Handgeschreven conceptbrief of interne notitie met correcties.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of interne notitie met correcties. 3 juli 1940. (Marges en kopteksten)
2 doorslagen extra.
48/20/3
voor Jan
Heer directeur Gem. Energiebedrijf afd. Gas
(Linkermarge)
Te doen toekomen een bestelbiljet No 1101
± juist aan het Gemeente Magazijn 3/7 - '40
te bestelling uitsluitend op de d'vraag April t/m Juni 1940.
(Hoofdtekst)
Ter bevestiging van onze telefonische afspraak d.d. 3/7 heb ik de eer U hierbij ~~mede te deelen dat ik heb geacepteerd het door offreren bestelbiljet no 1101~~ van de levering van
27 Ton industrie nootjes V
18 ton vet nootjes IV
gedurende de maanden Juli t/m September 1940.
Met de per bestelbiljet d.d. 27 mei jl. No 10478 leverbare 20 ton nootjes, ~~waarmede~~ dit met den Energiebeheerder (~~waarin~~ met de aflevering waarvan juist ~~afspraak~~ en begin werd gemaakt) maakt dit uit een hoeveelheid van 70 ton zijnde 70% van ons jaarverbruik.
Am. Het document is een kladversie van een zakelijke correspondentie over de inkoop van brandstof. De tekst vertoont de typische kenmerken van een werkdocument:
* Redactie: De schrijver worstelt met de formulering, wat blijkt uit de grote hoeveelheid doorhalingen in de eerste alinea. De uiteindelijke focus ligt op de feitelijke levering van specifieke typen kolen (nootjes IV en V).
* Administratieve nauwkeurigheid: Er wordt gerefereerd aan specifieke bestelbiljetnummers (1101 en 10478) en exacte data, wat essentieel was voor de boekhouding en distributiecontrole.
* Rantsoenering/Planning: De berekening dat de totale levering (70 ton) precies 70% van het jaarverbruik beslaat, duidt op een strikte planning of een beperking opgelegd door externe factoren. De brief is gedateerd op 3 juli 1940, slechts enkele weken na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van schaarse goederen, waaronder brandstoffen zoals kolen, onmiddellijk gecentraliseerd onder overheidstoezicht. De verwijzing naar de "Energiebeheerder" in de tekst is hier een direct bewijs van; dit was de functionaris die toezag op het rechtmatige verbruik van energiebronnen in oorlogstijd. De communicatie tussen het "Gemeente Magazijn" en het "Gem. Energiebedrijf" toont hoe lokale instanties probeerden hun voorraden veilig te stellen binnen de nieuwe distributiekaders.