Administratief bijblad/advies van de Amsterdamse marktdienst.
Origineel
Administratief bijblad/advies van de Amsterdamse marktdienst. Verschillende data tussen 24 september 1940 en 5 oktober 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 28/69/17 1940
DOORGEZONDEN: 24/9
[Notities rechtsboven]
28/69/157 [of 17] 5/10-40 770
M. de Beer
pl. 153 Lindengracht
" 205 Westerstraat
" 44 Waterlooplein
[Hoofdtekst links]
Het verzoek van M de Beer
dient m.i. te worden afgewezen.
De Beer heeft op drie markten
vaste plaatsen n.l. op twee dagmarkten
en een weekmarkt.
De bedoeling van de Beer is nu om op de
Lindengracht alleen des Zaterdags een
plaats in te nemen.
Indien de leeftijd en gezondheid van
de Beer niet meer toelaten op elk marktuur
zijn plaats op de markt te bezetten en
ik meen zeker te weten dat
dit het geval is, moet hij zijn
plaats op de markt maar op-
geven.
(Zie rapport marktopz) 1-10-'40
de Haer
[Tekst rechterkant]
Thr Wolfs
Advies
25-9-'40
de Haer
Het verzoek om m. de Beer
hem slechts eenmaal p.w.
uit te mogen pakken moet
m.i. niet ingewilligd worden.
De Beer heeft op 3 markten
een vaste plaats, en moet hij
dan maar een plaats opgeven.
[paraaf] Dit document bevat een ambtelijk advies over een verzoek van marktkoopman M. de Beer. Hij beschikt over drie vaste staanplaatsen op de Amsterdamse markten (Lindengracht, Westerstraat en Waterlooplein). De Beer heeft verzocht om op de Lindengracht alleen op zaterdag aanwezig te hoeven zijn, waarschijnlijk vanwege zijn gevorderde leeftijd of verslechterende gezondheid.
De ambtenaar De Haer adviseert dit verzoek af te wijzen. Zijn redenering is strikt bureaucratisch: als een koopman niet meer de volledige markttijden kan waarmaken, dient hij een van zijn vaste plekken volledig op te geven in plaats van deze gedeeltelijk onbenut te laten. Er wordt expliciet verwezen naar een rapport van de marktopzichter ("marktopz"). De datering van het document (september/oktober 1940) is zeer significant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De achternaam "De Beer" en de locaties van zijn kramen (met name het Waterlooplein en de Lindengracht) wijzen er sterk op dat het hier een Joodse marktkoopman betreft.
In deze periode werden de eerste anti-Joodse maatregelen in het economische leven ingevoerd. Hoewel de afwijzing in de tekst wordt gepresenteerd als een kwestie van marktreglementering, past de onvermurwbare houding van de ambtenaar ("moet hij zijn plaats op de markt maar opgeven") in het patroon van de toenemende uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Amsterdam. Dit document is een voorbeeld van hoe de "papieren bureaucratie" bijdroeg aan de marginalisering van Joodse burgers aan het begin van de bezetting. M. No M. de Beer