Archief 745
Inventaris 745-333
Pagina 86
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

19 augustus 1940. Van: Cornelis Schuyl (40 jaar, mandenmaker). Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 augustus 1940. Cornelis Schuyl (40 jaar, mandenmaker). De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam 19 Augustus 1940.

Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
Mijnheer
Hiermede heb ik, Cornelis Schuyl oud 40 jaar
van beroep mandenmaker thans werkloos een
vriendelijk verzoek aan U.
Het gaat hier over een marktvergunning.
In 1939 is mij een personeelskaart G.P.
verstrekt. Toen werkte ik met mijn vader samen
die heeft een vergunning.
Later is mijn kaart weer vernieuwd en
toen wou hij niet meer met mij samen-
werken daar hij liever de verdienste voor
zich alleen hield.
U begrijpt dat het een heele teleurstelling
voor mij was, want ik heb een huishouding
en mijn vader is 68 jaar en alleenstaand.
Ook werk ik natuurlijk liever dan dat ik op
de steun loop. Daarom wou ik graag dat
U mij ook een vergunning toekende. Ook
bestaat er de kans dat ze mij naar Duitsch-
land sturen, terwijl er voor mij op de centrale
markt nog wel een boterham is te verdienen
met de verkoop van manden.
Hopende spoedig een gunstig antwoord te mogen
ontvangen, teken ik met de meeste hoogachting
Hoogachtend
C Schuyl
Cornelis Anthoniszstraat
60 III Amsterdam In deze brief verzoekt Cornelis Schuyl, een werkloze mandenmaker van 40 jaar, de directeur van het Amsterdamse Marktwezen om een eigen marktvergunning. De kern van het probleem is een zakelijk en familiaal conflict: voorheen werkte hij samen met zijn 68-jarige vader op diens vergunning, maar de vader heeft besloten de samenwerking te verbreken om alle inkomsten voor zichzelf te houden.

Schuyl voert drie hoofdredenen aan voor zijn verzoek:
1. Financiële noodzaak: Hij heeft een eigen huishouden te onderhouden.
2. Arbeidsethos: Hij wil niet "op de steun lopen" (afhankelijk zijn van een werkloosheidsuitkering).
3. Angst voor tewerkstelling: Hij vreest naar Duitsland te worden gestuurd als hij geen werk vindt in Nederland.

Het handschrift is regelmatig en goed leesbaar, wat wijst op een zekere mate van geletterdheid. De toon is beleefd en respectvol ("vriendelijk verzoek", "met de meeste hoogachting"), passend bij de sociale verhoudingen van die tijd. De datum van de brief, 19 augustus 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts drie maanden na de capitulatie). De opmerking over de kans om naar "Duitschland" gestuurd te worden, is historisch zeer relevant. Dit verwijst naar de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling). In de zomer van 1940 was dit nog niet de grootschalige razzia-achtige dwang van latere oorlogsjaren, maar er werd reeds sterke druk uitgeoefend op werklozen om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken.

De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad. Voor een mandenmaker was dit een cruciale plek, aangezien manden essentieel waren voor het transport van groenten en fruit. De brief schetst een schrijnend beeld van de economische overlevingsstrijd van de gewone Amsterdamse ambachtsman tijdens het begin van de bezetting. U. Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt Cornelis Schuyl, een werkloze mandenmaker van 40 jaar, de directeur van het Amsterdamse Marktwezen om een eigen marktvergunning. De kern van het probleem is een zakelijk en familiaal conflict: voorheen werkte hij samen met zijn 68-jarige vader op diens vergunning, maar de vader heeft besloten de samenwerking te verbreken om alle inkomsten voor zichzelf te houden.

Schuyl voert drie hoofdredenen aan voor zijn verzoek:
1. Financiële noodzaak: Hij heeft een eigen huishouden te onderhouden.
2. Arbeidsethos: Hij wil niet "op de steun lopen" (afhankelijk zijn van een werkloosheidsuitkering).
3. Angst voor tewerkstelling: Hij vreest naar Duitsland te worden gestuurd als hij geen werk vindt in Nederland.

Het handschrift is regelmatig en goed leesbaar, wat wijst op een zekere mate van geletterdheid. De toon is beleefd en respectvol ("vriendelijk verzoek", "met de meeste hoogachting"), passend bij de sociale verhoudingen van die tijd.

Historische Context

De datum van de brief, 19 augustus 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts drie maanden na de capitulatie). De opmerking over de kans om naar "Duitschland" gestuurd te worden, is historisch zeer relevant. Dit verwijst naar de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling). In de zomer van 1940 was dit nog niet de grootschalige razzia-achtige dwang van latere oorlogsjaren, maar er werd reeds sterke druk uitgeoefend op werklozen om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken.

De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad. Voor een mandenmaker was dit een cruciale plek, aangezien manden essentieel waren voor het transport van groenten en fruit. De brief schetst een schrijnend beeld van de economische overlevingsstrijd van de gewone Amsterdamse ambachtsman tijdens het begin van de bezetting.

Genoemde Personen 1

U.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees Zuivel & Eieren: Boter Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 1