Notulen (vergaderverslag)
Origineel
Notulen (vergaderverslag) 17 april 1941 The Sixma [handgeschreven annotatie rechtsboven]
Notulen van de vergadering van het Voorloopig Bestuur tot op-
richting van den proeftuin te Amsterdam, op Donderdag 17 April 1941
in de vergaderzaal van "Marktwezen" te Amsterdam.
De Heer Dinkgreve opent om 15.15 uur de vergadering.
Aanwezig zijn de heeren:
N.J. Dinkgreve, van de Gecombineerde Tuindersorganisatie te
Amsterdam,
N.P. Bakker, van de R.K. Coöp. Veilingsvereeniging "Eendracht
maakt Macht" te Roelofarendsveen,
C. Gortzak, van de Coöp. Veilingsvereeniging "Hilversum en
Omstreken",
M. Kleijn, van de Coöp. Centrale Tuinbouwveilingsvereeniging
"Ter Aar en Omstreken" te Ter Aar,
D. van Senten, van de Coöp. Groenten- en Fruitveiling te
Vinkeveen,
C.F. Sixma, van "Marktwezen" te Amsterdam,
J.P. Vrakking, van de Coöp. Veilingsvereeniging "Nieuw Leven"
te Bussum,
Ir. G.W. v.d. Helm, Rijkstuinbouwconsulent te Amsterdam,
W. Bol,
C. Roose,
J. Schreurs.
Notaris Blaisse was wegens een vergadering elders verhinderd
aanwezig te zijn.
De voorzitter heet allen hartelijk welkom op deze voor de op-
richting van den proeftuin zoo belangrijke vergadering. Hij deelt
mede, dat hoewel de heeren Bol, Schreurs en Roose niet uitdrukkelijk
tot deze vergadering uitgenodigd zijn, zij op zijn verzoek gekomen
zijn. Gezien de belangrijkheid van de vergadering had de voorzitter
gaarne alle Bestuursleden der veilingen aanwezig gezien. Daarna ver-
zoekt spreker den voorloopigen secretaris de notulen van de vorige
vergadering te willen voorlezen.
De heer v.d. Helm leest dan de notulen van de bedoelde vergade-
ring voor.
De voorzitter vraagt de vergadering of men op- of aanmerkingen
heeft over deze notulen. Waar dit niet het geval is, dankt hij den
heer v.d. Helm voor de juiste en uitvoerige weergave.
De heer Bakker vraagt of er reeds iets bekend is omtrent het
aantal leden, dat tot de op te richten vereeniging kan toetreden.
De heer v.d. Helm deelt mede, dat Roelofarendsveen bericht
heeft gezonden, dat de veiling 323 leden heeft. Verder heeft Naarden
bericht gestuurd, dat de heer Jurrissen als plaatsvervanger is aan-
gewezen. Van de andere veilingen is geen bericht ingekomen.
De heer v. Senten vraagt of de gegevens van Vinkeveen dan niet
doorgegeven zijn. Naar zijn weten is dit wel opgegeven nl. 80 leden
en een aantal gastleden. Hoeveel van deze laatsten er zijn kan hij
echter niet opgeven.
Het bevreemdt den heer Vrakking, dat Naarden wel een plaatsver-
vanger, maar niet het aantal leden heeft opgegeven. Er zullen 75 à
80 leden zijn.
De heer Gortzak zegt, dat Hilversum ongeveer 170 leden telt.
--- * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, zakelijke stijl die typerend is voor de vroege 20e eeuw, inclusief de toenmalige spelling (bijv. "voorloopig", "den", "vereeniging").
* Structuur: De notulen volgen een klassieke opbouw: opening, presentielijst, welkom door de voorzitter, behandeling van notulen van de vorige vergadering, en de start van de inhoudelijke discussie.
* Samenwerking: Het document illustreert de samenwerkingsverbanden tussen verschillende regionale tuinbouwcoöperaties (veilingen) uit de omgeving van Amsterdam en de provincies Noord-Holland en Utrecht.
* Kernvraagstuk: In dit deel van de vergadering ligt de focus op de kwantificering van de achterban (ledenaantallen) om de omvang en levensvatbaarheid van de op te richten vereniging te bepalen.
--- * Historische periode: De vergadering vindt plaats in april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog niet direct in de tekst wordt genoemd, was het organiseren en centraliseren van de voedselvoorziening en tuinbouw in die periode van groot strategisch belang.
* Economisch landschap: De aanwezigheid van diverse "Coöperatieve Veilingsverenigingen" benadrukt het sterke coöperatieve karakter van de Nederlandse landbouw in die tijd. De invloed van de overheid is zichtbaar door de aanwezigheid van een Rijkstuinbouwconsulent.
* Doel van de proeftuin: Een proeftuin diende voor het testen van nieuwe teeltmethoden en gewassen om de kwaliteit en opbrengst van de lokale tuinbouw te verbeteren, wat essentieel was voor de Amsterdamse markt ("Marktwezen").