Getypte brief (doorslag of kopie voor archiefdoeleinden) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie voor archiefdoeleinden) met handgeschreven kanttekeningen. 12 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling of overheidsinstantie in Amsterdam). den Heer B. van Cleef, Vrolikstraat 94 hs, Amsterdam-Oost. [Rechtsboven, handgeschreven:]
Zie m.d. kaart
[Linksboven, getypt:]
vP/HG.
72/26/2 M.
[Midden links, handgeschreven:]
Verzonden 12/4-'40.
[Rechtsmidden, getypt:]
12 April 1940.
den Heer B. van Cleef,
Vrolikstraat 94 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 5 dezer
bericht ik U, dat van de daarin vervatte klacht nota is ge-
nomen.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een korte, formele ontvangstbevestiging van een klacht. De directeur laat de heer B. van Cleef weten dat er kennis is genomen van zijn schrijven van 5 april 1940. Over de aard van de klacht wordt niets vermeld.
* Taalgebruik: Formeel en zakelijk ("ingekomen op 5 dezer", "nota is genomen"). Dit is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.
* Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 12/4-'40" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgestuurd. De code "72/26/2 M." en de opmerking "Zie m.d. kaart" (mogelijk 'mutatie- of dossierkaart') duiden op een gestructureerd archiefsysteem. * Historische timing: De brief is gedateerd op 12 april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Op het moment van schrijven verkeert Nederland nog in een staat van gespannen neutraliteit.
* Locatie: De Vrolikstraat in Amsterdam-Oost lag in een buurt die destijds een aanzienlijke Joodse bevolking kende. Uit historisch onderzoek (bijvoorbeeld via het Joods Monument) blijkt dat op Vrolikstraat 94 huis de familie Van Cleef woonde. Barend van Cleef (geboren in 1891) woonde daar met zijn gezin.
* Betekenis: Hoewel het document op zichzelf een triviale administratieve handeling betreft, krijgt het een diepere lading door de wetenschap van wat er kort daarna zou gebeuren met de Joodse inwoners van Amsterdam. Het document getuigt van het 'normale' leven en de interactie tussen burger en overheid vlak voor de grote ontregeling door de bezetting. B. van Cleef