Handgeschreven verzoekschrift aan een gemeentelijke instantie.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan een gemeentelijke instantie. 22 september 1940. Abraham Vogel. [Paarse stempel bovenaan:]
№ 20/69/18M. 1940 25/9
[Hoofdtekst:]
Amsterdam 22 Sept. 40
Den Heer Directeur
v/h Marktwezen.
[Aantekening rechts:] in map
L. S.
Verzoeke beleefd mij te ontheffen
van mijn vaste standplaats.
Lindengracht
Amsterdam
Hoogacht.
Abr. Vogel
Nieuwe Achtergracht 22 hs
Amsterdam
[Linksonder in afwijkend handschrift:]
P. J. van Veen
Rapenburgerstraat 91
Huis De brief is een sober en direct verzoek van Abraham Vogel om zijn vaste marktstandplaats op de Lindengracht op te geven ("te ontheffen"). De administratieve stempel bovenin toont aan dat het verzoek drie dagen na dagtekening officieel door de gemeente Amsterdam is geregistreerd.
Onderaan de brief staat een tweede naam en adres genoteerd (P.J. van Veen, Rapenburgerstraat 91). Dit handschrift verschilt van dat van Vogel en betreft waarschijnlijk een administratieve notitie, mogelijk van de persoon die de standplaats zou overnemen of een ambtenaar die het verzoek afhandelde. Het document stamt uit de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). De genoemde locaties, de Nieuwe Achtergracht en de Rapenburgerstraat, bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Hoewel de formele uitsluiting van Joodse kooplieden van openbare markten pas in mei 1941 volledig werd doorgevoerd, begonnen Joodse ondernemers al kort na de inval te maken te krijgen met toenemende onzekerheid en restricties.
Dit verzoekschrift is exemplarisch voor de sociaal-economische verschuivingen in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren, waarbij vaste posities in het openbare leven (zoals op de Lindengrachtmarkt) door Joodse burgers werden opgegeven, hetzij door directe druk, economische noodzaak of persoonlijke voorzorgsmaatregelen. J. van Veen P.J. van Veen S. Gemeente Amsterdam Marktwezen