Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 335
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Notulen of verslag van een vergadering.

Origineel

Notulen of verslag van een vergadering. De heer de Jong merkt op, dat hij reeds in de vorige vergade-
ring de twijfel naar voren bracht, of Amsterdam inderdaad als cen-
trum kan worden beschouwd.
De voorzitter vraagt den heer de Jong, waar hij dan den proef-
tuin zou wenschen. Wanneer de heer de Jong daaromtrent een voorstel
wil doen, heeft men een tegenstelling tusschen Amsterdam en een
andere plaats.

De heer Kammeraat vraagt, of ook plaatsen ten noorden van
Amsterdam tot dezen proeftuin zullen behooren. Indien dit niet het
geval is, kan Amsterdam toch moeilijk als centraal gelegen beschouwd
worden.

De voorzitter deelt dan mede, dat door de commissie gepolst
werd, van welke gemeenten men medewerking kon verwachten. Als
resultaat van deze onderzoekingen adviseerde de commissie tot ves-
tiging in Amsterdam. Wanneer de vereeniging tot exploitatie van den
proeftuin zal zijn opgericht, en een voorloopig bestuur is samen-
gesteld, zal dit bestuur de noodige stappen moeten doen, om de
klaarblijkelijke voordeelen in werkelijkheid om te zetten.
De voorzitter vraagt de vergadering nauwkeurig alle omstan-
digheden onder het oog te zien alvorens een beslissing wordt geno-
men. Vast staat, dat in Amsterdam op een vlotte medewerking kan
worden gerekend. Wanneer in deze vergadering een plaats aangewezen
zou worden, waar niet de noodige middelen bijeen te brengen zijn,
brengt dit blijvend grootere lasten mede, die blijvend grootere
offers vragen.

De heer Bol was van meening, dat reeds in de vorige vergade-
ring Amsterdam als plaats van vestiging was vastgesteld. De verga-
dering had zich bij de beslissing van de commissie neergelegd.
Het is logisch, dat een ieder den proeftuin graag zoo dicht moge-
lijk bij zijn huis zou willen hebben. Daarmee is echter het alge-
meen belang niet gediend.
Verder wijst hij er op, dat men in Amsterdam alles bij de
hand heeft, zooals b.v. electra, die hier bovendien belangrijk
goedkooper is dan elders. De ligging van den grond is uitstekend
en de kwaliteit zeker niet minder dan in Ter Aar of Roelofarends-
veen. Naar zijn meening is het de eenige juiste oplossing, dat de
proeftuin in Amsterdam gevestigd wordt.

De heer Ir.van der Helm brengt naar voren, dat het moeilijk
is een plaats te kiezen, die ieder voor 100 % bevredigt. Elk cen-
trum zou den tuin bij voorkeur bij zich willen hebben.
Er moet echter één centrum gekozen worden. De tijd van de
vele proeftuinen is thans voorbij. De Directie van den Landbouw
geeft alleen dan subsidie, wanneer sprake is van een goed opgezet-
ten proeftuin, en van volledige samenwerking met den Consulent.
Toen Ir.van der Helm als Consulent werd benoemd, is hem Amsterdam
als standplaats aangewezen, omdat ook naar de meening van den heer
Inspecteur van den Tuinbouw Amsterdam gemakkelijk te bereiken is
en werkelijk centraal is gelegen.
Een ander voordeel aan Amsterdam verbonden is, dat de admini-
stratie van het Consulentschap daarheen kan worden overgebracht.
De Directie van den Landbouw zou hiervoor een gedeelte van het op
te richten bedrijfsgebouw van de vereeniging huren.
Wanneer deze plannen ten uitvoer kunnen worden gebracht, zal
gezorgd moeten worden, dat aan alle te stellen eischen wordt vol-
daan. Om dit te verwezenlijken is de steun van Rijk en Gemeente
onmisbaar. De gemeente Amsterdam zal gemakkelijker kunnen meewer-
ken, dan welke andere gemeente ook. Wanneer inderdaad de belang-
stelling van de gemeente kan worden opgewekt, kan men veilig aan-
nemen, dat de medewerking royaal zal zijn. Hiervan mogen stichtin-
gen zooals het Koelhuis, Marktwezen en het Boschplan getuigen.
In Amsterdam zijn bovendien verschillende instanties, die
zeer zeker hun medewerking zullen verleenen, wanneer de proeftuin
in Amsterdam gevestigd wordt, zooals b.v. het Koelhuis, Marktwezen
en de Gemeente Energiebedrijven.

Zou de tuin ------- Dit document verslaat een besluitvormingsproces binnen een commissie of vereniging over de locatie van een nieuwe proeftuin (een agrarisch proefstation). Er is sprake van een spanningsveld tussen lokale belangen (vertegenwoordigd door De Jong en Kammeraat) en het overkoepelende advies van de commissie en deskundigen (Bol en Van der Helm).

De belangrijkste argumenten voor Amsterdam zijn:
1. Infrastructuur: Goedkope elektriciteit en goede bereikbaarheid.
2. Bestuurlijk: De aanwezigheid van de landbouwconsulent en de bereidheid van de gemeente Amsterdam om mee te werken (ondersteund door eerdere successen).
3. Financieel: De noodzaak tot schaalvergroting om rijkssubsidie te verkrijgen; de Directie van den Landbouw stelt strenge eisen.
4. Grondkwaliteit: De kwaliteit van de grond zou gelijkwaardig zijn aan bekende tuinbouwgebieden als Ter Aar.

De tekst hanteert een formele, ambtelijke stijl met de toenmalige spelling (bijv. "tusschen", "noodige", "den"). In de eerste helft van de 20e eeuw was de Nederlandse land- en tuinbouw volop in ontwikkeling door professionalisering en wetenschappelijk onderzoek. Proeftuinen speelden hierbij een cruciale rol. Amsterdam was in deze periode niet alleen een handelscentrum, maar via projecten als het "Boschplan" (het huidige Amsterdamse Bos) en de ontwikkeling van de Westelijke Tuinsteden ook nauw betrokken bij landschapsinrichting en tuinbouw.

De genoemde instanties zoals het 'Koelhuis' en 'Marktwezen' wijzen op de sterke verbinding tussen de productie (de proeftuin) en de logistiek/verhandeling in de hoofdstad. De vermelding van Ir. van der Helm als "Consulent" duidt op het Rijkstuinbouwconsulentschap, een overheidsorgaan dat tuinders adviseerde en hielp bij de modernisering van de sector.

Samenvatting

Dit document verslaat een besluitvormingsproces binnen een commissie of vereniging over de locatie van een nieuwe proeftuin (een agrarisch proefstation). Er is sprake van een spanningsveld tussen lokale belangen (vertegenwoordigd door De Jong en Kammeraat) en het overkoepelende advies van de commissie en deskundigen (Bol en Van der Helm).

De belangrijkste argumenten voor Amsterdam zijn:
1. Infrastructuur: Goedkope elektriciteit en goede bereikbaarheid.
2. Bestuurlijk: De aanwezigheid van de landbouwconsulent en de bereidheid van de gemeente Amsterdam om mee te werken (ondersteund door eerdere successen).
3. Financieel: De noodzaak tot schaalvergroting om rijkssubsidie te verkrijgen; de Directie van den Landbouw stelt strenge eisen.
4. Grondkwaliteit: De kwaliteit van de grond zou gelijkwaardig zijn aan bekende tuinbouwgebieden als Ter Aar.

De tekst hanteert een formele, ambtelijke stijl met de toenmalige spelling (bijv. "tusschen", "noodige", "den").

Historische Context

In de eerste helft van de 20e eeuw was de Nederlandse land- en tuinbouw volop in ontwikkeling door professionalisering en wetenschappelijk onderzoek. Proeftuinen speelden hierbij een cruciale rol. Amsterdam was in deze periode niet alleen een handelscentrum, maar via projecten als het "Boschplan" (het huidige Amsterdamse Bos) en de ontwikkeling van de Westelijke Tuinsteden ook nauw betrokken bij landschapsinrichting en tuinbouw.

De genoemde instanties zoals het 'Koelhuis' en 'Marktwezen' wijzen op de sterke verbinding tussen de productie (de proeftuin) en de logistiek/verhandeling in de hoofdstad. De vermelding van Ir. van der Helm als "Consulent" duidt op het Rijkstuinbouwconsulentschap, een overheidsorgaan dat tuinders adviseerde en hielp bij de modernisering van de sector.