Administratieve archiefkaart/notitie betreffende een rentevrijstelling.
Origineel
Administratieve archiefkaart/notitie betreffende een rentevrijstelling. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72/42/1 1940
DOORGEZONDEN: 20/5 - '40
[Tekst rechtsboven]
Linders Vreeland
2e Oosterparkstr. 142 II
[Hoofdtekst]
Rentevrijstelling Serie 23 no 232
boekjaar 1939/40.
Vergunning behoeft niet te worden
verlengd doordat hij het beroep van
visser weer kan opvatten.
[Aantekening in rood]
72/42/2 M
21/5/40 HS [paraaf]
[Onderaan rechts]
3. [doorgehaalde paraaf/teken]
[Voettekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een besluit of een advies over een "rentevrijstelling" voor een persoon genaamd Linders Vreeland. Dergelijke vrijstellingen werden verleend aan burgers die door crisisomstandigheden of oorlogsdreiging (zoals de mobilisatie) hun financiële lasten niet meer konden dragen. De kern van de notitie is dat de verlenging van deze regeling voor het boekjaar 1939/40 niet meer nodig is. De reden hiervoor is dat de betrokkene zijn werkzaamheden als visser heeft kunnen hervatten ("weer kan opvatten"), waardoor hij vermoedelijk weer over voldoende inkomen beschikt om aan zijn verplichtingen te voldoen. De data op het document (20 en 21 mei 1940) zijn historisch zeer specifiek: dit is minder dan een week na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Het laat zien dat de gemeentelijke of provinciale bureaucratie in de eerste dagen van de bezetting direct de draad weer oppakte wat betreft sociale en financiële voorzieningen. Het adres in de 2e Oosterparkstraat duidt op Amsterdam-Oost, een wijk die destijds een gemengde bevolking van arbeiders en kleine zelfstandigen kende. Het beroep van visser was aan het begin van de oorlog aan strenge beperkingen onderhevig vanwege de dreiging op het water en militaire restricties; dat deze persoon zijn beroep weer kon uitoefenen suggereert een vroege normalisering van bepaalde economische activiteiten onder het nieuwe bewind. M. No
Samenvatting
Het document is een besluit of een advies over een "rentevrijstelling" voor een persoon genaamd Linders Vreeland. Dergelijke vrijstellingen werden verleend aan burgers die door crisisomstandigheden of oorlogsdreiging (zoals de mobilisatie) hun financiële lasten niet meer konden dragen. De kern van de notitie is dat de verlenging van deze regeling voor het boekjaar 1939/40 niet meer nodig is. De reden hiervoor is dat de betrokkene zijn werkzaamheden als visser heeft kunnen hervatten ("weer kan opvatten"), waardoor hij vermoedelijk weer over voldoende inkomen beschikt om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Historische Context
De data op het document (20 en 21 mei 1940) zijn historisch zeer specifiek: dit is minder dan een week na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Het laat zien dat de gemeentelijke of provinciale bureaucratie in de eerste dagen van de bezetting direct de draad weer oppakte wat betreft sociale en financiële voorzieningen. Het adres in de 2e Oosterparkstraat duidt op Amsterdam-Oost, een wijk die destijds een gemengde bevolking van arbeiders en kleine zelfstandigen kende. Het beroep van visser was aan het begin van de oorlog aan strenge beperkingen onderhevig vanwege de dreiging op het water en militaire restricties; dat deze persoon zijn beroep weer kon uitoefenen suggereert een vroege normalisering van bepaalde economische activiteiten onder het nieuwe bewind.