Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 334
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Notulen van een vergadering.

Dinsdag 22 oktober 1940.

Origineel

Notulen van een vergadering. Dinsdag 22 oktober 1940. Notulen van de vergadering op Dinsdag 22 October 1940, in "Marcanti" te Amsterdam.

De voorzitter, de heer N.J. Dinkgreve, opent om 14.30 uur de vergadering.
Aanwezig zijn:
van de gecombineerde Tuindersorganisatie te Amsterdam de heeren: Bernard, Bol, Bouter, van den Brink en Schreurs,
van de veilingsvereeniging te Hilversum de heeren: Gortzak en Otten,
van de veilingsvereeniging te Naarden de heeren: van den Boogert, Brouwer en Vrakking,
van de veilingsvereeniging te Roelofarendsveen de heeren: Bakker, de Jong, van der Meer en Turk,
van de veilingsvereeniging te Ter Aar de heeren: van der Hoorn, Hölscher, van Straaten en Kammeraat.
Voorts was als genoodigde de heer Sixma van het Marktwezen aanwezig.
Afwezig waren vertegenwoordigers van de veiling te Alphen aan den Rijn, Amsterdam, Vinkeveen en Woerden.

De voorzitter heet allen welkom en hoopt, dat definitieve resultaten bereikt mogen worden. In de vorige vergadering is de scheiding tusschen zand- en veengrond tot stand gebracht, hetgeen van groot belang is voor het vak en de vakgenooten.
In het bijzonder heet hij den heer Sixma welkom, en hij spreekt de hoop uit, dat hij ook in de toekomst op zijn medewerking zal kunnen rekenen.
Deze vergadering heeft tot doel een definitieve vaststelling van de plaats van den proeftuin voor den veengrond. De voorzitter vraagt de vergadering haar meening uit te spreken, opdat daarna een conclusie getrokken kan worden.
Door de commissie werd Amsterdam geadviseerd, in de eerste plaats omdat Amsterdam voor een ieder gemakkelijk te bereiken is, en verder omdat het als centrum van de cultuur op den veengrond beschouwd mag worden. Vaak wordt gemeend, dat Amsterdam niets dan enkele volkstuinen bezit. Hiertegen moet de voorzitter opkomen. Rond Amsterdam heeft men ongeveer 60 ha onder glas en verder ongeveer 620 ha vollegrondscultuur. Hier kan voorts ook van een zeer intensieven tuinbouw worden gesproken. Bovendien krijgt Amsterdam vermoedelijk een nieuw tuinderscentrum, waar plaats zal zijn voor ± 170 tuinders.

De heer Kammeraat vraagt of Amsterdam inderdaad het centrum is. Om Amsterdam zijn ongeveer 500 tuinders. Maar in Ter Aar heeft men er 400, terwijl de beteelde oppervlakte niet veel minder zal zijn. In Roelofarendsveen heeft men 300 tuinders. Hij vraagt of het kiezen van Amsterdam werkelijk verantwoord is tegenover alle vereenigingen.

De voorzitter constateert, dat er één spreker is, die het niet geheel eens is met een verkiezing van Amsterdam. Hij legt er nogmaals nadruk op, dat ieder zijn meening moet uiten. Wanneer daarna het voorstel in stemming is gebracht en een plaats is vastgesteld, verwacht hij ook van de minderheid royale medewerking.
Wanneer hij verdere voordelen van Amsterdam zou moeten opnoemen, zou hij gedwongen zijn meer te zeggen, dan hij wenscht. Hij brengt echter naar voren, dat Amsterdam van meening is, dat een proeftuin voordeel zal opleveren voor haar tuinders en de consumenten. Daarnaast is reeds in de vorige vergadering naar voren gebracht, van welke instanties in Amsterdam medewerking verwacht kan worden.
Hij legt er nogmaals nadruk op, dat Amsterdam voor een ieder gemakkelijk te bereiken is.
De heer de Jong ------ In dit document wordt verslag gedaan van een discussie over de locatiekeuze voor een nieuwe 'proeftuin voor de veengrond'. De voorzitter, N.J. Dinkgreve, pleit sterk voor Amsterdam. Hij onderbouwt dit met statistieken: de stad heeft circa 620 hectare vollegrondscultuur en 60 hectare onder glas, met ongeveer 500 actieve tuinders. Bovendien wijst hij op de centrale ligging en goede bereikbaarheid van de stad.

Er is echter weerstand vanuit de regio. De heer Kammeraat (Ter Aar) plaatst kanttekeningen bij de claim dat Amsterdam het centrum van deze sector is. Hij wijst op de aanzienlijke omvang van de tuinbouw in Ter Aar (400 tuinders) en Roelofarendsveen (300 tuinders). De voorzitter reageert hierop door aan te dringen op een democratisch besluit en roept de minderheid op zich na de stemming bij de keuze neer te leggen voor het algemeen belang. Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet direct wordt genoemd, toont de bron aan dat het professionele en georganiseerde leven binnen de land- en tuinbouwsector in eerste instantie gewoon doorging.

De vergadering vond plaats in 'Marcanti', een bekend amusements- en congrescentrum aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, dat pal naast de Centrale Markthallen lag. De discussie weerspiegelt de toenemende professionalisering en schaalvergroting in de Nederlandse tuinbouw, waarbij regionale belangen (het "Groene Hart" versus de stad) botsten over de verdeling van middelen en kenniscentra. De nadruk op 'veengrond' is specifiek voor de tuinbouw in de regio Holland en Utrecht. Kammeraat (De heer) Kammeraat vraagt (De heer) N.J. Dinkgreve Marktwezen

Samenvatting

In dit document wordt verslag gedaan van een discussie over de locatiekeuze voor een nieuwe 'proeftuin voor de veengrond'. De voorzitter, N.J. Dinkgreve, pleit sterk voor Amsterdam. Hij onderbouwt dit met statistieken: de stad heeft circa 620 hectare vollegrondscultuur en 60 hectare onder glas, met ongeveer 500 actieve tuinders. Bovendien wijst hij op de centrale ligging en goede bereikbaarheid van de stad.

Er is echter weerstand vanuit de regio. De heer Kammeraat (Ter Aar) plaatst kanttekeningen bij de claim dat Amsterdam het centrum van deze sector is. Hij wijst op de aanzienlijke omvang van de tuinbouw in Ter Aar (400 tuinders) en Roelofarendsveen (300 tuinders). De voorzitter reageert hierop door aan te dringen op een democratisch besluit en roept de minderheid op zich na de stemming bij de keuze neer te leggen voor het algemeen belang.

Historische Context

Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet direct wordt genoemd, toont de bron aan dat het professionele en georganiseerde leven binnen de land- en tuinbouwsector in eerste instantie gewoon doorging.

De vergadering vond plaats in 'Marcanti', een bekend amusements- en congrescentrum aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, dat pal naast de Centrale Markthallen lag. De discussie weerspiegelt de toenemende professionalisering en schaalvergroting in de Nederlandse tuinbouw, waarbij regionale belangen (het "Groene Hart" versus de stad) botsten over de verdeling van middelen en kenniscentra. De nadruk op 'veengrond' is specifiek voor de tuinbouw in de regio Holland en Utrecht.

Genoemde Personen 3

Kammeraat (De heer) Kammeraat vraagt (De heer) N.J. Dinkgreve

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Veen A.G.F. (Aardappelen): Zand A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Glas Kruidenier (Droog): Gort Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →