Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 204
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Adviesnota.

14 augustus 1940 (met een eerdere aantekening van 2 augustus 1940). Van: De Controleur Marktoprichter (getekend door H.F. de Vries). Aan: Den Heer Inspecteur (van de Markten in Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Adviesnota. 14 augustus 1940 (met een eerdere aantekening van 2 augustus 1940). De Controleur Marktoprichter (getekend door H.F. de Vries). Den Heer Inspecteur (van de Markten in Amsterdam). Linksboven (aantekening):
Advies op. 2
28 / 60 / 1940 2/8.

Hoofdtekst:
Den Heer Inspecteur

Het verzoek van Mevr. v. Laar om de plaatsen van haar man Th. v. Laar (n.l. Westerstraat plaats 2 en Lindengracht plaats 175) voor hem gedurende zijn arbeidsperiode in Duitschland beschikbaar te houden, bedoelt tevens te zijn een verzoek tot uitstel van betaling Marktgeld.

Hr. v. Laar is uit vrije wil naar Duitschland gegaan althans, voor zoover mij bekend, niet in „werkverschaffing“.

Hierin ligt m.i. wel een reden tot uitstel van het bezetten van zijn plaats gedurende een zekere periode (b.v. 3 à 6 maanden proeftijd). Het is mij evenwel niet bekend of hierin ook een reden tot vrijstelling van Marktgeld betaling is gelegen.

Amsterdam 14 Augustus 1940
de Controleur Marktoprichter
[Handtekening: H.F. de Vries] In dit document adviseert de marktoprichter (een toezichthouder op de markt) zijn superieur over de situatie van de heer Van Laar. Van Laar heeft twee marktplaatsen in Amsterdam (Westerstraat en Lindengracht), maar is naar Duitsland vertrokken om daar te werken. Zijn vrouw vraagt of deze plaatsen voor hem gereserveerd kunnen blijven en of er uitstel van betaling voor het marktgeld kan worden verleend.

De marktoprichter merkt specifiek op dat de heer Van Laar "uit vrije wil" is vertrokken en niet via de officiële "werkverschaffing" (de gedwongen tewerkstelling was in augustus 1940 nog niet op volle schaal ingevoerd, maar er werd al wel druk uitgeoefend). Hij adviseert om de fysieke plaatsen wel even vast te houden (een proeftijd van 3 tot 6 maanden), maar hij twijfelt of het vrijwillig vertrek naar Duitsland een geldige reden is om geen marktgeld meer te hoeven betalen. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts drie maanden na de capitulatie). Het illustreert hoe de dagelijkse bureaucreatie en het economische leven in Amsterdam direct beïnvloed werden door de nieuwe realiteit.

Veel Nederlandse arbeiders vertrokken in deze periode naar Duitsland, aangetrokken door de belofte van werk en een goed loon, of omdat de economische situatie in Nederland verslechterde. De term "werkverschaffing" verwijst naar de vooroorlogse projecten voor werklozen, die door de bezetter werden overgenomen en later zouden uitmonden in de gedwongen Arbeitseinsatz. De marktoprichter maakt hier nog een scherp onderscheid tussen iemand die vrijwillig zijn geluk beproeft in Duitsland en iemand die door de overheid gestuurd is. De markten in de Westerstraat en op de Lindengracht bevinden zich in de Jordaan en zijn tot op de dag van vandaag iconische Amsterdamse markten.

Samenvatting

In dit document adviseert de marktoprichter (een toezichthouder op de markt) zijn superieur over de situatie van de heer Van Laar. Van Laar heeft twee marktplaatsen in Amsterdam (Westerstraat en Lindengracht), maar is naar Duitsland vertrokken om daar te werken. Zijn vrouw vraagt of deze plaatsen voor hem gereserveerd kunnen blijven en of er uitstel van betaling voor het marktgeld kan worden verleend.

De marktoprichter merkt specifiek op dat de heer Van Laar "uit vrije wil" is vertrokken en niet via de officiële "werkverschaffing" (de gedwongen tewerkstelling was in augustus 1940 nog niet op volle schaal ingevoerd, maar er werd al wel druk uitgeoefend). Hij adviseert om de fysieke plaatsen wel even vast te houden (een proeftijd van 3 tot 6 maanden), maar hij twijfelt of het vrijwillig vertrek naar Duitsland een geldige reden is om geen marktgeld meer te hoeven betalen.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts drie maanden na de capitulatie). Het illustreert hoe de dagelijkse bureaucreatie en het economische leven in Amsterdam direct beïnvloed werden door de nieuwe realiteit.

Veel Nederlandse arbeiders vertrokken in deze periode naar Duitsland, aangetrokken door de belofte van werk en een goed loon, of omdat de economische situatie in Nederland verslechterde. De term "werkverschaffing" verwijst naar de vooroorlogse projecten voor werklozen, die door de bezetter werden overgenomen en later zouden uitmonden in de gedwongen Arbeitseinsatz. De marktoprichter maakt hier nog een scherp onderscheid tussen iemand die vrijwillig zijn geluk beproeft in Duitsland en iemand die door de overheid gestuurd is. De markten in de Westerstraat en op de Lindengracht bevinden zich in de Jordaan en zijn tot op de dag van vandaag iconische Amsterdamse markten.

Locaties

Amsterdam (betreft markten in de Westerstraat en Lindengracht).