Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 340
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een vergadering.

Origineel

Getypte notulen/verslag van een vergadering. De heer Otten merkt op, dat het maken van ontwerp-statuten gevoegelijk aan het voorloopig bestuur overgelaten kan worden.
De voorzitter gaat hiermede accoord.

De voorzitter acht zich gelukkig, dat de vergadering Amsterdam als standplaats voor den proeftuin heeft gekozen. Vooral omdat de verkiezing zoo eenstemmig heeft plaats gehad. Hij meent thans ook te mogen rekenen op de volle medewerking van iedereen. Hij vertrouwt, dat allen het dan ook werkelijk met de genomen beslissing eens zijn. Indien er nog bezwaren mochten bestaan, verzoekt hij, dat deze thans naar voren gebracht mogen worden. Waar dit niet geschiedt neemt hij aan, dat werkelijk allen voorstanders zijn.
Hij vraagt verder de besturen van de veilingen, die menschen aan te willen wijzen, waar het voorloopig bestuur als zoodanig iets aan heeft. Zoodra het voorloopig bestuur is samengesteld, zal aangepakt moeten worden, zoodat de plannen nu spoedig een vasten vorm zullen hebben.

Rondvraag.
De heer van den Boogert is van meening, dat de stichting eerst dan in het leven geroepen kan worden, wanneer de financieele opzet geslaagd mag heeten.
De voorzitter antwoordt, dat dit een juridische kwestie kan zijn. Het is ook zeer goed mogelijk, dat eerst een stichting moet bestaan, alvorens men den financieelen opzet nauwkeurig kan uitwerken.

De heer Kammeraat vraagt of hij kan rekenen op toezending van uitgebreide notulen en een ontwerp van de statuten. De voorzitter moet bedenken, dat hetgeen hier besproken is eerst in de bestuursvergaderingen van de verschillende veilingen behandeld zal moeten worden. De afgevaardigden die hier aanwezig zijn, kunnen als vertrouwensmannen van hun veiling worden beschouwd, wat echter volstrekt niet zeggen wil, dat zij een mandaat hebben en dus zelfstandig beslissingen kunnen nemen.
De voorzitter zegt toe, dat voor uitvoerige notulen gezorgd zal worden. De statuten zullen echter eerst door het voorloopig bestuur samengesteld zullen moeten worden. Hij merkt verder op, dat dat hier geen sprake is van een gewone vereeniging. Gaarne zegt hij toe, dat alle belanghebbenden op de hoogte gehouden zullen worden, zoodat zij een ruim overzicht kunnen krijgen.

De heer van den Boogert vraagt of de in deze vergadering genoemde cijfers ook in de notulen vermeld zullen worden.
De voorzitter is van meening, dat deze cijfers eerst door het voorloopig bestuur nader bekeken dienen te worden. Hij acht het niet verstandig cijfers te publiceeren, die in feite niets anders dan een raming zijn.
De heer van den Boogert vraagt hoe een voorstel in de veilingvergadering verdedigd kan worden, wanneer niets definitiefs gezegd kan worden over de hieraan verbonden financieele consequenties.
Hij vraagt verder of het voorstel tot toetreding tot een vereeniging "proeftuin in oprichting" dan niet een vooruitloopen is geweest op de a.s. vergadering. Voordat een beslissing genomen kan worden, moeten de besturen en de leden van de veilingen weten, waar zij aan toe zijn. Hij acht het beslist noodzakelijk in de ledenvergadering met cijfers te komen. Hij merkt op, dat hij verschillende cijfers heeft genoteerd, die wel de eindbedragen weergeven, maar niet de verschillende onderdeelen. Wanneer in de notulen geen cijfers zouden worden vermeld, zou hij met deze halve gegevens zijn veiling moeten inlichten. Hij acht het verstandiger wanneer de vergadering precies weet wat zij vertellen kan, dan wanneer zij met halve gegevens moet aankomen.

De voorzitter merkt op, dat de eerstvolgende stappen, die gedaan zullen worden, klaarblijkelijk niet aan ieder even duidelijk zijn. Hij wil daarom het volgende vaststellen.

Het voorloopig bestuur--- Dit document verslaat een cruciaal moment in de oprichtingsfase van een collectief landbouw- of tuinbouwinitiatief (een "proeftuin"). De kern van het debat ligt in de spanning tussen de noodzaak van daadkracht door een voorlopig bestuur en de democratische verantwoording aan de achterban (de verschillende veilingen).

Belangrijkste strijdpunten:
1. Locatie en Draagvlak: Amsterdam is unaniem gekozen als standplaats, wat door de voorzitter wordt gebruikt om morele druk uit te oefenen op de aanwezigen om nu ook door te zetten.
2. Financiële Transparantie: De heer Van den Boogert voert een scherpe oppositie tegen het gebrek aan concrete cijfers. Hij stelt dat hij het project niet aan de leden van zijn veiling kan "verkopen" zonder gedetailleerde begroting, terwijl de voorzitter vreest dat het publiceren van voorlopige ramingen tegen hen gebruikt kan worden.
3. Mandaat van Afgevaardigden: De heer Kammeraat wijst erop dat de aanwezigen slechts "vertrouwensmannen" zijn en geen definitieve beslissingen mogen nemen zonder hun lokale achterban te raadplegen.

De toon van de voorzitter is sturend en ietwat defensief, terwijl de afgevaardigden (vooral Van den Boogert) hameren op zakelijkheid en de formele lijn van hun organisaties. Het document illustreert de typische overlegstructuur binnen de Nederlandse agrarische sector in de 20e eeuw, waar de "veiling" een centrale rol speelde. De oprichting van proeftuinen was essentieel voor de innovatie en kwaliteitsverbetering van de Nederlandse tuinbouw.

In deze periode zag men vaak dat lokale veilingen samenwerkten om centrale faciliteiten (zoals proeftuinen of onderzoeksstations) op te richten. De discussie over de stichtingsvorm versus een vereniging en het juridische 'ei-en-kip'-probleem (eerst de stichting of eerst het geld?) is kenmerkend voor de professionalisering van deze sector. De keuze voor Amsterdam als standplaats suggereert een focus op afzetmarkten of een centrale logistieke hub.

Samenvatting

Dit document verslaat een cruciaal moment in de oprichtingsfase van een collectief landbouw- of tuinbouwinitiatief (een "proeftuin"). De kern van het debat ligt in de spanning tussen de noodzaak van daadkracht door een voorlopig bestuur en de democratische verantwoording aan de achterban (de verschillende veilingen).

Belangrijkste strijdpunten:
1. Locatie en Draagvlak: Amsterdam is unaniem gekozen als standplaats, wat door de voorzitter wordt gebruikt om morele druk uit te oefenen op de aanwezigen om nu ook door te zetten.
2. Financiële Transparantie: De heer Van den Boogert voert een scherpe oppositie tegen het gebrek aan concrete cijfers. Hij stelt dat hij het project niet aan de leden van zijn veiling kan "verkopen" zonder gedetailleerde begroting, terwijl de voorzitter vreest dat het publiceren van voorlopige ramingen tegen hen gebruikt kan worden.
3. Mandaat van Afgevaardigden: De heer Kammeraat wijst erop dat de aanwezigen slechts "vertrouwensmannen" zijn en geen definitieve beslissingen mogen nemen zonder hun lokale achterban te raadplegen.

De toon van de voorzitter is sturend en ietwat defensief, terwijl de afgevaardigden (vooral Van den Boogert) hameren op zakelijkheid en de formele lijn van hun organisaties.

Historische Context

Het document illustreert de typische overlegstructuur binnen de Nederlandse agrarische sector in de 20e eeuw, waar de "veiling" een centrale rol speelde. De oprichting van proeftuinen was essentieel voor de innovatie en kwaliteitsverbetering van de Nederlandse tuinbouw.

In deze periode zag men vaak dat lokale veilingen samenwerkten om centrale faciliteiten (zoals proeftuinen of onderzoeksstations) op te richten. De discussie over de stichtingsvorm versus een vereniging en het juridische 'ei-en-kip'-probleem (eerst de stichting of eerst het geld?) is kenmerkend voor de professionalisering van deze sector. De keuze voor Amsterdam als standplaats suggereert een focus op afzetmarkten of een centrale logistieke hub.