Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 333
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag), waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam.

21 mei 1940. Van: De Directeur (naam onbekend, mogelijk van de Dienst der Markt- en Markthallenzaken of een vergelijkbare afdeling).

Origineel

Getypte brief (doorslag), waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam. 21 mei 1940. De Directeur (naam onbekend, mogelijk van de Dienst der Markt- en Markthallenzaken of een vergelijkbare afdeling). [Handgeschreven, rechtsboven:]
ten. h. Müller
ten. h. de Raer

[Linksboven:]
VP/HG.

72/42/2 M. [Handgeschreven:] Verzonden 22/5 - '40

[Rechtsboven:]
21 Mei 1940.

den Heer L. Vreeland,
2e Oosterparkstraat 142 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

  Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 18 dezer

bericht ik U, dat U de voor U bestemde ventvergunning in
ontvangst kunt nemen, zoodra U het beroep van venter weer
wenscht uit te oefenen.

  De Directeur, *   **Onderwerp:** De brief betreft de toekenning of beschikbaarheid van een 'ventvergunning' (vergunning voor straathandel).
  • Inhoud: De directeur informeert de heer Vreeland dat zijn vergunning klaarligt. Dit volgt op een verzoek (briefkaart) van Vreeland van 18 mei 1940. De formulering "zoodra U het beroep van venter weer wenscht uit te oefenen" suggereert dat de werkzaamheden mogelijk onderbroken waren, wat niet ongebruikelijk was tijdens de verwarrende dagen van de Duitse inval (10-14 mei 1940).
  • Administratieve sporen: De notities bovenaan wijzen op interne routering naar ambtenaren (Müller, de Raer). De aantekening "Verzonden 22/5 - '40" bevestigt de administratieve afhandeling. * Historisch moment: Deze brief is geschreven op 21 mei 1940, exact één week na het bombardement op Rotterdam en zes dagen na de Nederlandse capitulatie. Het document toont aan dat de civiele administratie in Amsterdam direct na de machtsovername door de bezetter bleef functioneren voor alledaagse zaken zoals marktvergunningen.
  • Sociaal-economisch: Straathandel (venten) was een veelvoorkomend beroep in Amsterdam-Oost, een wijk die in 1940 een grote Joodse populatie kende. De achternaam 'Vreeland' kwam veel voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
  • Genealogische waarde: Voor onderzoek naar de familie Vreeland of de geschiedenis van de Amsterdamse straathandel biedt dit document een exact adres (2e Oosterparkstraat 142 II) en inzicht in de beroepsuitoefening van de geadresseerde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In de loop van de bezetting zouden de regels voor (Joodse) straatventers door de nazi-autoriteiten drastisch worden ingeperkt.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief betreft de toekenning of beschikbaarheid van een 'ventvergunning' (vergunning voor straathandel).
  • Inhoud: De directeur informeert de heer Vreeland dat zijn vergunning klaarligt. Dit volgt op een verzoek (briefkaart) van Vreeland van 18 mei 1940. De formulering "zoodra U het beroep van venter weer wenscht uit te oefenen" suggereert dat de werkzaamheden mogelijk onderbroken waren, wat niet ongebruikelijk was tijdens de verwarrende dagen van de Duitse inval (10-14 mei 1940).
  • Administratieve sporen: De notities bovenaan wijzen op interne routering naar ambtenaren (Müller, de Raer). De aantekening "Verzonden 22/5 - '40" bevestigt de administratieve afhandeling.

Historische Context

  • Historisch moment: Deze brief is geschreven op 21 mei 1940, exact één week na het bombardement op Rotterdam en zes dagen na de Nederlandse capitulatie. Het document toont aan dat de civiele administratie in Amsterdam direct na de machtsovername door de bezetter bleef functioneren voor alledaagse zaken zoals marktvergunningen.
  • Sociaal-economisch: Straathandel (venten) was een veelvoorkomend beroep in Amsterdam-Oost, een wijk die in 1940 een grote Joodse populatie kende. De achternaam 'Vreeland' kwam veel voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
  • Genealogische waarde: Voor onderzoek naar de familie Vreeland of de geschiedenis van de Amsterdamse straathandel biedt dit document een exact adres (2e Oosterparkstraat 142 II) en inzicht in de beroepsuitoefening van de geadresseerde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In de loop van de bezetting zouden de regels voor (Joodse) straatventers door de nazi-autoriteiten drastisch worden ingeperkt.