Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 425
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel afschrift van een brief (reçu).

20 juni 1940. Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze: F. van Meurs).

Origineel

Officieel afschrift van een brief (reçu). 20 juni 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze: F. van Meurs). Afschrift. GEMEENTE AMSTERDAM

№ 72/61/2 M. 1940 22/6 421 [handgeschreven]
Afd. L.M.
No. 70/209 (1940). Amsterdam, 20 Juni 1940.

Naar aanleiding van Uw verzoek om in
aanmerking te mogen komen voor een ventver-
gunning voor deze Gemeente gedurende den
tijd, dat U in verband met de evacuatie uit
Rotterdam hier verblijft, deel ik U mede,
dat een zéér groot aantal Amsterdamsche be-
roepsventers in verband met de tegenwoordige
omstandigheden met venten hun brood niet
kunnen verdienen, zoodat bezwaarlijk aan an-
deren, die krachtens de ventverordening niet
in aanmerking voor een ventvergunning kunnen
komen, een ventvergunning kan worden gegeven.
/T.

De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,

(get.) F. VAN MEURS

AAN
den Heer S. Sluyter,
Nieuwe Uilenburgerstraat 28,
A l h i e r (C). * Onderwerp: Afwijzing van een aanvraag voor een ventvergunning (straatverkoop).
* Kernboodschap: De heer S. Sluyter, een geëvacueerde uit Rotterdam, heeft een vergunning aangevraagd om in Amsterdam als straatverkoper te mogen werken. De gemeente wijst dit verzoek af.
* Argumentatie: De wethouder stelt dat de economische situatie voor bestaande Amsterdamse venters al zeer slecht is door de "tegenwoordige omstandigheden" (de oorlog en bezetting). Hierdoor wil de gemeente geen uitzondering maken op de regels voor iemand die officieel niet in aanmerking komt (waarschijnlijk omdat hij niet in de gemeente Amsterdam ingeschreven stond als professioneel venter).
* Administratieve details: Het document is een 'afschrift', wat betekent dat dit het exemplaar is dat in het gemeentearchief werd bewaard. De initialen/paraaf rechtsboven en de verschillende dossiernummers duiden op een zorgvuldige bureaucratische verwerking. * Historische context: De brief is gedateerd op 20 juni 1940, slechts vijf weken na het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) en de daaropvolgende Nederlandse capitulatie. Duizenden Rotterdammers vluchtten naar steden als Amsterdam omdat zij huis en haard hadden verloren.
* Sociaal-economische context: De "tegenwoordige omstandigheden" verwijzen naar de vroege fase van de Duitse bezetting. Er heerste grote onzekerheid en schaarste, waardoor de lokale economie onder druk stond. De gemeente Amsterdam voerde een protectionistisch beleid om de eigen beroepsgroepen te beschermen tegen extra concurrentie van vluchtelingen.
* Persoonlijke context: De geadresseerde, Samuel Sluijter (geboren 1898), woonde aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 28. Dit adres lag in het hart van de oude Joodse buurt (Uilenburg). Veel bewoners in deze wijk waren afhankelijk van de straathandel. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Samuel Sluijter en zijn gezin later in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord (Auschwitz, september 1942). Dit document illustreert de bittere bureaucratische realiteit waar Joodse vluchtelingen aan het begin van de bezetting tegenaan liepen in hun poging om een nieuw bestaan op te bouwen.

Samenvatting

  • Onderwerp: Afwijzing van een aanvraag voor een ventvergunning (straatverkoop).
  • Kernboodschap: De heer S. Sluyter, een geëvacueerde uit Rotterdam, heeft een vergunning aangevraagd om in Amsterdam als straatverkoper te mogen werken. De gemeente wijst dit verzoek af.
  • Argumentatie: De wethouder stelt dat de economische situatie voor bestaande Amsterdamse venters al zeer slecht is door de "tegenwoordige omstandigheden" (de oorlog en bezetting). Hierdoor wil de gemeente geen uitzondering maken op de regels voor iemand die officieel niet in aanmerking komt (waarschijnlijk omdat hij niet in de gemeente Amsterdam ingeschreven stond als professioneel venter).
  • Administratieve details: Het document is een 'afschrift', wat betekent dat dit het exemplaar is dat in het gemeentearchief werd bewaard. De initialen/paraaf rechtsboven en de verschillende dossiernummers duiden op een zorgvuldige bureaucratische verwerking.

Historische Context

  • Historische context: De brief is gedateerd op 20 juni 1940, slechts vijf weken na het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) en de daaropvolgende Nederlandse capitulatie. Duizenden Rotterdammers vluchtten naar steden als Amsterdam omdat zij huis en haard hadden verloren.
  • Sociaal-economische context: De "tegenwoordige omstandigheden" verwijzen naar de vroege fase van de Duitse bezetting. Er heerste grote onzekerheid en schaarste, waardoor de lokale economie onder druk stond. De gemeente Amsterdam voerde een protectionistisch beleid om de eigen beroepsgroepen te beschermen tegen extra concurrentie van vluchtelingen.
  • Persoonlijke context: De geadresseerde, Samuel Sluijter (geboren 1898), woonde aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 28. Dit adres lag in het hart van de oude Joodse buurt (Uilenburg). Veel bewoners in deze wijk waren afhankelijk van de straathandel. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Samuel Sluijter en zijn gezin later in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord (Auschwitz, september 1942). Dit document illustreert de bittere bureaucratische realiteit waar Joodse vluchtelingen aan het begin van de bezetting tegenaan liepen in hun poging om een nieuw bestaan op te bouwen.