Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 189
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

24 maart (jaar onbekend, mogelijk 1905 of vroege 20e eeuw op basis van referentie en spelling).

Origineel

24 maart (jaar onbekend, mogelijk 1905 of vroege 20e eeuw op basis van referentie en spelling). 8 24 Maart 7
18/3/5 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen

Dagmarkten.
Albert Cuypstraat.
Van Maandag tot en met Vrydag 1 chef-marktopzichter 40 uur.
Donderdag van 2-6 uur n.m. 1 contrôleur (Vrye middag chef-
marktopzichter).
Zaterdag 1 chef-marktopzichter en 2 contrôleurs, ieder 8 uur.
Van des voormiddags 10 uur tot des namiddags 2 uur
wordt des Zaterdags de chef-marktopzichter voor de regeling
en de uitgifte der plaatsen en voor de inning der marktgelden
bygestaan door een contrôleur. Deze beide ambtenaren verrich-
ten om de week om beurten middagdienst tot 6 uur of avond-
dienst van 6 tot 10 uur n.m.
Om 2 uur des namiddags komt de tweede contrôleur in
dienst. Deze doet dienst van 2 tot 10 uur n.m. Hy is behulp-
zaam by het innen der marktgelden, hy regelt het opschuiven
der kooplieden naar de op de betere gedeelten der markt vry-
komende plaatsen en draagt mede zorg voor het weren van ven-
ters van de markt.

Waterlooplein. (Zwanenburgwal en Fruitplein).
1 Chef-marktopzichter van Maandag tot en met Vrydag, 40 uur
(des Zaterdags wordt geen markt gehouden; de chef-marktop-
zichter doet dan aan de Dapperstraat dienst).
De contrôleur, die van Maandag tot en met Vrydag
belast is met de uitgifte van de plaatsen, de inning der
marktgelden en het toezicht op de markt Dapperstraat, assis-
teert op die dagen voor zoover noodig den chef-marktopzichter.
Op Vrydag 1 contrôleur van 3 tot 6 uur des namiddags
voor de inning der marktgelden der losse-plaatshouders en voor
de naleving van het ventverbod op en om de markt.

Dapperstraat.
Van Maandag tot en met Vrydag 1 contrôleur belast me
de uitgifte der marktplaatsen, de inning der marktgelden, en
voor zoo ver noodig met het toezicht op de markt; (op die
dagen is de markt slechts gedeeltelyk bezet).
Deze contrôleur assisteert voor zoo ver dit noodig
is den chef-marktopzichter op het Waterlooplein en is verder Dit document betreft een officieel ambtelijk overzicht van de personele inzet op drie belangrijke Amsterdamse markten: de Albert Cuypstraat, het Waterlooplein en de Dapperstraat. Het rapport is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, wat duidt op de grote economische en maatschappelijke relevantie van deze markten voor de voedselvoorziening in de stad.

De belangrijkste bevindingen uit het document zijn:
* Dienstregeling en Rollen: Er wordt een strak schema gehanteerd voor "chef-marktopzichters" en "contrôleurs". Vooral de zaterdag op de Albert Cuypstraat is intensief, met diensten die doorlopen tot 22:00 uur (10 uur n.m.).
* Administratieve en Toezichthoudende Taken: De taken van de ambtenaren zijn drieledig:
1. Logistiek: De uitgifte en regeling van de staanplaatsen, inclusoor het dynamisch "opschuiven" van kooplieden naar betere plekken.
2. Financieel: Het innen van de marktgelden (staangelden).
3. Handhaving: Algemeen toezicht en specifiek het weren van illegale "venters" (straatverkopers zonder vaste plek) om de marktorde te bewaken.
* Flexibele Inzet: Er is sprake van een efficiënte personeelsplanning waarbij ambtenaren tussen markten wisselen; zo wordt de opzichter van het Waterlooplein op zaterdag (wanneer die markt dicht is) ingezet bij de Dapperstraat. Hoewel een jaartal ontbreekt, wijst de spelling (gebruik van de 'y' in plaats van 'ij') en de terminologie op de eerste helft van de 20e eeuw. De Albert Cuypmarkt werd in 1905 officieel als dagmarkt aangewezen; de referentie "18/3/5" zou hier mogelijk naar kunnen verwijzen (18 maart 1905), of het betreft een intern dossiernummer.

De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in Amsterdam van cruciaal belang tijdens periodes waarin de gemeente sterke regie voerde over de distributie en verkoop van voedsel. De markten waren in die tijd niet alleen plekken voor handel, maar ook essentiële knooppunten voor de voedselzekerheid van de Amsterdamse bevolking. De strikte handhaving van het "ventverbod" in het document onderstreept de wens van het stadsbestuur om de handel te kanaliseren via gereguleerde markten waar belasting (marktgelden) kon worden geïnd en kwaliteit en orde konden worden gecontroleerd.

Samenvatting

Dit document betreft een officieel ambtelijk overzicht van de personele inzet op drie belangrijke Amsterdamse markten: de Albert Cuypstraat, het Waterlooplein en de Dapperstraat. Het rapport is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, wat duidt op de grote economische en maatschappelijke relevantie van deze markten voor de voedselvoorziening in de stad.

De belangrijkste bevindingen uit het document zijn:
* Dienstregeling en Rollen: Er wordt een strak schema gehanteerd voor "chef-marktopzichters" en "contrôleurs". Vooral de zaterdag op de Albert Cuypstraat is intensief, met diensten die doorlopen tot 22:00 uur (10 uur n.m.).
* Administratieve en Toezichthoudende Taken: De taken van de ambtenaren zijn drieledig:
1. Logistiek: De uitgifte en regeling van de staanplaatsen, inclusoor het dynamisch "opschuiven" van kooplieden naar betere plekken.
2. Financieel: Het innen van de marktgelden (staangelden).
3. Handhaving: Algemeen toezicht en specifiek het weren van illegale "venters" (straatverkopers zonder vaste plek) om de marktorde te bewaken.
* Flexibele Inzet: Er is sprake van een efficiënte personeelsplanning waarbij ambtenaren tussen markten wisselen; zo wordt de opzichter van het Waterlooplein op zaterdag (wanneer die markt dicht is) ingezet bij de Dapperstraat.

Historische Context

Hoewel een jaartal ontbreekt, wijst de spelling (gebruik van de 'y' in plaats van 'ij') en de terminologie op de eerste helft van de 20e eeuw. De Albert Cuypmarkt werd in 1905 officieel als dagmarkt aangewezen; de referentie "18/3/5" zou hier mogelijk naar kunnen verwijzen (18 maart 1905), of het betreft een intern dossiernummer.

De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in Amsterdam van cruciaal belang tijdens periodes waarin de gemeente sterke regie voerde over de distributie en verkoop van voedsel. De markten waren in die tijd niet alleen plekken voor handel, maar ook essentiële knooppunten voor de voedselzekerheid van de Amsterdamse bevolking. De strikte handhaving van het "ventverbod" in het document onderstreept de wens van het stadsbestuur om de handel te kanaliseren via gereguleerde markten waar belasting (marktgelden) kon worden geïnd en kwaliteit en orde konden worden gecontroleerd.