige bewoners. Het handhaven van gemeentelijke verordeningen leidde hier vaak tot spanningen. De verwijzing naar de "officier van Justitie" suggereert dat Busken zich bewust was van de juridische hiërarchie, maar deze desondanks tartte. De term "installen" of "installen" die in de tekst wordt gebruikt, is specifiek markt-jargon voor het opruimen van de kraam en goederen na afloop van de marktdag. J. Albers J. Busken Ten Veen (Controleur) Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een formeel rapport van een Amsterdamse marktbeambte aan zijn inspecteur. Het beschrijft een handhavingskwestie op de Lindengrachtmarkt waarbij twee kooplieden, Busken en Albers, weigerden zich aan de verplichte sluitingstijd (20:30 uur) te houden.

De tekst geeft een levendig beeld van de interactie tussen marktmeesters en kooplieden in de Jordaan. De taal van koopman Busken is opvallend ongezouten en weerspiegelt de typisch Amsterdamse 'grote mond' tegenover autoriteiten. Uitdrukkingen als "geef jij me soms te kanen?" (betekenis: "ben jij degene die voor mijn brood op de plank zorgt / ben jij mijn baas?") en "heb ik schijt aan je" tonen een openlijke minachting voor het marktreglement. De beambte adviseert een schorsing van één marktdag om de orde te handhaven en precedentwerking bij andere kooplieden te voorkomen.

Historische Context

Het rapport dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting in dit specifieke document niet expliciet wordt benoemd, bevond het Amsterdamse marktleven zich in een overgangsfase waarin regels omtrent openingstijden en distributie steeds strikter werden gecontroleerd door zowel de gemeente als de bezetter.

De Lindengrachtmarkt was een van de belangrijkste buurtmarkten in de Jordaan, een wijk die destijds bekendstond om zijn armoede, maar ook om zijn weerbaarheid en eigenzinnige bewoners. Het handhaven van gemeentelijke verordeningen leidde hier vaak tot spanningen. De verwijzing naar de "officier van Justitie" suggereert dat Busken zich bewust was van de juridische hiërarchie, maar deze desondanks tartte. De term "installen" of "installen" die in de tekst wordt gebruikt, is specifiek markt-jargon voor het opruimen van de kraam en goederen na afloop van de marktdag.

Genoemde Personen 3

J. Albers J. Busken Ten Veen (Controleur)

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Veen A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Pruim A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen