Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 21 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). vP/HG.
den Heer J. Louwerse v.d. Endt,
Steeweg 20,
I e r s e k e .
extra
46A/36/2 M. 21 September 1940.
Naar aanleiding van Uw op 3 September jl. aan de Commissie van den Levensmiddelenraad gerichten brief, welke ter verdere behandeling in mijn handen is gesteld, deel ik U mede, dat het venten met mosselen in Amsterdam niet is geoorloofd, tenzij men een ventvergunning bezit. Voor een dergelijke ventvergunning kunt U ongetwijfeld niet in aanmerking komen, aangezien in het ventersberoep geen personen worden toegelaten, die dit niet reeds vanouds hier ter stede hebben uitgeoefend.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van een mosselhandelaar of -visser uit Yerseke (Zeeland) om mosselen te mogen venten (huis-aan-huis verkoop) in Amsterdam. De toon is zakelijk en afwijzend.
De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Bureaucratische weg: Het verzoek was oorspronkelijk gericht aan de Commissie van den Levensmiddelenraad, maar is doorgeleid naar de betreffende directeur.
2. Vergunningsplicht: Venten in Amsterdam is verboden zonder specifieke ventvergunning.
3. Afwijzingsgrond: De schrijver stelt dat de geadresseerde "ongetwijfeld niet in aanmerking" komt voor een vergunning. De reden hiervoor is een beschermingsmaatregel voor lokale handelaren: alleen personen die "vanouds" (traditioneel) dit beroep al in Amsterdam uitoefenden, krijgen een vergunning. Als buitenstaander uit Yerseke maakt Louwerse dus geen kans. De brief dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een standaard gemeentelijke weigering lijkt te zijn, speelt de tijdsgeest een rol:
* Voedselvoorziening: De bemoeienis van de 'Levensmiddelenraad' wijst op de toenemende regulering van de voedselketen tijdens de oorlogsjaren.
* Lokale protectie: In tijden van schaarste en economische onzekerheid probeerden steden hun eigen middenstand en gevestigde venters te beschermen tegen concurrentie van buitenaf.
* Yerseke: Als centrum van de mosselcultuur zochten handelaren uit deze regio naar afzetmarkten in de grote steden. De beperkingen op het vrije verkeer van goederen en de strengere handhaving van vergunningen maakten dit gedurende de bezetting steeds lastiger. J. Louwerse