Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 1 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke instantie in Amsterdam). Mej. H. Draayer, Anjeliersstraat 127, Amsterdam-C. (Wijk 9). [Handgeschreven rechtsboven:]
Len. M. de Boer. [Mogelijk de Boer of de Raer]
[Midden boven:]
VP/DV. extra [‘extra’ is handgeschreven]
[Linksboven:]
28/26/2 M.
[Rechtsboven:]
1 Mei 1940.
[Adresseringsblok rechts:]
Mej. H.Draayer,
Anjeliersstraat 127,
Amsterdam-C.
Wijk 9.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 Maart jl. ver-
leen ik U hierbij, in verband met Uw gezondheidstoestand, ge-
durende ten hoogste drie maanden na dato dezes uitstel van Uw
verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat
te bezetten, mits U zorg draagt, dat het ook tijdens Uw afwezig-
heid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, * Onderwerp: Het verlenen van tijdelijk uitstel van de verplichting om een marktplaats persoonlijk te bezetten.
* Aanleiding: Een verzoek van de betrokkene (Mej. Draayer) van 30 maart 1940, onderbouwd met redenen betreffende haar gezondheidstoestand.
* Besluit: Er wordt uitstel verleend voor een periode van maximaal drie maanden (gerekend vanaf 1 mei 1940).
* Voorwaarde: Ondanks de afwezigheid blijft de marktkoopvrouw verplicht om het wekelijkse marktgeld door te betalen om haar rechten op de standplaats op de Westerstraat-markt te behouden.
* Locatie: De markt aan de Westerstraat in de Amsterdamse Jordaan. De ontvanger woonde zelf ook in de Jordaan (Anjeliersstraat). Dit document stamt van 1 mei 1940, exact negen dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het toont aan dat het normale burgerlijke en administratieve leven in Amsterdam op dat moment nog volledig doorgang vond volgens de geldende reglementen.
De brief geeft een inkijkje in de strikte regelgeving rondom marktkramen in die tijd: marktkraamhouders hadden een 'bezetverplichting'. Wie niet kwam opdagen, kon zijn plek verliezen, tenzij er officiële dispensatie werd verleend door de directeur van de marktdienst. Voor kleine zelfstandigen in de Jordaan was het behouden van zo'n standplaats cruciaal voor hun bestaanszekerheid, zelfs tijdens ziekte. De handgeschreven notitie "extra" en de naam bovenin duiden op administratieve verwerking door het archief of de betreffende afdeling.