Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 351
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief van het Marktwezen Amsterdam.

15 oktober 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). Aan: Den Heer I. Breemer, St. Antoniesbreestraat 18 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 2).

Origineel

Officiële brief van het Marktwezen Amsterdam. 15 oktober 1940. De Directeur van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). Den Heer I. Breemer, St. Antoniesbreestraat 18 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Links boven: Logo met de drie Amsterdamse kruisen]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM HG.

[Handgeschreven rechts boven:] verzonden 15/10

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 28/76/27 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _

AMSTERDAM (W.) 15 October 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN den Heer I. Breemer,
St. Antoniesbreestraat 18 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Lindengracht regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.

Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 16 of 18 Oct. a.s. om 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

De Directeur,

[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele sommatie aan de heer Isaac Breemer. De strekking is dat hij zijn aangewezen marktplaats op de Lindengracht in Amsterdam niet regelmatig genoeg bezet. Volgens artikel 11 van het toenmalige Reglement op de Markten is dit een grond om de standplaatsvergunning in te trekken.

Opvallend is de korte termijn: de brief is volgens de aantekening verzonden op 15 oktober en de heer Breemer wordt al op 16 of 18 oktober verwacht voor een gesprek met de inspecteur. Dit wijst op een strikte handhaving van de marktregels door de gemeente Amsterdam in deze periode. De datum van deze brief, 15 oktober 1940, plaatst het document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger, I. Breemer (Isaac Breemer), woonde in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam.

Hoewel de brief formeel over het niet nakomen van marktreglementen gaat, moet dit gezien worden in de bredere context van die tijd. Vanaf het najaar van 1940 begonnen de bezetter en de collaborerende overheid met het systematisch beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers. Bureaucratische maatregelen zoals deze werden vaak ingezet om Joodse marktkooplieden van de markten te weren. De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste buurtmarkten van de stad. Voor veel Joodse Amsterdammers was de handel op markten een cruciale bron van inkomsten die in deze periode onder zware druk kwam te staan.

Samenvatting

Deze brief is een formele sommatie aan de heer Isaac Breemer. De strekking is dat hij zijn aangewezen marktplaats op de Lindengracht in Amsterdam niet regelmatig genoeg bezet. Volgens artikel 11 van het toenmalige Reglement op de Markten is dit een grond om de standplaatsvergunning in te trekken.

Opvallend is de korte termijn: de brief is volgens de aantekening verzonden op 15 oktober en de heer Breemer wordt al op 16 of 18 oktober verwacht voor een gesprek met de inspecteur. Dit wijst op een strikte handhaving van de marktregels door de gemeente Amsterdam in deze periode.

Historische Context

De datum van deze brief, 15 oktober 1940, plaatst het document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger, I. Breemer (Isaac Breemer), woonde in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam.

Hoewel de brief formeel over het niet nakomen van marktreglementen gaat, moet dit gezien worden in de bredere context van die tijd. Vanaf het najaar van 1940 begonnen de bezetter en de collaborerende overheid met het systematisch beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers. Bureaucratische maatregelen zoals deze werden vaak ingezet om Joodse marktkooplieden van de markten te weren. De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste buurtmarkten van de stad. Voor veel Joodse Amsterdammers was de handel op markten een cruciale bron van inkomsten die in deze periode onder zware druk kwam te staan.