Getypte officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Getypte officiële brief (ambtelijke correspondentie). 16 februari 1940. "De Directeur" (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of politieafdeling). [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter. M. de Haas.
[Links, getypt:]
VP/DV.
72/5/2 M.
[Handgeschreven over de kenmerken:]
Verzonden 16/2-'40.
[Rechts, getypt:]
16 Februari 1940.
[Links, getypt en onderstreept:]
Klachten over Ventverordening
van K. Keijzer.
[Rechts, getypt:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van Uw missive d.d. 23 Januari jl.
(No.384 L.M.1939) heb ik de eer U te berichten, dat volgens de
Ventverordening alleen kan worden opgetreden tegen personen,
die, zonder geldige vergunning, ventende worden aangetroffen.
Onder venten wordt algemeen verstaan het luidkeels aanprijzen
van waren of het aanbieden daarvan. Personen, die vaste klan-
ten bedienen, hebben dus geen ventvergunning nodig.
Uiteraard worden de ventvergunningen, die aan be-
paalde personen zijn verleend, regelmatig gecontroleerd. Indien
Keijzer dit onaangenaam vindt en hij inderdaad niet vent, doch
alleen vaste klanten bedient, kan hem mijns inziens, op grond
van de bestaande bepalingen, niet worden belet om voor zijn vent
vergunning te bedanken.
De Directeur, * Kern van het geschil: De heer K. Keijzer heeft klaagbaar bezwaar geuit tegen de controles die worden uitgevoerd in het kader van de Ventverordening. Hij voert klaarblijkelijk aan dat hij niet "vent" in de strikte zin van het woord.
* Juridische interpretatie: De Directeur verduidelijkt de definitie van "venten" volgens de toenmalige wetgeving: het publiekelijk en luidkeels aanprijzen of aanbieden van waren. Het louter bezorgen van goederen bij vaste klanten valt hier niet onder.
* Conclusie: De Directeur stelt dat als Keijzer inderdaad alleen een vaste klantenkring bedient, hij geen ventvergunning nodig heeft. Hij suggereert dat Keijzer zijn vergunning simpelweg kan opzeggen ("bedanken") om zo van de bijbehorende controles af te zijn.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in een zeer formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de vroege 20e eeuw (gebruik van woorden als "missive", "jl." (jongstleden), en "bedanken" in de betekenis van opzeggen). * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 16 februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het land verkeerde in een staat van mobilisatie.
* Levensmiddelen: Dat de brief gericht is aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is saillant. In de aanloop naar de oorlog werd de distributie en verkoop van voedsel steeds strenger gereguleerd om schaarste en woekerprijzen te voorkomen.
* Straathandel: "Venten" (met een handkar of bakfiets langs de deuren gaan) was in 1940 een zeer algemeen verschijnsel voor de verkoop van brood, melk, groenten en andere dagelijkse benodigdheden. Gemeenten probeerden dit via verordeningen te reguleren om overlast en oneerlijke concurrentie met winkeliers te beperken.
* Administratieve proces: Dit document toont hoe een individuele klacht van een burger leidde tot een interne afstemming tussen het dagelijks bestuur (de wethouder) en de uitvoerende dienst (de directeur).